Kookles

De column van Leo de Oude

2 juni 2007 Leo de Oude

Kookles

Luisteraars,

natuurlijk weten wij met hoeveel genoegen u naar de Lokale Omroep Krimpen luistert. De afwisseling van allerhande programma's van klassieke muziek via jazz tot pop en van regio-informatie tot kerkdiensten. In dat ruime aanbod vindt iedereen wel iets van haar of zijn gading. Dat doet ons genoegen. Maar we vermoeden ook wel dat u eigenlijk iets mist. Zo'n rubriek die u in iedere krant, weekblad of televisiezender tegenkomt. U weet wel wat ik bedoel. De kookrubriek. Sla uw Telegraaf er maar op na: tips om ingrediënten voor de maaltijd in te kopen. En in uw Privé vindt u elke weer een handig recept. Zet de tv aan: grote kans dat er zo'n kakelende kok verschijnt. Die lui worden allemaal door bedrijven betaald om zo vaak mogelijk het merk X of Y te noemen in hun programma.

Hoe dan ook, u mist een kookrubriek bij uw favoriete zender: L.O.K.-radio. Dat is gewoon fout.

Nu kan ik wel om me heen gaan kijken wiens fout het eigenlijk is, maar daar kom je geen stap verder mee. Zei Augustinus niet: "Fouten hebben is niet erg, maar weten dat je fouten hebt en die niet verbeteren, dat is erg." Ik richt me naar de kerkvader en ga dit LOK-foutje weg werken.

Nu heeft het weinig zin gelijk met het recept voor een sole de ligne à la fondue de poireau te beginnen. Het inkoken van de saus gaat vast mis. Laten we eenvoudig beginnen. We kunnen dit als een eerste kookles beschouwen.

We beginnen met aardappels. Waarom met aardappels, dat is niet echt sexy? Ja, zo zit het alfabet nu eenmaal in elkaar. En aardappelen zijn tenslotte het volksvoedsel bij uitstek. We komen heus nog wel aan zwezerik en zwoerd toe.

Met aardappelen kan je zoveel. Koken, bakken, pureren, frituren, wokken, poffen, stomen, stoven, roerbakken en roosteren. Allemaal erg lekker en niet moeilijk. Maar laat mij u een goede aanwijzing geven om van uw aardappelen een werkelijk volmaakt gerecht te maken. De clou zit 'm in het schillen. Schillen, u weet het waarschijnlijk wel, doe je boven een oude krant. Ik zie nog wel eens mensen en die schillen boven een plastic bakje. Dat kan echt niet. Als je zo'n aardappel later eet, denk je: 'hm, wat proef ik voor vreemd smaakje? Niet echt lekker.' Dat komt dan door het plastic bakje, waarboven de aardappel is geschild.

Om het recept nog verder te verfijnen raad ik aan de oude krant te leggen in een vierkant, houten bakje – ik herhaal: vierkant en hout – met schuin opstaande randen. Daarin hoort de oude krant te liggen. Denk nog eens aan de tijd dat u uw grootmoeder aardappels zag schillen. Dan ziet u ineens zo'n bakje voor u. En kookte oma niet de lekkerste aardappels die er bestaan. Dus een houten bakje en vierkant. Kijk het gaat al fout omdat de plastic bakjes meestal rond zijn. Dan krijg je nooit een smakelijke aardappel op tafel.

Nu, met deze aanwijzing zal het u niet moeilijk vallen een heerlijke aardappelschotel te serveren. Zie ze daar smullen, de aardappeleters. Die Bourgondische lekkerbekken hebben aan de aardappels nog geen genoeg. Ze willen ook nog een pannetje jus. Nou, daar geef ik zo dadelijk enkele aanwijzingen voor.

Boven de grote rivieren combineren we het aardappelgerecht graag met een stukje vlees. Roept u maar wat. Wat zegt u? Biefstuk. Ah, u bedoelt een entrecote. Zodra u het waagt in een restaurant zo iets te zeggen raffelt de ober een onbegrijpelijke formule af. Niet te verstaan, maar ik vertel nu even wat hij zegt. Bleu, saignant, à point of bien cuit?

U weet ondertussen hoe u moet reageren. Medium, stamelt u. Met een serieus gezicht schrijft de ober dat op. Hij zal het doorgeven aan de keuken. Daar maken ze niets anders als medium. Ach, wie kan al die maten van gaarheid ook onderscheiden?

U. U kan dat. Met behulp van een muis. Niet die aan uw computer bungelt. Of die nu net zijn holletje in de bijkeuken inschiet. Maar uw eigen muis. Onderdeel van uw hand. Hoe gaat dat?

Zet een geleerd gezicht. Breng het topje van de wijsvinger tegen het topje van uw duim. Voel nu eens met de vinger van de andere hand hoe de muis voelt. Zacht hè? Zo zacht heet in de gastronomie: bleu. Schakel nu uw middelvinger in en leg die tegen de duim. De muis wordt al wat stugger: saignant of, op z'n Amerikaans, red. Dan moet de ringvinger er aan geloven die nu een boog spant naar de duimtop. Nu is de muis, wat de biefstuk meestal is: medium, à point. U begrijpt het al: de buitenste vingertoppen tegen elkaar en u voelt een perfecte bien cuit muis. Done.

Vergelijk het vlees op uw bord met uw muis en begin een interessante discussie met de ober.

Thuis gaat het natuurlijk allemaal anders. U merkt zo wel of het lekker wordt. Maar om het echt lekker te maken moet er toch wat jus bij. Nou zijn we al zo lang bezig met onze kookles, dat u die jus het beste uit een kant en klaar zakje kunt halen. Kijk maar in het schap van de supermarkt. Prima spul en zo gemakkelijk. In de supermarkt staan ze voor het grijpen. Jus is er van twee heel goede merken. Die merken wilde ik even noemen, maar dan grijpt de mevrouw, die hier in de studio de baas is, in. Die merken noemen, dat mag niet, dat is reclame. Ze kijkt heel streng. Ik reageer beteuterd en protesteer een beetje. "Nee echt," zegt ze, "merken noemen, dat maggie niet doen. En zit nou niet zo te kniezen en te knorren."

Daarna kijkt ze weer vriendelijk. Ik snap er niets van.

Luisteraars, misschien kunt u het wel begrijpen.

2 juni 2007