Ik geloof, dat...

De column van Leo de Oude

17 februari 2007 Leo de Oude

Ik geloof, dat…

Luisteraars,

het regeeraccoord verwijst naar de jaren vijftig van de vorige eeuw als een tijdvak waaraan wij nu een voorbeeld zouden moeten nemen. Saamhorigheid, lotsverbondenheid, solidariteit en een rijk verenigingsleven zijn zaken waar het nu aan mankeert en waar men toen, gedreven door de wil om ons land na de Tweede Wereldoorlog weer op te bouwen, als vanzelfsprekend van uit kon gaan. Heeft zo'n verwijzing naar een andere tijd als recept voor het huidig ogenblik enige zin?

De jaren vijftig. Het ging allemaal zonder computer of mobiele telefoon. De wasmachine deed in primitieve vorm haar intrede. Een afwasmachine bestond niet. Auto's waren geen gemeengoed. De opsomming van wat men toen niet of nauwelijks had, is nog veel langer. Het is duidelijk dat de materiële omgeving er heel wat simpeler uitzag dan vandaag.

Maar het regeeraccoord verwijst natuurlijk naar een geesteshouding, niet naar het feitelijke voorzieningenniveau van toen. Geen regering zou het in haar hoofd halen technische ontwikkelingen vijftig jaar terug te draaien. Het gaat om iets anders. Wel de welvaart van 2007, maar de geesteshouding van 1957. Valt dat te combineren?

Hoe dacht men toen? Hoe komen we daar iets van te weten? Als omroeporganisatie denken wij natuurlijk in de eerste plaats aan de radio. Je mag aannemen dat die iets weerspiegelde van het denken in de jaren vijftig. De Algemeene Vereeniging Radio Omroep – ik geef maar even de volledige naam in gene tijd van verzuiling – die Algemeene dus, had een rubriek onder de aanduiding: 'ik geloof, dat…' In die rubriek hielden zeer verschillende mensen een voordracht van vijf minuten over wat ze geloofden. Ieder praatje begon met deze drie woorden: 'Ik geloof, dat…' Het waren, laten we zeggen, bekende Nederlanders. En de praatjes vonden plaats 's avonds om vijf voor elf, net voor het laatste journaal van de nieuwsdienst; het laatste bulletin, want daarna ging men rap naar bed. Bij het Wilhelmus om middernacht als afsluiting van de radiodag, lag men meestal al op een oor.

De Rotterdamse uitgever Ad. Donker vond die verhalen voldoende de moeite waard om in boekvorm vast te leggen. Zo hebben wij een boekje uit 1957, jawel, precies vijftig jaar geleden uitgekomen, met daarin 75 opstellen en kunnen wij kennis nemen van wat de intelligentsia (zo heette dat toen), wat die mensen geloofden. Verplichte literatuur voor degene die zich onder het banier van Samen Werken, Samen Leven schaart. Het geestesleven van een halve eeuw geleden.

Geen van de sprekers beklaagt zich over het missen van p.c. en afwasmachine. De toonzetting van alle artikelen is positief. Dat noteren we alvast. Op de eerste bladzijde stelt Piet Bakker, journalist, gelijk al dat hij gelooft dat de mens goed is. Prof. De Boer, Oud-Testamenticus, gelooft dat in ieder mens de kiem ligt tot ware menselijkheid., de fameuze K.L.M.-vlieger Viruly gelooft in de verbondenheid van mensen.

Soms wordt een vermanend vingertje opgestoken. Jan van Zutphen, coryfee van de arbeidersbeweging, waarschuwt de ouderen voor het geringschatten van de jongere generatie. Je moet niet teveel van je ikheid zijn vervuld, stelt dr Serrurier. Vooral vrouwen hebben daar nogal last van, zegt de dokter, die – anders zou ik het nooit durven doorgeven - zelf vrouw is. Een Bijenkorf-directeur waarschuwt er voor dat men bij het uitspreken van een mening over mensen voorzichtig moet zijn. Van Huet, redacteur bij de NRC wil dat men wat zakelijker wordt.

Degenen die deze uitspraken deden hadden vijf oorlogsjaren meegemaakt. Jawel, ik weet het, ondertussen was men toch al weer tien jaar verder. Maar vijf jaar oorlog zijn niet gecompenseerd met vijf jaar vrede. In de jaren vijftig is de herinnering aan de oorlog en alle smartelijke gevolgen die hij teweeg bracht nog een manifest deel van het geestelijk bestaan. Ik zoek naar parallellen tussen toen en nu. We willen toch weer iets terugvinden van de toenmalige saamhorigheid. Helaas, dat lukt niet. De onoverbrugbare afstand wordt het beste onder woorden gebracht door wat het toenmalige Tweede Kamerlid Ritmeester zei:

'Ik geloof, dat ons volk in korte tijd een meer bewuste gemeenschapszin heeft gekregen…waarbij de gedachte aan gerechtigheid en rechtvaardigheid van grote betekenis is geworden. U zult zeggen: hoe kan dat ook anders, wij hebben tezamen zo veel geleden, zo veel doorgemaakt, zo veel geleerd, dat onze denkwijze tegenover elkaar zo heel anders en zo veel beter is geworden.'

Het gaat dus om die gemeenschappelijke ervaring. Daar zit de kneep, heren Balkenende, Bos en Rouvoet. Een bepaalde geestesgesteldheid komt niet uit de lucht vallen. Ze kan zelfs niet worden voorgeschreven in een regeeraccoord. U ontkomt er niet aan: u draagt uw verantwoordelijkheid in de één-en-twintigste eeuw, met mensen uit de één-en-twintigste eeuw in de wereld van de één-en-twintigste eeuw.

Ik besluit mijn commentaar op dezelfde manier als Wim Kan dat vijftig jaar geleden deed:

Ik geloof, dat het nou tijd is voor de Nieuwsdienst.

17 februari 2007