Kleine meisjes
De column van Leo de Oude
16 augustus 2008 Leo de Oude
Kleine meisjes
Luisteraars,
kijk om u heen. U ziet mensen in soorten en maten. Mannen en vrouwen. Groot of klein en daartussen van gemiddelde lengte. Jong of oud of van middelbare leeftijd. De huidskleur varieert van bijna wit tot bruinzwart.
Al die mensen zijn onderwerp van studie door sociologen en psychologen en sociaal-psychologen. Niet allemaal tegelijk, maar groepsgewijs. Bij voorbeeld bestuderen zij allochtone A.O.W.-ers. Ongehuwde moeders tussen 35 en 45. Studenten in het laatste jaar voor hun afstuderen.
Deze keer hebben ze goed gekeken en geluisterd naar kleine meisjes. Echte kleine meisjes van zo'n jaar of vier. En waar die onderzoekers benieuwd naar waren: wat die kleine meisjes wilden worden.
Jongetjes van die leeftijd willen brandweerman worden of politieagent of diezjee. Dat zijn beroepen die aanspreken. Daar kan je mee voor de dag komen. Van kleine meisjes verwacht je eerder iets in de verzorgende sfeer: verpleegster, stewardess, schooljuffrouw. Maar daar kom je niet meer mee weg in een samenleving die al drie emancipatiegolven over zich heen heeft gekregen. De kleine meisjes hebben met de paplepel ingekregen dat ze ook met een volwaardig beroep voor de dag moeten komen. Een beroep waar een man zich niet voor zou schamen.
De sociologen zijn benieuwd wat die hele kleine vrouwtjes zich voorstellen. Willen ze manager worden? Of circusdirecteur? Misschien computerexpert?
Zo kleine meid, vertel eens wat je wil worden? Zonder enige aarzeling komt het er uit: Prinsesje. En dat zegt niet één meisje, maar bijna allemaal die ondervraagd worden. Er is nauwelijks variatie: de kleintjes willen allemaal prinsesje worden. Maar wat betekent dat?
Bij de jongensdromen kunnen we ons iets voorstellen. Brandweerman, goed, ze zullen het niet allemaal worden, maar een stuk of wat vervullen toch een heel nuttige functie in de maatschappij. Ook al weten ze het zelf misschien nog niet zo goed, wij weten wat we hebben aan brandweerlieden. En aan politieagenten. Iets minder aan diezjees. Maar prinsesjes, wat heb je eraan? En wat willen ze eigenlijk dan gaan doen?
Dus vraagt de onderzoeker: en als je dan prinses bent, wat doe je dan? Goeie vraag, dat drukt zo'n meisje met hun neus op de werkelijkheid. Wat doe je dan?
Nou, dan doe ik hele mooie kleren aan! En als je die dan aan hebt, wat dan? Dan zet ik ook nog een kroontje op mijn hoofd.
De onderzoeker doet krampachtig z'n best om duidelijk te maken dat kleren en kroon geen levensvervulling zijn. Er moet toch iets gebeuren. Op weg naar een levensdoel.
Het kleine meisje lijkt zich wel bewust te zijn dat ze meer inhoud aan haar keuze moet geven. Ze neemt de draad van het gesprek over en gaat op eigen kracht verder: En dan komt er een prins en die moet goed voor mij zorgen. Hij brengt mij elke ochtend een kopje thee op bed en…
De onderzoeker kan het niet meer aan. Thuis wordt hij om de oren geslagen door een zeer geëmancipeerde vrouw, die precies weet wat meisjes moeten willen. De echtgenote heeft al een concept gemaakt van het onderzoeksverslag. De vrouw in de 21ste eeuw, gaat het heten. Daarin passen verhalen over nietsdoende prinsesjes en theeschenkende prinsen volstrekt niet. Met zulke verhalen kan de onderzoeker niet thuis komen. Er zijn toch genoeg voorbeelden van vrouwen die het wel gemaakt hebben. Waarom willen die kleine meisjes niet zoiets worden als Trijntje Oosterhuis, Nina Brink of Rita Verdonk?
Ze willen niet. Ze hebben duidelijke voorbeelden voor ogen van prinsesjes. Hun namen beginnen allemaal met een A. Zelf heet dat kleine meisje Truus en ze begrijpt echt wel dat die naam niet kan. Om te beginnen wil ze dus een andere naam. Er is keuze genoeg als het echt op die A aankomt. Andrea, AnneMarie, Aaltje, Ans en nog veel meer.
Heel gedurfd kiest Truus voor een A die als è klinkt. Alice! Natuurlijk, dan is het stapje naar haar wonderland maar heel klein. De volgende stap is moeilijker, want hoe word je nu zomaar vanuit de knusse doorzonwoning aan de Populierenlaan ineens prinses?
Luisteraars, dit is het ogenblik dat we de problemen niet meer aan kleine meisjes kunnen overlaten. Want ik heb het nu wel steeds over Truus…, pardon Alice, maar die socioloog had al lang ontdekt dat alle kleine meisjes eigenlijk wel prinses willen worden. Het is onze verantwoordelijkheid om dat probleem op te lossen. Hier moet een krachtige daad worden gesteld. Er is maar één echte oplossing: vanaf 1 januari 2009 zijn alle kleine meisjes PRINSES. Misschien moet er hier of daar een wetje worden bijgesteld, maar met een man als Rouvoet voor het hele gezin, dus ook voor kleine meisjes, hoeft dat geen probleem te zijn. Iedereen prinses, dat is toch de apotheose van de democratie. Zegt de grondwet niet dat alle Nederlanders gelijke rechten hebben? Nou, doe er dan wat aan en zorg er voor dat al die lieverdjes gewoon prinsesjes zijn.
Misschien opent Alice en haar vriendinnetjes ons wel de ogen. Want al zal ik niet zo gauw de prinsessentitel voor mijzelf opeisen, er zit nog wel wat mis met het gelijkheidsbeginsel. Waarom bent u, luisteraar, geen baron of graaf of misschien zelfs hertog? U niet, maar er zijn medeburgers die wel rondlopen met van die mooie titels. Markies, ridder, burggraaf, het bestaat allemaal. En u… niets? Ik zou zeggen kies iets leuks en laten we ook vrij zijn onszelf te versieren met zo'n kroontje. Iedereen een adellijke titel. Leuk toch! Nou ja, de zittende adel vindt het misschien minder leuk. Het verdunt de spoeling zo. Je gaat relatief in aanzien achteruit als je als baron ineens hoort dat de glazenwasser
hertog is.
Feitelijk verdwijnt met deze zoveelste democratiseringsgolf het laatste overblijfsel van de standenmaatschappij. Want als iedereen zo'n fraai voorvoegsel voor zijn naam heeft, weet niemand weer wie de titel met de erfenis van zijn ouders heeft meegekregen.
Ja, ook hier moet weer een wetje worden uitgegumd. Misschien is minister Rouvoet daar niet de geschikte gangmaker voor. Zou er tegenstand blijken te zijn dan kunnen we altijd nog ouwerwets actie gaan voeren. Daar schakelen we Groen Links dan voor in. Over twintig jaar weet niemand meer wie het gedaan heeft, maar wij zijn weer een stapje verder op weg naar een democratische samenleving.
Voorlopig maar eerst even ons concentreren op die kleine meisjes die prinses wil worden. Ik heb het rapport van die onderzoeker echt niet nodig. Ik heb zelf een kleindochter van vier.
Weet u wat die wil worden? Ja, Prinsesje.
Voor mij is ze het al.
16 augustus 2008
