Sinterklaas
De column van Leo de Oude
2 december 2006 Leo de Oude
Sinterklaas
Luisteraars,
nog een paar nachtjes slapen en het is Sinterklaas. Deze mededeling zal u niet verrassen. U zag het al lang aankomen. Weken van te voren worden we wakker geschud door de reclame. Sint moet dit daar gaan kopen en dat weer hier. Sint krijgt korting als hij snel koopt. Als Sint het wil wordt het cadeautje leuk ingepakt. Sint krijgt er een hoogstpersoonlijk rijmpje bij. De paden naar het feest zijn platgetreden. Verrassingen zitten er niet meer in.
Hoewel, dit jaar kan het wel eens anders lopen. U weet toch wat ik bedoel? Ja, als u het niet weet, dan moet ik u nu wel waarschuwen. Het zit zo.
Sinterklaas en Zwarte Piet zitten tijdens een rustig ogenblik bij elkaar. Ze voelen zich allebei erg tevreden. Enkele jaren geleden was er nog de dreiging van de Kerstman. Die werd steeds populairder. Het Sinterklaasfeest zakte weg in populariteit. Maar Sinterklaas en Zwarte Piet merken dat het tij is gekeerd. De Nederlander omarmt met grote genegenheid de mooie traditie van een uitbundige pakjesavond en vervolgens een meer stemmige kerst. Sinterklaas mag zich weer in een stijgende populariteit verheugen. Zo kabbelt het gesprek tussen de twee heren wat voort, zonder dat er verder iets vermeldenswaard wordt gezegd.
Totdat Piet zo langs zijn neusweg zegt: "Ik denk dat Sinterklaas zijn nieuwe populariteit meer aan mij te danken heeft."
Sint denkt eerst dat hij het niet goed verstaan heeft. Beetje doof. Piet herhaalt wat hij net gezegd heeft. Dan schiet Sinterklaas in de lach.
"Piet, wat ben je toch dom. Denk je nu echt dat de kinderen jou lief vinden? Je loopt met die roede om je heen te slaan. Je stopt stoute kinderen in een zak en breng ze dan naar een ander land, waar ze helemaal niet heen willen. Denk je nu echt dat die kinderen jou lief vinden?"
Ja, Sinterklaas, ik ben juist heel geliefd bij de kinderen die niet in de zak hoeven en lekker hier kunnen blijven. Ze vinden het prachtig wat ik doe. Zal ik u eens iets zeggen. Haast alle kinderen vinden mij liever dan Sinterklaas.
Nou, dat is natuurlijk verdomd brutaal. Sinterklaas is het zat. Hij recht zijn rug en zegt: Onzin, je weet niet wat je zegt. Ik ben de grote kindervriend en de kinderen vinden mij het allerliefst. Sinterklaas is zo boos dat hij vergeet zijn sinterklaasstem te gebruiken.
Piet gaat er net zo hard tegen in en voelt zich ook niet verplicht om zijn piet-dialect te gebruiken. Jij, zegt hij tegen Sinterklaas, jij leeft in een sprookjeswereld. Jij weet niet hoe de echte wereld er uit ziet!
Wel ja, nog tutoyeren ook. Daar kan Sinterklaas helemaal niet tegen. Die is toch bij uitstek de handhaver van normen en waarden. Eeuwenlang is hij al de Roomse versie van Balkenende. Of Balkenende is de PKN-versie van Sinterklaas.
"Piet, houd op. Toon respect voor mij als de geliefde vriend van alle kinderen."
"Maar ik ben toch nog populairder," roept Piet.
Zo kibbelen ze een hele tijd door. Het is een beetje beschamend. Ik had zoiets eigenlijk nooit achter die lui gezocht.
Maar ze komen er toch uit. Piet komt namelijk met een voorstel: "we laten de kinderen op een briefje schrijven wie ze het liefste vinden: Sinterklaas of Zwarte Piet. En dan gaan we die briefjes tellen."
Sinterklaas denkt nog even: moet ik die jongen niet in bescherming nemen? Het is toch vreselijk als hij als gekleurde medemens moet ondervinden hoe er over hem gedacht wordt. Maar goed, het is belangrijk om uit de patstelling te komen, dus vooruit.
Alle kinderen krijgen een papiertje en schrijven daarop: Sinterklaas of Zwarte Piet. Daarna wordt er geteld. En er zijn zoveel briefjes dat het wel vijf dagen duurt voordat de uitslag bekend is. En het is ongehoord, maar op veel meer briefjes staat de naam van Zwarte Piet dan die van Sinterklaas.
Zwarte Piet rent naar Sinterklaas om hem de uitslag mee te delen. Piet vindt het fantastisch. Piet is dankbaar voor al die steun. Sinterklaas had dit niet helemaal verwacht, maar was wel zo verstandig geweest om een tekstje voor deze situatie in te studeren.
Dat is mooi, Piet, gefeliciteerd. Dan gaan we nu aan het werk.
Dat was nou net niet de bedoeling van Zwarte Riet, eh, Piet. Die wilde nog even nadenken over de consequenties van deze unieke situatie. De volgende dag zei ze dan, eh, zei hij dan tegen Sinterklaas: Als de kinderen mij het liefste vinden, zou het toch te gek zijn als ik alsmaar die domme knecht moet spelen. De kinderen willen de Piet-koers. Geef mij dat grote boek nou maar, dan ga ik op de troon zitten.
Sinterklaas sputterde natuurlijk tegen. Zo'n plaatswisseling kon hij niet aanvaarden. Maar Piet had zich daar op voorbereid. "Laat er maar een commissie van wijze figuren komen die uitmaakt wie er bij ons op de eerste plaats hoort. Ik heb een paar figuren gepolst om zitting te nemen in de commissie. De Kerstman en de Paashaas hebben zich al bereid verklaard. Als derde lid van de commissie denk ik aan de heer Geert Wilders."
Nu was voor Sinterklaas de maat vol. "Herinner je je Piet al die mensen op de kade toen wij aankwamen? Dat waren de belangrijkste mannen en vrouwen uit dit dorp. De burgemeester, meneer pastoor en mevrouw dominee, de dokter, de notaris, mevrouw de bibliothecaresse en die ene mevrouw van de lokale omroep die overal altijd bij is. Al die mensen, veertig in totaal kwamen voor mij. Laat hen maar spreken. Laat hen maar vertellen wie nummer 1 is."
Als uit één mond riepen al die veertig belangrijke mensen: "Sinterklaas!" Dat was duidelijk. Daar hoefde niets aan toegevoegd te worden. Dat deden ze dan ook niet, zelfs niet de dames in het gezelschap.
En Piet, wat heb jij daar op te zeggen?
Ja, Sinterklaas, ik ben loyaal aan ons bedrijf en loyaal aan u, Sinterklaas.
Dat is mooi, Piet, dan kunnen we aan het werk.
Zo leek het of alles toch nog goed komt. Maar bij die laatste zinnen keken ze zo vals naar elkaar. Ik houd mijn zorgen. Dinsdag weten we meer.
Luisteraars, ik wens u een mooie pakjesavond.
2 december 2006
