Stad en dorp

De column van Leo de Oude

1 maart 2008 Leo de Oude

Stad en dorp

Luisteraars,

we kunnen over veel dingen van mening verschillen, maar over één ding zijn we het wel eens. Daar mag ik toch van uit gaan. Ik bedoel: dat uw gevoelens niet anders zijn dan de mijne. Dat u me direct bijvalt en zegt: daar had je toch niet zoveel woorden over vuil hoeven maken. Dat weet toch iedereen – hier in het dorp.

Nou goed, daar hoef ik dus verder geen argumenten meer voor te geven. 'Waarvoor?', vraagt u nu. O ja, dat was ik nog vergeten te zeggen. Gewoon, dat wij in het fijnste dorp van Nederland wonen. Omdat we het daarover zo met elkaar eens zijn, ga ik geen opsomming geven van de fijne dingen van ons dorp. Al het groen, de mooie huizen, het voortreffelijke gemeentebestuur, ik praat er niet over. Ook zeg ik maar niet hoe heerlijk je hier kunt wandelen en fietsen met de hele Krimpenerwaard als onze achtertuin. Ik zwijg over alle op maat toegesneden voorzieningen, de winkels, de Tuyter met de voortreffelijke bibliotheek. En uit bescheidenheid houd ik maar helemaal mijn mond over die vreselijk goede lokale omroep met mevrouw Roeloffs als coryfee op de zaterdagochtend.

Maar als we het allemaal zo eens zijn, dat er niets gezegd hoeft te worden, dan zijn we vanochtend gauw klaar met deze column. Daarom toch maar even aan één aspect van Krimpens rijke verenigingsleven aandacht geschonken.

De Historische Kring Krimpen aan den IJssel. Jawel, die club, die op zo'n inventieve manier terugkijkt op hoe het vroeger was in het dorp. Daarover verschijnen geregeld alleraardigste boekjes. Wij zijn verrast dat in die boekjes nog heel wat plaatjes staan van hoe ons dorp en de bewoners er vroeger uitzagen. Primitieve foto's soms, maar wat een sfeer! Goed dat de mensen zoveel bewaard hebben. Daar horen dan ook nog gevoelige verhalen bij over het dorpsleven in vroegere tijden.

En nu neemt de Historische Kring ook verantwoordelijkheid voor de toekomst. Dat lijkt een beetje tegenstrijdig. Zorg voor de geschiedenis die nog geen geschiedenis is? Ja, de Historische Kring gaat nu het materiaal verzamelen voor de boeken die over vijftig of honderd jaar worden geschreven over de geschiedenis van Krimpen aan den IJssel. De foto's en de verhalen van nu vullen de vertederende boeken van als wij er niet meer zijn. Of misschien worden het nooit boeken, maar power point presentaties of woorden en beelden in technieken die we nu nog niet kennen of kunnen verzinnen. Maar dat doet er even niet toe. Vanaf Herodotus, 2500 jaar geleden, is iedereen geïnteresseerd in verhalen over vroeger tijden.

Dus volg de oproep van de Historische Kring en maak een foto van uw huis, van uw straat en van uw gezin. En vertel daarbij uw verhaal. Hoe bent u zo in Krimpen verzeild geraakt? Of woont u hier vanaf uw geboorte, net zoals uw vader en moeder en net zoals hun vaders en moeders? Misschien kwam u uit de grote stad, hier tien kilometer verderop, maar waarom komt een stedeling dan naar zo'n dorp?

Ja, wij zijn geboren en getogen in Rotterdam. Rotterdam, een stad om van te houden. Niet omdat ze zo groot en dynamisch is, niet om al de moderne architectuur, niet om de haven, die steeds verder naar de zee opschuift en nauwelijks nog deel van de stad is. Maar omdat we er kind zijn geweest, een stad in beweging, een stad in opbouw na de verwoesting in de tweede wereldoorlog. Een stad die groeit en jijzelf die groeit, dat geeft kennelijk een binding die je nooit verliest.

Tot zover alles duidelijk? Maar waarom wonen we dan in Krimpen aan den IJssel? Waarom wonen we al langer buiten de geadoreerde stad dan er binnen?

Terug naar de tweede helft van de twintigste eeuw. Na alle ellende gaat het goed met Rotterdam. Er wordt veel gebouwd. Kantoren, bedrijven, utiliteitsbouw, bruggen en tunnels. De metro, de ruit van snelwegen, Ahoy-hallen.

En woningen. Er is nog steeds woningnood, erfenis van de oorlogsjaren. Er worden in, wat heet, de vrije sector fraaie appartementscomplexen neergezet. Helaas voor starters te duur. Gelukkig staat daar een gemeentebestuur tegenover met een sociaal, ja zelfs een socialistisch beleid en dat gemeentebestuur zorgt voor goedkope woningen. Dat is mooi, maar het zijn er wel te weinig, dus komen er scherpe selectiecriteria. Man en vrouw (iets anders leek toen nog niet te bestaan) moeten samen ten minste 60 jaar zijn. En ze mogen niet meer dan zoveel verdienen. En een economische binding met Rotterdam hebben. Genoeg regels om voorlopig je alle illusies op een goede woning te ontnemen. Uiteindelijk vinden we in een buurgemeente een net nog betaalbare flat.

In de jaren tachtig krijgt de gemeente Rotterdam in de gaten dat haar bevolkingsopbouw niet ideaal is. Men mist bepaalde segmenten in een evenwichtig demografische opbouw. De economisch aantrekkelijke groepen zoeken hun heil elders en de stad blijft met steeds meer 'zorggroepen' achter. De nota waarin de problemen indertijd werden geïnventariseerd heet veelzeggend: Leegloop en toeloop. Want die vertrekkers moeten maar weer eens terugkomen. De nota heeft mensen zoals wij op het oog. Wij stellen te hoge eisen. Citaat uit de nota: 'Zij verlaten de stad omdat zij geen aantrekkelijke woning kunnen vinden.' Flauwekul, we vonden helemaal geen woning en werden volgens plan de stad uitgewerkt. Zo zat dat met de leegloop.

De leegloop van Rotterdam vormde de toeloop naar een krans van wat toen nog plattelandsgemeenten genoemd konden worden rond Rotterdam. Zoals Krimpen aan den IJssel, waar wij terecht kwamen. Enige scepsis hadden wij wel: zo'n dorp, een slaapstad, niets te beleven. Of zoals de Rotterdamse nota het zo fijntjes uitdrukt: 'een karakterloze agglomeratie van huizen.' Met in ons achterhoofd: zodra we het ons kunnen permitteren: terug naar Rotterdam.

De nota 'Leegloop en toeloop' had de klaroenstoot moeten zijn waarop al die geboren en getogen Rotterdammers weer naar hun moederstad zouden terugkeren. Maar zo gebeurde het niet. Wij hadden inmiddels ontdekt hoe aantrekkelijk het is in een dorp als Krimpen te wonen. Het voorzieningenniveau doet niet onder voor dat van een stadswijk. Rotterdam ligt op fietsafstand en er is uitstekend openbaar vervoer. Wij zijn van de stad én van het dorp. Ten opzichte van Rotterdam is voor ons een evenwicht ontstaan tussen chauvinistische gevoelens en depit vanwege de verbanning.

En Krimpen, ja dat Krimpen, dat is het fijnste dorp van Nederland, maar daar waren we het al over eens.

1 maart 2008