Lintje
De column van Leo de Oude
26 april 2008 Leo de Oude
Lintje
Luisteraars,
voor het programma 'Ochtendeditie' word ik aangekondigd als columnist. Ik hoef u niet te vertellen wat u van een columnist mag verwachten. Hij of zij (er komen steeds meer zijen) neemt een stukje actualiteit als uitgangspunt en geeft daar commentaar op. Dat commentaar is op zijn best kritisch, vaak ironisch of sarcastisch, ja zelfs cynisch. De columnist verdient het brood met een opgeheven vingertje en zure opmerkingen. Lekker aan het overdrijven en als hij dat goed doet kan het nog wel eens tot vrolijkheid leiden. Dat is ten minste nog wat. Vaak is zijn succes gebaseerd op eenzijdigheid, gebrek aan nuance of gewoon horkerigheid.
Zo nu weten we weer waar een columnist voor staat en wat we kunnen verwachten. Maar vandaag… Mag ik vandaag voor één keer een beetje burgerlijk zijn. Niet verrassend uit de hoek komen door een gewaagde kijk op de zaken. Gewoon de meest voor de hand liggende dingen in dit praatje verwerken. Met uw permissie: mag het een beetje banaal zijn?
Het gaat over deze bijzondere dagen, zo op eenderde van het jaar dat nog veel vreugde en verdriet kan brengen. Een heel jaar vooruit kijken lukt niet, maar wel een weekje, misschien zelfs veertien dagen. De zon schijnt, veel mensen hebben vakantie, we leven hier in vrede en vreedzaamheid. Ik praat in het algemeen en weet dat een individuele situatie er heel anders uit kan zien. We kijken uit naar feestdagen, ik herhaal: feestdagen, zoals Koninginnedag en Hemelvaartdag. Welke betekenis u daar ook aan hecht, ik hoop dat het voor u werkelijk feestdagen zijn. Dan snipperen we nog wat en we hebben ineens een extra vakantie van twee weken. Simsalabim van de welvaartsstaat. Van harte gegund.
Hoe meer wij onze zegeningen prijzen, hoe meer ik me bezwaard voel. Dat is geen goede voedingsbodem voor een kritische, ironische, of sarcastische tekst. Wat hebben we te klagen?
Wat hebben we te klagen? Dat is een retorische vraag. Daarop antwoorden we dan stilzwijgend niets. Niets te klagen? Dat is te gemakkelijk, want heel wat medeburgers hebben wel hun problemen. Als ik dan in een wat positivistische stemming ben zal ik toch iets moeten aangeven waarop dat optimisme is gebaseerd.
Nou, daar gaan we dan. Ik hoef er niet lang over na te denken, want het verhaal werd gisteren gedicteerd door de burgemeester die negen koninklijke onderscheidingen uitreikte. Lintjesregen, heet zoiets. Denkt u nou niet: ja dat zijn de bekende Nederlanders zoals Danny de Munk, Imca Marina, Ton Sijbrands. Verder een paar ambtenaren die veertig jaar stempeltjes hebben zitten zetten en nu gefêteerd worden vanwege hun uithoudingsvermogen. Dat zijn toch de figuren die met een lintje worden versierd?
Maar nee, het verhaal is anders. Let op, de burgemeester van ons dorp is aan het woord. Over ieder van de gedecoreerden heeft hij iets te vertellen. De toehoorders krijgen een overzicht van de inspanningen die onze medeburgers zich getroost hebben voor het gezamenlijke welvaren van deze gemeente. Soms strekt de betekenis van het werk van betrokkene zich ruimer uit dan alleen Krimpen aan den IJssel, maar het lijkt of de burgemeester dan terugdeinst om daar te veel aandacht aan te geven. Het gaat om Krimpen en wat daar iedereen voor iedereen doet. Langdurigheid, ja, dat wordt wel gewaardeerd, maar dan vooral voor vrijwilligerswerk in kerk, politieke partij, hulporganisatie, brandweer, sportvereniging en nog veel meer.
Al met al liggen achter de wat dorre opsommingen over wat iedereen gedaan heeft om de onderscheiding te krijgen vaak gevoelige verhalen. Mensen die iets willen betekenen voor anderen. Mensen die niet langs de kant blijven staan als er iets moet gebeuren. Die inzicht hebben en overzicht en bereid zijn hun schouders ergens onder te zetten.
De burgemeester werd, om een dichter te citeren, de burgemeester werd wellicht, gedreven door zijn burgerplicht, maar ik, ik zat daar als eenvoudig medeburger en had evengoed het trotse gevoel dat zo de dingen toch maar gaan, hier bij ons, in Krimpen aan den IJssel. Vandaar mijn positivisme. Trots op Krimpen, maar dan met goede redenen.
Dit is een persoonlijke bekentenis van uw columnist. Maar het wordt nog persoonlijker. Negen lintjes voor een dorp met ruim 27.000 inwoners. Eén op de drieduizend. Dat ziet er nog niet zo persoonlijk uit.
Maar let op. Want bij degenen die zich dan zo actief hebben ingezet voor de Krimpense gemeenschap, hoort ook iemand die al bijna twintig jaar actief is bij de Lokale Omroep Krimpen aan den IJssel. En die iemand zit hier tegenover me in de studio. Margaret Roeloffs, mijn baas hier bij de Ochtendeditie.
Gisteren heb ik haar al mogen feliciteren met de onderscheiding, maar vandaag herhaal ik dat graag nog eens een keertje voor de microfoon:
Margaret: gefeliciteerd en zeer verdiend.
26 april 2008
