Inklinken

De column van Leo de Oude

24 mei 2008 Leo de Oude

Inklinken

Luisteraars,

goedemorgen en gefeliciteerd. Gefeliciteerd, waarmee?

Gefeliciteerd omdat u in of vlak bij het Groene Hart van Holland woont. Dat u kunt genieten van de heerlijke natuur hier in de Krimpenerwaard. Dat u niet ver hoeft te lopen of te fietsen om echt buiten te zijn. Een schitterend landschap dat voor het grootste deel drijft op veen, de overblijfselen van het oerbos dat hier lang geleden heeft gestaan.

Mooi spul, dat veen. Je kan het afgraven, drogen, in repen snijden en opstoken in de kachel. Dan heb je geen last van de hoge olie- en gasprijzen.

Ja, het is mooi spul, dat veen. In Friesland maken ze er zelfs een toeristische attractie van, met een uitkijktoren en een ijscokar aan de rand van het Fochtelooërveen. De Hoge Venen in België, tegen de Duitse grens aan, bieden schitterende wandelmogelijkheden. Kortom: veen is fijn.

Totdat…, totdat je er op gaat bouwen, woonhuizen, straten. De woonhuizen staan op palen, die doen geen kwaad, maar die wegen en straten waarover je bij de huizen moet komen. Daar krijgt het veen het te kwaad mee. Het kruipt in elkaar. Vocht wordt er uit geperst. Het verbindt zich met de zuurstof uit de lucht. Het verbrandt als het ware. Het veen klinkt in. Indrinken en klinken doen vrolijk aan, maar inklinken is minder plezierig. De straten in de nieuwe wijken van Krimpen krijgen een flinke laag zand op het veen om een stevig bed te vormen voor de bestrating. Maar dat zand maakt de last voor het veen nog zwaarder. En waar mensen zijn, daar komen auto's. Bescheiden personenwagens, maar ook bussen en zware vrachtwagens. Die zorgen er voor dat de pudding nog verder in elkaar wordt gedrukt.

Maar geen zorgen. Als al het spul al te veel in elkaar is gedrukt, dan gaat de gemeente zorgen voor ophoging van de straat. Jarenlang denk je: ze mogen hier wel eens iets aan doen. Steeds weer een opstapje erbij naar het huis, want het huis zakt niet. De straat met bobbels en kuilen, want het veen klinkt niet gelijkmatig in. Hier moet iets gebeuren!

En ja, daar zijn ze. In een paar dagen is het uitzicht veranderd in het decor van een science fiction-film. Grote machines beheersen het toneel. Bulldozers, graafmachines, shovels, kranen, vorkheftrucks. Eén dag is voldoende om een rijk met bomen en struiken beplante allee te veranderen in een troosteloze zandvlakte. Eksters vliegen radeloos rond op zoek naar hun vaste plekje.

Geruisloos gaat het allemaal niet. Het felgekleurde materiaal geeft uit zichzelf al veel motorgeronk. Dat wordt nog eens versterkt met tuut – tuut – tuut, zodra ze achteruitrijden. Hele korte bochtjes draaien ze, zoals je dat met je eigen auto ook zo graag zou willen als je een klein parkeerplekje in de stad ontdekt. De bewegingen van al die mastodonten vormen een boeiende choreografie.

Soms gaat er wel eens iets mis. Dan is je eigen auto (braaf geparkeerd voor het huis) toch te klein om opgemerkt te worden vanuit de gigantische vrachtwagen. Deukje – wordt keurig afgehandeld. Soms snijden de harde werkers in eigen vlees. De nieuwe rioolput is met veel zorg uitgericht en staat eindelijk zoals hij moet. Dan komt een collega even langs voor een andere klus en geeft de kolk een krachtige duw. Foutje – opnieuw beginnen.

Er zijn veel spelers op dit toneel. Want bestrating omhoog brengen heeft zo zijn consequenties voor lantaarnpalen, riolering, kabels en waterleiding. Alle nutsbedrijven staan op scherp. De een brengt overtollig zand van rechts naar links, maar de volgende dag brengt de ander hetzelfde zand van links naar rechts – observeert de stuurman aan de wal. Het water wordt gedurende een paar uur afgesloten. Keurig aangekondigd. Maar na die paar uur is de afsluiter, waarmee de nieuwe leiding weer aangesloten moet worden zoek. Een noodploeg draaft op. Een toneelstukje apart in de avondlijke uren. Met grote tekeningen, die niet kloppen. Met maar eens een kuil graven en nog een: waar zou die afsluiter zitten? Uiteindelijk komt ook dat goed. Er is weer water.

Het moet nog mooi worden. Dat hopen we dan maar. Voorlopig waait er nog zoveel zand rond, dat de auto dagelijks gewassen zou moeten worden. Lantaarnpalen en verkeersborden staan scheef. Alles klinkt harder door het ontbreken van groen. De bewoners moeten zelf aan de slag om hun tuintjes weer in orde te krijgen. Al eerder hebben ze de aansluitingen naar hun huizen moeten herstellen. Na het grote werk het kleine werk. Weer een andere manier van parkeren aanwennen. Opletten dat een oprit heel anders ligt, zodat je bij een te grote snelheid de bodemplaat van je auto over de stenen hoort schuiven.

Verzakte straten door het inklinken van het veen. Ze moeten er iets aan doen! En dan doen ze er wat aan, en dan nog niet tevreden? Ambivalente gevoelens, heet dat. Enerzijds – anderzijds. Er zit gewoon niets anders op. Laat ze maar komen. Voor ons staat medio 2008 op de website van de gemeente.

En als het ons dan te machtig wordt kunnen we altijd nog vluchten naar het originele veen in de prachtige Krimpenerwaard.

24 mei 2008