Mental Coach

De column van Leo de Oude

16 december 2006 Leo de Oude

Mental Coach

Luisteraars,

nu ik me al een paar maanden wekelijks met een korte beschouwing tot u mag richten, voel ik me steeds onzekerder worden. Ik ga aan mijzelf twijfelen. Er is zoveel dat ik zou willen verklaren, toelichten, duiden. Ik zou u willen helpen alles wat om ons heen gebeurt te begrijpen.De beangstigende wereldpolitiek en de vreedzame kabinetsformatie. De schoonheid van een vlucht ganzen over het polderland en de bedreiging van het milieu. De ellende van een kop-staart-botsing en het intense geluk van de winnaar van de postcodeloterij.

Soms zou ik een orthodoxe predikant willen zijn.Iemand, die u de weg kon wijzen vanuit een grote leerstelligheid. Of zo'n moderne kapelaan, die op speelse wijze de diepste waarheden verkondigt. Ik voel steeds duidelijker dat ik niet ben, wie ik zou willen zijn.

Maar wat zou ik dan willen zijn? Tijdens een opgewekt muziek-en-praat programma op de radio vang ik het antwoord op: een mental coach. Een trainer van de geest. Dat zou ik willen zijn. Maar ik ben het niet. Als ik dat wil worden, zal ik eerst mijzelf onder behandeling van zo'n mental coach moeten stellen.

U begrijpt: ik aarzel geen ogenblik. Even googelen en zo kom ik aan het adres van een mental coach in de buurt. Afspraak telefonisch gemaakt.

Het adres van de mental coach voert mij naar de rand van een dorp, waar vervallen boerderijen staan te wachten of zij worden herbouwd tot een ultramoderne woonboerderij met praktijkruimte of met de grond gelijk worden gemaakt, waarop dan een blokje geschakelde en gestapelde landvilla's wordt gebouwd. Huisnummers ziet men in deze buurten niet, maar op een grote marmeren plaat bij een inrit staat de naam van de mental coach. Ik kijk om me heen, zie geen stalling en zet mijn fiets dan maar tegen het blok marmer. Dat gromt gelijk terug, vanuit zijn binnenste: "hier geen fietsen plaatsen. Stalling aan de overzijde van de weg." Daar vind ik in de berm inderdaad een verwrongen fietsbeugel, waarin ik mijn fiets wegzet.

Het pand is flitsend modern. Twee gesloten etages zweven boven een vierzijdig glazen pui. Slechts een paar kolommen steunen de etages erboven. De ingangsdeuren gaan zoevend open. Achter een plexiglas bureau zit een dame als een plaatje. Als een kleurplaat, wel te verstaan. De zorgvuldig ingekleurde plaat vertoont geen rimpel, geen mimiek. Met een effen gezicht zegt ze: "mijnheer?"

"Ik heb een afspraak; ik heb gebeld." Ze reageert niet. Haar blik gaat in mijn richting, maar volgens mij ziet ze me niet. Ze staart en doet niets. Direct begrijp ik dat ik iets essentieels vergeten ben te vermelden. "Mijn naam is Leo." Nog steeds geen actie. "Leo" herhaal ik nog maar eens. Dat blijkt de juiste formule te zijn. Langzaam wendt ze haar hoofd naar het toetsenbord en ik hoor dat ze drie toetsen aanslaat. Dat komt dus wel goed. "Leo", zegt ook zij nu, als bezegeling van een pact waar we het over eens zijn geworden. Ik knik voor alle zekerheid. Daarna barst ze los in een wilde roffel op haar toetsenbord. Het duurt lang. Wat zou ze nu allemaal aan die drie simpele letters toevoegen?

Plots stopt zij haar wilde hamerpartij. Alsof het iets nieuws is zegt ze: "We hebben een afspraak." Ik glimlach tevreden. Ik voel dat het ijs nu gaat breken en ben best bereid me een beetje bloot te geven. Ik vertel iets over mijn twijfels en mijn hoop dat de mental coach daar iets aan zou kunnen verbeteren.

Haar reactie verbijstert me. "Wij hebben een afspraak", herhaalt ze, met de nadruk op wij. "Ja, eh…, ja ik heb u ongetwijfeld aan de lijn gehad". Ze kijkt me strak aan met de gelaatsuitdrukking van een examinator die op geen enkele manier duidelijk wil maken of de kandidaat met zijn antwoord goed zit of niet. "Ja, een afspraak voor een gesprek met de mental coach, maar niet…" De rest van de zin slik ik in. Want wat moet ik nu zeggen: niet met een receptioniste of met een secretaresse?

Nu helpt ze me uit de verlegenheid. "U maakte een afspraak met de administrative coach. De administrative coach van de mental coach. Dat is correct, want ik begrijp dat u de mental coach wilt spreken." Ze spreekt nu vlot door. Ik hoef niets meer te zeggen. "Laten we eens kijken. Maandag 7 januari, half zeven, 's ochtends."

"Ja, neemt u mij niet kwalijk, kan het niet wat later, eh… ik bedoel eerder? Ik wil mijn presentaties zo snel mogelijk verbeteren. Kan het niet voor de Kerst?"

"Het gaat uiteraard altijd voor een Kerst. Welke Kerst bedoelt u?"

"Die over veertien dagen, natuurlijk."

Nu slaat zij een heel andere toon aan. De schooljuffrouw tegen het domste jongetje van de klas. "Hebt u gehoord wat ik zei? Maandag 7 januari, dat is dus nà volgend jaar Kerst."

"O, maar dat kan niet. Zo lang kan ik mijn luisteraars niet laten wachten. Dan hoef het ook niet meer. Dan ben ik al lang van deze klus af."

Opnieuw verandert de administrative coach haar stijl. Ze kijkt snel om zich heen, buigt voorover in mijn richting en fluistert: "U hebt misschien wel genoeg aan het advies van een administrative coach. Ook veel voordeliger."

Ik pak de hint op. "Mevrouw, is het mogelijk dat ik op korte termijn een advies krijg van een administrative coach?"

Nu weer vormelijk antwoordt ze: "Jazeker. Nu maar ineens?" Dat gaat lekker snel. Ik verwacht een spreekkamer, misschien wel een divan, een diepgaand gesprek. Niets van dat al. We blijven in het aquarium zitten (zij) en staan (ik). Ze barst gelijk los.

"Kijk, u begrijpt dat als u advies vraagt aan een administrative coach, dat advies ook van administratieve aard is. Ik heb hier net vastgelegd dat u Leo heet. Dat is eigenlijk al genoeg. Ik zie aan u dat dat voor u niet direct duidelijk is. U zoekt zekerheid. Wat is er dan mooier dan Leo te heten?"

Zou ze bedoelen dat Leo in het Latijn leeuw betekent? Zelf heb ik daar nooit aan gedacht. En wie van mijn luisteraars kent nog Latijn? Zolang mijn gezicht een vraagteken blijft praat mijn a.c. door.

"Dertien Leo's hebben op de belangrijkste troon op aarde gezeten."

Er gaat mij een lichtje op. Pausennaam, drie letters. Komt in elke kruiswoordpuzzel voor. "O ja, paus Leo. Maar de laatste van die naam is geloof ik al aan het begin van de vorige eeuw gestorven. Wat heb ik daar aan?"

Mijn coach kijkt mij doordringend aan. Ik zeg maar iets doms. "Ik kan toch moeilijk zeggen dat dat mijn opa was."

"Niet leuk. Ongepast. U kwam toch hier om van uw twijfel af te raken? Denkt u dat een paus ooit twijfelt? Vanuit zijn hoge functie straalt hij macht uit. Hij twijfelt zelf niet en niemand durft aan hem te twijfelen. Dat is de waarde van macht. Trek u op aan uw naamgenoten. Zorg dat u macht krijgt. Doe grapjes over die naam af met een scherpe reactie. Zo krijgt u macht. Dertien naamgenoten, die op aarde de grootste macht hadden, zweven om u heen. Hebt u macht, dan twijfelt niemand aan uw woorden en dan is er geen reden om zelf te twijfelen."

Dat het zo zou zitten had ik nou nooit gedacht. Eigenlijk is het heel eenvoudig: eerst macht verwerven en vervolgens gelooft iedereen je. En bij iedereen hoor je zelf ook.

In mezelf repeteer ik de formule: eerst macht – dan verdwijnt twijfel. Mijn coach wil graag dat er contant wordt afgerekend. Nog steeds in gedachten loop ik het pad af, wacht naast het marmeren blok even tot ik kan over steken. Opnieuw klinkt er uit het binnenste van het blok een sonore stem: "onzin – onzin – wat ze hier adviseren is pure onzin – maar je hebt dat niet van mij."

Weer op mijn fiets probeer ik de formule weer te herhalen: eerst macht – dan geen twijfel meer. Het lukt niet. Mijn twijfel heeft al genadeloos toegeslagen.

16 december 2006