Virtueel opvoeden
De column van Huib Neven
17 mei 2008 Huib Neven
Wij gaan vandaag een beetje opvoeden. Dat wordt een steeds lastiger bezigheid.
Vroeger was het voldoende als we onze kinderen leerden dat ze met twee woorden moesten spreken, hoe ze hun tanden moesten poetsen, hoe ze een weg moesten oversteken. Daar kom je tegenwoordig niet meer mee weg.
De mogelijkheden en verleidingen in de wereld van jongeren zijn zo ingewikkeld en veelomvattend dat onze kinderen daarin verdwalen als we ze aan hun lot overlaten.
Het begon met de televisie. In het begin was het nog wel regelbaar. De uitzendingen begonnen om zeven uur ’s avonds. (Ja ik weet het, dat is lang geleden). En Zwiebertje zag er anders uit dan MTV. Nu kan ons kroost 24 uur per dag kijken naar alles wat de televisiemakers aan goeds, maar vooral aan lelijks te bieden hebben. Daar komt bij dat de kinderen niet meer onder toezicht in de huiskamer hun televisiemenu consumeren, maar met een eigen toestel op hun eigen kamer.
Wij opvoeders vinden het wel rustig. Liever dan het gejengel van “ik heb niets te doen”.
Zo kruipen jongeren stap voor stap onder de bescherming van hun opvoeders uit en scheppen hun eigen wereld. Terwijl wij denken dat ze braaf aan hun werkstuk voor school werken, vergapen zij zich aan beelden van geweld en seks en creëeren zich een verwrongen beeld van de wereld en het leven.
De zegen van de technische vooruitgang kan zo maar een vloek voor onze kinderen worden, als we hen tenminste niet geleerd hebben er goed mee om te gaan.
Nu is daar de computer bijgekomen en internet. Communicatiemiddelen met oneindige mogelijkheden. Niemand van ons kan er meer buiten. Ze hebben ons opgeslokt zoals de walvis Jona tot zich nam. We kunnen geen kant meer op zonder computer, email, printer en internet. Natuurlijk, het heeft voordelen en mogelijkheden. Ik hoef niet meer naar de brievenbus, niet meer naar de bibliotheek, niet meer naar de winkel.
Maar ik ontmoet daardoor geen mensen meer. Het leven bestaat alleen nog uit ik en mijn scherm, opgesloten in de buik van de walvis, die niet van plan lijkt ons de vrijheid te hergeven.
Voor onze jongeren geldt dit in verhevigde mate. Zij zijn met de hard- en software vertrouwd, zoals wij vroeger met het trapveldje aan het eind van de straat. En omdat zij er mee kunnen lezen en schrijven (ik bedoel figuurlijk, want letterlijk is het een ander verhaal) zijn ze ook steeds beter in staat hun eigen onechte wereld te chatten en te smn’en. Een virtuele wereld waar de opvoeders steeds minder zicht en greep op hebben.
Want vergis je niet, internet heeft een dimensie aan ons leven toegevoegd en dat is mooi, maar allerlei elementen met slechte bedoelingen hebben zich er ook meester van gemaakt.
Mijn krant wijdde deze week een uitgebreid artikel aan de gevaren van internet: Digipesten, porno, hackers, loverboys, pedofielen en zelfs een zelfmoordhype.
Pesten is altijd een verwerpelijke bezigheid geweest. Maar nu gebeurt het stiekum en anoniem via smn, en dat is geniepig en gemeen tot in het kwadraat. Je wilt niet weten wat ze elkaar toewensen….”Morgen ben jij dood” is nog een van de netste verwensingen. Het zal je kind maar wezen dat er het slachtoffer van is, of – dat kan natuurlijk ook – dader. Ik weet niet wat erger is.
Verder kennen we de voorbeelden van kinderen die via internet in de groezelige handen van gewetenloze pornodwazen en ander gespuis vallen.
Het is gebleken dat puberproblematieken, zoals depressiviteit op internet enorm worden uitvergroot. Vroeger waren we in onze puberteit ook zum Tode betrübt. Maar je sloot je op in je kamer en schreef in je dagboek dat het die dag weer niks was. Nu zet je het op internet en honderden lotgenoten leven mee en verhevigen je probleem. Zo greep via internet een zelfmoord van een puber snel om zich heen, doordat de internetbezoekers het cultiveerden tot een goede mogelijkheid.
Het verontruste is dat we er als opvoeders niet of laat achter komen, omdat de jongeren zich opsluiten in hun virtuele wereld en hun opvoeders daarmee buiten sluiten. Ze lopen te ver achter in de kennis en omgang met al deze nieuwe middelen en mogelijkheden. Als we niet uitkijken hebben we het nakijken.
Red onze kinderen, zou ik daarom willen roepn. Hoe? Internet verbieden is geen optie. Je kunt de tijd niet terugzetten. Maar we moeten wel over de schouders van onze kinderen mee blijven kijken en ze leren hoe om te gaan met deze communicatiemiddelen die eigenlijk geen communicatiemiddelen zijn. “Virtuele opvoeding” heet het in het genoemde krantenartikel.
Sprak hier een sombere, oude man? Valt wel mee. Hij ziet de verworvenheden van onze tijd en maakt er zelf gretig gebruik van voor zover hij het snapt en ermee om kan gaan.
Maar hij wil ook graag dat onze kinderen hun leven niet moeten slijten in de buik van een walvis.
