Johan Cruijff
De column van Huib Neven
23 februari 2008 Huib Neven
Het gaat niet goed met Ajax. Niet dat ik daar wakker van lig. Ik kom nooit in de arena. Hoogstens eronder om mijn auto te parkeren en vervolgens met hetzelfde parkeerkaartje goedkoop naar het centrum te sporen.
Nee, als voetbal nou alleen maar een spelletje was, dan zou ik er nog wel warm voor kunnen lopen. Maar het is verworden tot keiharde business. Het gaat al lang niet meer om een rollende bal en een doelman die moet worden verschalkt, maar om een voetbalimperium, bestuurd door goed in het pak en in de slappe was zittende bobo’s. Het spel en de sportiviteit zijn daaraan ondergeschikt geworden. En de voetballers? Zij gaan als wel erg dure broodjes paling over de toonbank van de transferwinkels, op weg naar het grote geld en een luxe leven.
Eigenlijk wil ik er niet veel mee te maken hebben, maar dat is moeilijk in een landje waar de media ons willen doen geloven, dat een leven zonder sportuitzendingen, samenvattingen en het geleuter er omheen, een verspild leven is.
In het achtuurjournaal van afgelopen woensdag was het weer prijs. Alsof er niets anders in de wereld te melden was, opende de nieuwslezer met de in crisis verkerende Amsterdamse voetbalclub.
Wat is er aan de hand?
Als ik het allemaal goed begrepen heb, is het bij Ajax een zooitje. Niet alleen worden er geen cups meer binnen gehaald, maar de bestuurders schijnen er ook een rommeltje van te maken. De chaos compleet. Maar als de crisis op z’n diepst is, is de redder nabij.
Hij kwam in zijn zwart-glimmende limousine de toegangsweg van het stadion opglijden. Zijn smalle profiel werd nog net door paparazzifotografen vastgelegd, toen hij in de intercom zijn komst aankondigde. Hier is Johan Cruijjff, de redder van de Arena.
Vanaf dat moment stond Nederland op zijn kop. Reporters renden achter het voetbalwonder aan en probeerden hun microfoon onder zijn neus te krijgen. Sportverslaggevers raakten niet uitgepraat en uitgespeculeerd over niet alleen zijn voetbalkwaliteiten, maar ook over zijn managerscapaciteiten.
Hij wordt geen trainer en geen directeur, zo begreep ik, maar wel de baas die alle touwtjes in handen krijgt. Vraag me niet hoe. Maar hij gaat Ajax redden. Wat?! Hij gaat het land redden.
De media (en wij met hen) laten hem uitgroeien tot een ware held. Een levende legende. Er wordt gesproken over een hervormer, over paradijselijk perspectief. De man die vanuit het hemelse Barcelona neerdaalt, wordt zelfs “de verlosser” genoemd. Dat zijn initialen deze betiteling onderstrepen, moeten we maar aan het toeval toeschrijven.
In actualiteitenrubrieken zien we zijn leven voorbijgaan, alsof hij al dood is. Er worden mensen geïnterviewd die bij wijze van spreken bij zijn wieg stonden, of moet ik zeggen: kribbe. Een van die geïnterviewden blijkt dan ook nog Hans Bethlehem te heten.
We zien het beroemde muurtje in Amsterdam-betondorp waar het allemaal begon. We zien zijn spectaculaire bewegingen op de voetbalvelden. We horen over zijn grote daden als trainer in Amerika en Barcelona … Kortom, we zien een man die alles in zich heeft om de chaos te beteugelen, een man waar we achteraan hollen, als een amateurelftal achter de bal.
Ik kan het nooit vatten dat we met z’n allen zo massaal vallen voor één persoon. Er zijn zoveel mensen die voor een minder astronomisch salaris een grotere bijdrage aan de samenleving leveren.
Waarom deze buitenproportionele heldenverering? Is het omdat we altijd weer behoefte hebben aan een volksheld? Een krachtfiguur die in tijden van chaos en crisis voor ons uitgaat en waar we in blinde verering ons aan uitleveren?
Weet u dat ik daar altijd een beetje bang van wordt. Het lijkt wel of we niets van de geschiedenis leren. We zouden beter moeten weten. Te vaak is de mensheid bedrogen uitgekomen bij zogenaamde grote en sterke figuren.
Ach, eigenlijk heb ik het niet over Johan Cruijff. Het spreekt ook tot mijn verbeelding dat een volksjongen erin is geslaagd zich op te werken tot een welgesteld en in de voetbalwereld invloedrijk persoon. Het is hem van harte gegund.
Nee, het gaat mij om de val van kritiekloze heldenverering, waar we steeds weer intrappen.
Er is deze week een biografie verschenen van Joop den Uyl. Als jonge jongen van 15 jaar had hij korte tijd sympathie voor de sterke macht die in het Duitsland van de dertiger jaren opkwam. Die zou de crisis kunnen aanpakken en de chaos kunnen beteugelen. Maar toen Den Uyl zag hoe die macht misbruikt werd, keerde hij zich er snel van af.
Dat voorbeeld moeten we maar voor ogen houden.
