Een fatsoensrakker…
De column van Jaap Juursema
22 januari 2007 Jaap Juursema
… ben ik zeker niet, luisteraars van Radio 6 kunnen dat vast beamen. Evengoed beleefde ik in de zomer van 2006 iets dat mij aan het denken heeft gezet. Hieronder het verhaal.
Op een mooie vakantiemiddag kwamen wij op een camping in Frankrijk aan. Zo'n typische overnachtingcamping: een lang éénrichtingsverkeerpad dat langs een paar honderd 'plaatsjes' slingert. Een camping waar het merendeel van de gasten één nacht blijft: men komt in de namiddag aan, maakt met minimale moeite een nachtverblijf en verdwijnt de volgende ochtend zo vroeg en zo snel mogelijk: tijd is geld, zéker in de vakantie….
Onze sleurhut werd op de aangewezen plaats geparkeerd, de luifel eraangeknutseld voor de broodnodige schaduw en de jongens gingen aan de slag met hun tentjes. Ik was even klaar.
Nu weet ik niet of u met het campingleven bekend bent maar voor mij is dát moment, zèlf klaar met kamperen na een paar uur in de auto, heerlijk onder m'n luifel zittend om de bezigheid van de overige reizende medemensen te aanschouwen onvergelijkbaar prachtig.
Snel werd mijn peinzende aandacht getrokken door de groep landgenoten die naast ons bezig waren: 'n flinke kampeerbus met daarbij een personenauto. Alles bij elkaar zeker 8 kampeerders. Aan alle kanten was het druk met het opzetten van tenten en het heen en weer manoeuvreren van de bus. Dat ging zo een tijdje door en uiteindelijk was de bus ongeveer waterpas gezet. Toen werd een enorme rol rubberkabel met vervaarlijke koppelstukken naar buiten gebracht. Ongetwijfeld was dit alles bedoeld om krachtstroom aan te sluiten. De "kampvader" kroop met de kabel door heggen en struiken om de aansluiting in goede banen te leiden. Inmiddels was onze jongste zoon ook zo ver gevorderd met zijn tent dat hulp bij het spannen van een scheerlijn gewenst werd. Zodoende kwam het dat ik naast de scheidingsheg ging staan waaronder de (andere…) kampvader op handen en voeten aan het kruipen was. Wij wensen elkaar vriendelijk "goedemiddag". En toen kwam het. Hij zei: "Ik denk dat u zo geen last hebt van onze kabel, hè..?" Ik kon (en wilde) niet anders dan dit bevestigen. Later in het gesprekje dat wij voerden, staande aan de heg die ons zowel scheidde als verbond, merkte ik op dat ik het bijzonder vind dat iemand zich zo duidelijk inspant om niet tot hinder te zijn. En dat ik dat eigenlijk raar vond dat het mij opviel. Terwijl goed beschouwd, zo'n houding toch de enig juiste houding voor soepel maatschappelijke verkeer is. Desondanks lijkt het erop dat allerwegen de huftertolerantie toeneemt. Wat mij betreft is dat niet gewenst, ik wil hier dan afsluiten met een het volgende pleidooi, samengevat in één zin: "Hou rekening met een andere, laten we zacht zijn voor elkaar". En ik wil maar zeggen: neem dit letterlijk èn figuurlijk ter harte.
Tenslotte: dank aan de onbekende kampeerder die mij met zijn vriendelijke vraag ook een goed onderwerp voor deze column heeft aangereikt!
Jaap Juursema
21 januari 2007