Zweven
De column van Leo de Oude
25 november 2006 Leo de Oude
Zweven
Luisteraars,
het zit het er eindelijk op. De verkiezingstijd is voorbij. Het was een merkwaardige campagne met het grootste aantal zwevende kiezers ooit. Om eerlijk te zijn: ik zweefde zelf ook alsmaar. Gelukkig was er dinsdagavond een debat op de televisie. Alle lijsttrekkers van de partijen waartussen ik zweefde namen er aan deel. Ik zag er verwachtingsvol naar uit. Zo zou er een eind komen aan mijn besluiteloosheid.
De avond begon met een gesprek tussen de kleinere partijen. Als ik daar tussen zou moeten kiezen, dan is het niet moeilijk. Die Marianne Thieme! Zo welbespraakt. Wat een zinnige taal. Goede argumenten. En dan die ogen! Als je daar goed naar kijkt, wil je toch niets anders meer stemmen dan voor de dieren.
Er bleef nog wel enige aarzeling. Later begreep ik dat je vegetariër moet zijn om op die partij te stemmen. Het zou lafhartig zijn wanneer ik als alleseter van het stemgeheim misbruik maakte door stiekem toch op Marianne te stemmen.
Gelukkig kwam er nog een tweede discussieronde. Daar zouden misschien nog interessantere partijleiders aan het woord komen.
Het was werkelijk de crème de la crème, die vanaf acht uur optrad. Gevat, fanatiek in hun opvattingen en een indrukwekkende kennis van cijfers en feiten. Het toeval wil dat ook daar de vrouwelijke kandidaat het meeste indruk maakte. Zoals ze tegen Balkenende tekeer ging. Zo raak, maar tegelijkertijd zo keurig. Het Gooi tegen Capelle. Jammer voor de dieren, maar mijn stem gaat naar Femke.
Of toch niet? Ik kon er nog een nachtje over slapen.
Dat was niet nodig. De t.v.-avond werd voorgezet door een iemand die het debat in zijn eentje voerde. Dat was nou de man waarop ik gewacht had. Met zijn visie op de Haagse politiek begon ik er eindelijk iets van te begrijpen. Hij was nog geestig ook. Het was de eerste politicus die diepte in zijn betoog wist te brengen. Al mijn twijfel verdween. Ik zweefde niet meer. Op hem zou ik stemmen.
Woensdag, de grote dag. Ik spoedde me naar het stembureau. Ik was vlot aan de beurt. Daar stond ik dan achter het toetsenbord. Wel erg veel namen. Ik zocht en zocht. Kleine lettertjes. Waar stond nu De Jonge, met tussen haakjes Freek. 'U moet nu stemmen', zei de voorzitter van het stembureau. Ja dat wist ik ook wel. Maar waar stond mijn kandidaat? Voorzichtig zei ik vanuit mijn hokje: 'Ik zie Freek de Jonge nergens staan.' Voordat ik was uitgesproken siste de baas van het stembureau: 'Ssst, stemgeheim, geen namen noemen.' Maar de naam was al genoemd en om verder oponthoud te voorkomen zei de meneer: 'Die staat er niet bij. Stemt u nu maar gewoon op een van de namen die wel op het toetsenbord staan.'
Op dat ogenblik realiseerde ik me: nou zweef ik weer. Alle ellende van het niet-weten begon opnieuw. In het stemlokaal begon zich een rij van stemlustigen te vormen wat me nog onzekerder maakte. Mijn hand zweefde over al die toetsen. Welke zou ik indrukken? Laat het toeval mij helpen. Ik sluit mijn ogen en zal blind toeslaan. Maar nu weet ik nog te goed waar de naam van Marianne staat. Die hondenogen zie ik geprojecteerd op de binnenkant van mijn oogleden. Marianne. Ik kan, ook met de ogen dicht, zo op haar knopje drukken. Maar ik doe het niet. Ik moet me onthechten.
Met mijn ogen dicht draai ik enkele keren om mijn as. Na de vijfde keer verlies ik een beetje mijn evenwicht en bots tegen de wanden van het hokje op. 'Wat doet u nu toch,' roept de voorzitter van het stembureau. 'Stemt u nou maar.' Ik sta stil. Ogen nog steeds gesloten. Mijn rechterhand zweeft over alle toetsen. Een zwevende kiezer kan niet beter in beeld worden gebracht. Tweehonderd kandidaten. Voor mij zijn ze nu allemaal gelijk. Gelijke kansen voor iedereen. Dat is pas democratie.
Met nog steeds gesloten ogen zie ik niets, maar ik hoor steeds meer. Wachtende kiezers worden rumoerig. Zij hebben geen gevoel voor de pure democratie zoals ik die beoefen. Nog even zweef ik, dan druk ik een knop in. Ik doe mijn ogen open. Een naam verschijnt op het display. Helemaal niet zo'n gekke keus. Stil geniet ik een moment van mijn elegante aanpak van het keuzeprobleem. 'Wilt u nu op de rode knop drukken?' Dat doe ik dan maar. Ik zweef niet meer. Welke betekenis zou mijn stem hebben?
's Avonds kijk ik lang en intensief naar de uitslagen. Stukje bij beetje wordt het beeld helderder. Eén partij heeft steeds weer een zetel meer, en dan weer minder. Maar uiteindelijk komt die aarzelende zetel er toch bij. Het is de partij waar ik op gestemd heb. Ik voel: het was míjn stem die die laatste zetel veiligstelde. Wat is democratie toch prachtig.
Balkenende kan nu aan het werk. Op weg naar zijn vierde kabinet. Misschien vindt u dat helemaal niet fijn. Bedenk dan dat de vorige kabinetten van Balkenende geen van alle de termijn van vier jaar hebben gehaald. De meeste duurden maar een paar maanden.
Het wordt nog spannend: wat duurt langer: de kabinetsformatie of het vierde kabinet-Balkenende?
25 november 2006
