Scholierenstaking

De column van Huib Neven

1 december 2007 Huib Neven

Die scholierenstaking is een vicieuze cirkel. De scholieren snappen niet waarover het gaat. Intussen vertoeven ze op straat in plaats van op school en protesteren ze voor minder lessen. Dat betekent dat er nog minder mogelijkheden zijn om ze uit te leggen waar het over gaat, dus gaan ze de straat weer op, omdat ze niet weten waarover het gaat.

Om te voorkomen dat wij het met elkaar ook niet meer weten, zet ik even de zaak op een rij:

Leerlingen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs moeten sinds een paar jaar 1040 uur per cursusjaar op school doorbrengen. Daarvoor was het 1067 uur. Omgerekend komt die 1040 uur neer op vijf en een half uur per dag. Dat is inderdaad erg veel als je daarna nog naar de stad of naar je bijbaantje in de supermarkt moet.

In de bovenbouw is de norm trouwens maar 1000 uur. Daar is de school dus een bijbaantje geworden.

Nu blijkt dat sommige scholen moeite hebben die normen van 1040 en 1000 uur te halen. Dat komt o.a. doordat docenten onder schooltijd vergaderen of op cursus gaan en doordat de scholen te kampen hebben met zieke docenten.

Soms worden leerlingen dan naar huis gestuurd. Niet de beste oplossing, want thuis is niemand en de leerling belandt op straat. Dat vinden ouders terecht niet leuk, hoewel een aantal van hen er geen bezwaar tegen schijnt te hebben dat hun kroost al rellend en demonstrerend eieren en stenen als projectielen en auto’s als trampoline gebruikt.

Een andere mogelijkheid bij uitvallende lessen is, om leerlingen op school op te vangen. Scholen hebben daarvoor onderwijsassistenten aangetrokken, ze hebben enorm geïnvesteerd in studieruimtes, leercentra en computers. Leerlingen kunnen meer of minder zelfstandig aan de slag. Als ze het goed aanpakken hoeven ze thuis niet meer voor school te werken. Dat komt goed uit, want huiswerk is uit de tijd. Thuis werk je niet voor school, maar zit je achter tv of pc. Mooi toch dat je dan 1040 uur hebt om alles op school af te handelen? Maar zo ervaart de protesterende jeugd dat niet. Ze voelen zich opgehokt, al ben ik bang dat dat ophokken meer te maken heeft met hun kakelend samenzijn dan met het opgesloten zijn.

Natuurlijk snap ik dat elk verzetje in het schoolleven welkom is, vooral als het om lesuitval gaat. Dat is altijd zo geweest en zal ook altijd zo blijven. Bovendien is het spannendste van de school het groepsgebeuren, de ontmoeting met elkaar. Wat is er dan leuker dan met elkaar de straat op te gaan, zeker als je mag roepen dat je te lang op school zit.

Maar ga me nu niet vertellen dat het deze demonstrantjes te doen is om de kwaliteit van het onderwijs.

Ik maak me wel zorgen over die enorme vernielzucht die zich van die groepen meester maakt.

In Parijs gaan ook jongeren de straat op, nog veel gewelddadiger. Maar daar gaat het om een groep die zich jarenlang gefrustreerd aan de rand van de samenleving staande moet houden. Daar kun je je nog iets bij voorstellen.

Maar hier gaat het om jongeren die niets te kort komen.

Is het verveling? Zijn het verwende pubers die nog niet weten waar de grenzen liggen?

Misschien moeten we als ouders en opvoeders de hand in eigen boezem steken. We hebben ze alles gegeven: iPod, mobiel, geld, veel vrijheid ook, maar misschien zijn we vergeten ze te wijzen op hun verantwoordelijkheden.

Maar kom, ik moet niet te veel somberen. Gisteren zijn er op het museumplein maar 60 relschoppers opgepakt. Met de meeste van die jongelui zal het trouwens wel gewoon goed komen. Bovendien moet je nooit generaliseren: ik heb veel jongeren en scholieren meegemaakt die wel prima bezig zijn met de school en hun toekomst.

Misschien dat juist daarom dat rellerige vandalisme me in het verkeerde keelgat is geschoten.

Een van de actualiteitenprogramma’s die in de afgelopen week aandacht besteedde aan de scholierenstaking, liet vlak daarop een documentaire zien over bootvluchtelingen. In de macht van gewetenloze mensensmokkelaars probeerden ze in de nacht met een wankel bootje levend in de buurt van een menswaardig bestaan te komen.

Als leerlingen daarvoor de straat op zouden gaan, zou ik meelopen. Het mag wat mij betreft ook tegen het pestgedrag of discriminatie op school, maar protesteren voor minder onderwijs…Ik zou het niet doen!