Noord-Korea

De column van Leo de Oude

4 november 2006 Leo de Oude

Noord-Korea

Luisteraars,

Op het toneel van de internationale politiek eisen enkele landen de hoofdrollen op. In de eerste plaats de Verenigde Staten van Noord-Amerika. Een goede vriend in de rol van bevrijder in de Tweede Wereldoorlog. Een betrouwbare maat tijdens de koude oorlog. Met enige scepsis aanschouwden we de Amerikaanse activiteiten in Vietnam. Irak is nu het avontuur waarbij de V.S. veel sympathie verliest. Maar altijd is aan Amerika de zwaarste rol toebedeeld.

De volgende hoofdrol is voor de oude medestander en tegenstander Rusland. Na het einde van het communisme als staatssysteem verwerft Rusland een stevige plaats dank zij zij energievoorraden. Groot-Brittannië teert veel op oude roem en goede connecties met vroegere dominions. Duitsland komt er na de grote operatie van hereniging weer aardig boven op. Frankrijk is wat meer naar binnen gericht, maar nog steeds een sterke speler. Japan heeft zijn sterstatus overleefd. China is een indrukwekkende debutant. Deze landen vinden we steeds weer op e voorpagina van de krant.

Ze beheersen de wereldpolitiek. Natuurlijk, er zijn meer spelers. In de bijrollen staan een bepaalde landen voor een korte periode in de schijnwerpers. Hun verschijning in het nieuws wordt vooral veroorzaakt door oorlogen, revoluties en natuurrampen. Bij zo’n gelegenheid leren we wat van de geografie, de bevolking en de politieke verhoudingen.

Een land in een belangrijke bijrol is bij voorbeeld Noord-Korea. Daar maakten we kennis mee toen het land de demarcatiegrens langs de 38ste breedtegraad niet meer erkende en streefde naar hereniging met Zuid-Korea. Er volgde een oorlog waarin vier miljoen slachtoffers vielen. Van 1950 tot 1953 was Noord-Korea dagelijks nieuws. Na de wapenstilstand leek het of de ontwikkelingen in beide Korea’s geen voorpaginanieuws zouden opleveren.

Totdat de vorige maand Noord-Korea zich onttrok aan het overleg over kernbewapening en een nucleaire proef realiseerde. Grote agitatie in Amerika en de buurlanden. Noord-Korea stond weer breeduit op de voorpagina’s.

In zo’n situatie vragen wij ons af: wat is dat voor een land dat zich zo fanatiek heeft vastgebeten in het communisme? Is dat niet een beetje uit de tijd? De grote buur en oude vriend China weet de leer al aardig te relativeren en deinst niet terug voor kapitalistische maniertjes. Noord-Korea houdt vol. Wat is dat voor een land?

Twee jaar geleden maakte Pieter Fleury voor de VPRO-televisie een documentaire onder de titel ‘Een dag in het leven.’ De documentaire is inmiddels op DVD verschenen met aanvullend materiaal. Zo krijgen wij een beeld van het dagelijks leven in Noord-Korea.

De maker van de documentaire heeft de beste bedoelingen. Hij gaat uit van onze vooringenomenheden van dit land. Noord-Korea heeft een negatieve klank. We denken aan een onderontwikkeld land, armoede en een autocratisch regiem. Geen vrijheid, geen vreugde, geen welzijn. Fleury probeert dat beeld te nuanceren.

Hij faalt jammerlijk. Ja, er wordt gelachen, maar we weten dat mensen in de meest erbarmelijke omstandigheden bereid zijn iets van humor te zoeken. Ja, het gezin dat in de documentaire wordt gevolgd heeft te eten, maar Fleury verzwijgt de miljoenen hongerdoden zodra een oogst tegenvalt. De stad ziet er niet armoedig uit, maar we zijn dan ook in Pyong Jang, het enige deel van het land dat als prestigeobject door het regiem wordt gekoesterd. De schuldbekentenis van een afdelingshoofd van de fabriek die te weinig heeft geproduceerd ziet er zo toneelmatig uit dat niemand bereid is er enige geloofwaardigheid aan te hechten. De stroom valt geregeld uit, de apparatuur deugt niet en een eenvoudig persoontje is bereid de schuld daarvan op zich te nemen. Haar baas helpt haar. De echte schuldige is de abjecte Amerikaan, die op alle manieren de ontwikkeling van het land dwarsboomt.

De haat tegen Amerika is een leidend thema in de documentaire. Begrijpelijk voor de grootvader in de familie die de bombardementen in de Koreaanse oorlog heeft meegemaakt. Pyong Jang werd helemaal platgegooid. Maar het gif van de haat wordt van generatie op generatie doorgegeven. Zijn kleindochter leert vrolijke liedjes met venijnig anti-Amerikaanse teksten.

De poging om ons oordeel over het land te verzachten strandt totaal. Als Fleury bovendien toegeeft dat hij alleen mocht filmen wat de communistische autoriteiten acceptabel achtten, is het duidelijk: het is daar nog veel erger dan we dachten.

Is er dan geen enkel lichtpuntje? Ja, langzaam, onder zware controle, komt het toeristenverkeer naar Noord-Korea op gang.

Luisteraars, zullen we volgend jaar allemaal eens naar Noord-Korea gaan?

4 november 2006