Ander verhaal
De column van Leo de Oude
24 maart 2007 Leo de Oude
Ander verhaal,
Luisteraars,
dit is een ander verhaal.
U bent van mij gewend zaterdagsochtends een verhaal te horen in een luchtige stijl. Er valt altijd wel iets vermakelijks te vertellen. Mijn fantasie slaat wel eens op hol. Ik vertel over dingen die niet zijn gebeurd maar misschien wel kunnen gebeuren. Ook politiek commentaar. Wanneer meneer Balkenende terugverlangt naar de tijd van de V.O.C. toen ons land rijk werd van de slavenhandel. Of naar de jaren vijftig van de vorige eeuw toen het land krom lag van armoede en er een benepen moraal heerste. Daar moet toch wat van gezegd worden. Vooral als meneer Klink geen honderd dagen wacht met de klok terug te zetten. Over het weer praat iedereen graag – te warm, te koud, te nat, te droog – dus doe ik dat ook. Dan de problemen die de moderne technische snufjes in huis brengen. We worden er eerder ongelukkig van dan gelukkig.
En tenslotte is er het wel en wee van ons geliefde dorp. Ja, er is elke week wel wat om over te praten. Lees de krant en luister naar de radio en de onderwerpen komen op je af.
Na mijn column vorige week zaterdag kwam het nieuws de volgende dag keihard op ons af. Twee jongens hier uit de streek zijn na een auto-ongeluk verdronken. Een vreselijk drama. In de loop van de volgende dagen denk ik dan: kan je daar iets over zeggen in een wekelijkse column, die vaak zo'n luchthartig karakter heeft? Maar als je dat niet zou kunnen doen, zou je dan wel over iets anders kunnen praten? Alsof er niets gebeurd is?
Alsof er niets gebeurd is. Was het maar zo. Hoe de toedracht van het ongeluk precies was, wil ik niet weten. Geen oorzaak. Geen schuld. Bespaar mij details. Het gaat om twee jonge mensen. Ik kende ze niet. Voor mij zijn het alleen maar namen. Misschien heb ik ze wel eens gezien. Verleden week bij voorbeeld. Ik zie jonge mensen en ik denk: nog een heel leven voor zich. Wat een mogelijkheden, wat een kansen. Er te zijn. Een heel leven voor zich. Zondag blijkt dan dat dat leven nog uit één dag zou bestaan.
Bij de school hangt de vlag halfstok. De condeleance-sites staan vol met bewijzen van medeleven. Verdriet spreidt zich in ringen. De gezinnen, de families, de school, vrienden en bekenden – de dorpen. Vragen die opkomen – en waarvan je weet dat ze niet beantwoord kunnen worden. Waarom?
Jules de Corte zei het zo:
Te midden van het leven is de dood
En waar de dood is, daar is ook het leven
Wat is meer van belang: waarheid of brood?
Wie kan op alle vragen antwoord geven?
De mens is klein, de wijsheid goed en groot
In wiens handpalm staat onze naam geschreven?
Of vind je dat soort vragen overdreven?
Zoals ik zei: dit is een ander verhaal.
24 maart 2007
