Een nieuw begin
De column van Leo de Oude
5 januari 2008 Leo de Oude
Een nieuw begin
Luisteraars,
het is vandaag 5 januari 2008. Dit is het ogenblik waarop we elkaar volgens de regels van de etiquette nog iets mogen toewensen voor het nieuwe jaar. Ik zou ook iets in die geest moeten zeggen. Maar heeft u daar wel behoefte aan? Zit u verlegen om nog een nieuwjaarswens?
U bent deze week al zo vaak gelukkig nieuwjaar gewenst, door familie, door goede bekenden, door al die leuke jongens en meisjes die de krant rondbrengen, door winkeliers en door radio en televisie. Hebt u er nou werkelijk behoefte aan, dat ik ook nog eens een duit in het nieuwjaarszakje doe? Ik aarzel ook, omdat het ook allemaal erg afgezaagd is. Wanneer hoor je nu echt eens een originele nieuwjaarswens? En zou je zelf nog iets bijzonders kunnen zeggen?
Vroeger was alles beter, dat weet u wel. We hebben nu dat leuke boekje van de Historische Kring Krimpen aan den IJssel. 'Heil- en Zegenwenschen' uit Krimpen aan den IJssel, heet het boekje. Als je dat boekje met wensen leest weet je zeker dat er niets te veel gezegd is met de opmerking dat het vroeger allemaal veel beter was. De nachtwakers maakten een prachtig gedicht van tientallen regels lang. Daarin bedachten ze alle belangrijke mensen in het dorp met een specifieke zegenwens. De teksten waren ingebed in woorden die getuigden van onwrikbaar godsvertrouwen. Als vip kon je je aangesproken voelen, want de gedrukte wensen kwamen natuurlijk onder veler ogen.
Voor onze tijd kunnen we hieraan als conclusie verbinden: het moet allemaal veel persoonlijker. Je moet de brandmeester niet zomaar gelukkig nieuwjaar wensen, maar tegenover hem de verwachting uitspreken dat hij alle branden in het dorp snel en met weinig waterschade (om over de belendende percelen nog maar te zwijgen) mag doven. De innige wens van ons aan de vuilnisman is dat hij het vuil van het vuurwerk gemakkelijk en vlot weet op te ruimen. Want we wensen elkaar wel veel goeds op 1 januari, maar het fatsoen om zelf de resten van het vuurwerkfeest op te ruimen is maar weinigen gegeven. Daarom… lieve vuilnisman, doe uw werk met glans.
Persoonlijke wensen, geven en ontvangen, hoe ver kom je er mee? Laten we eens voorstellen dat we een wens krijgen van onze minister-president. Hoe zou die kunnen luiden?
Langnote, koeffu gee glukkig nwjaa twense, wan mè di kabnet hebbu vezelf een goe tweeduizenacht. Di kabnet onder dees mistepresden zogter vò dadde oude tijde as bij de V.O.C. trugkome. Assik dan tog een wens moe uispreke dannisset daddik in hrinnerin wil brenge dadder gense zijn aan psoonlijke moglijkhede in zoverre u mag stijge, maa meddun broep op naasteliefde nie tveel stijge in slaris wan daavò hebbewe de Balknende – norm. Langnote, tga u goe.
Na de wens van de minister-president vermelden we als contrast de persoonlijke wens van de uitvaartondernemer, die zijn belangen in het oog houdt. Hij beperkt zijn wens tot de helft van wat er gewoonlijk gezegd wordt: een mooi uiteinde. Dat is voor hem voldoende.
Voor al onze sportvrienden in 2008 wensen we natuurlijk een grotere medicijnkast, zodat hun prestaties op de baan en in het veld nog beter worden.
Zo ziet u maar. In de traditie van de nachtwakerrijmen valt er nog best wat te verzinnen. We hoeven ons niet afgestompt te voelen met een vaste formulering. Individualiseren! Maak er wat van!
En nu ben ik weer terug bij het begin, want ìk heb u nog steeds niets toegewenst. Hoe zal ik dat nou eens origineel doen?
Ja, eh…, ik weet op het ogenblik zo gauw niets. Dus, eh…, luisteraars, de beste wensen voor 2008.
5 januari 2008
