Slim en dapper

De column van Leo de Oude

11 oktober 2008 Leo de Oude

Slim en dapper

Luisteraars,

zullen we vandaag de financiële rubriek maar overslaan? Krant, radio en televisie bestoken u doorlopend met analyses van de kredietcrisis, voorspellingen over hoe het verder gaat en vooral goede raad. Voor u is er geen probleem. U hebt natuurlijk al een half jaar geleden een goede raad opgevolgd en toen al uw aandelen verkocht. Geld bij een betrouwbare bank op een rekening gezet en vervolgens gisteren uw hele aandelenportefeuille van toen weer teruggekocht voor de helft van de prijs. Zo doe je dat, zo verdien je aan een crisis. U heeft verder geen advies nodig.

Ja, als ik in de krant kijk staat die helemaal vol met financiële berichten. Of nee, hier nog iets anders. Chirurgen moeten hun handen wassen voordat ze gaan opereren. Daar durf ik eigenlijk niets over te zeggen, want van het medisch bedrijf heb ik totaal geen verstand. Het zijn knappe koppen, die chirurgen. Ze zullen wel een goede reden hebben om hun handen niet te wassen. Een beetje viezigheid verhoogt de weerstand van de patiënten. Toch had ik als volmaakte leek al wel het gevoel dat handen wassen voor een operatie misschien nog niet zo gek is.

O – en dan hier, een filevrije dag. Dat is toch iets bijzonders. Staat op de bladzijde humor. Ja, er waren donderdag wel meer kilometers file dan op andere dagen, maar je mag alleen de files meetellen die goedgekeurd zijn door de A.N.W.B. Zoiets heb ik begrepen van de baas van de wielrijdersbond. Als je nou alleen de door de A.N.W.B. erkende files bij elkaar telt, dan was de filevrije dag een groot succes. Zodanig zelfs dat voorzichtig geprobeerd kan worden volgend jaar twee dagen filevrij te maken. 2010 wordt dan een topjaar met drie dagen zonder files.

Ach, die files, ze kunnen zo gemakkelijk worden opgelost – als je zou willen. Daar is geen moeilijk onderzoek voor nodig en zeker niet meer asfalt. Kijk eens in de fietsenstalling op mijn werk. Op een zonnige dag zoals gisteren is er nauwelijks plaats voor je fiets. Afgeladen. Al die mensen op de fiets, dat helpt tegen de files. Maar als het regent staat de helft van de stalling leeg en 's winters met een beetje vorst – gladheid!- staan er drie fietsen. Waar het dus op neer komt is dat de mensen niet het lef hebben om een regenpak aan te trekken of een beetje lucht uit de banden te laten lopen als het glad is. Dan maar in de file. Misschien begrijpelijk, maar dapper is het allemaal niet.

Ach, dapperheid, bestaat die nog. Jawel, het bestaat nog? Gelukkig zijn er nog wel dapperen onder ons. Ondertussen ben ik wat verder teruggebladerd in de kranten. Daar tref ik het bericht van iemand die echt dapper is. Die het gezag trotseert. Die niet bang is te stellen dat gezag echt niet in zijn woordenboek zit. Een pure revolutionair, een rebel, een opstandige. Iemand die zich niet de wet laat lezen. Hij haat gezag.

We hebben het over een minister. We spreken zelfs over een minister van defensie. Dan denk je: die man zal het dan wel moeilijk gehad hebben toen hij in dienst zat. Hij behoort tot de generatie die – zijnde van het mannelijk geslacht – dienstplichtig was. Gewoon, ieder staatsburger werd onder de wapenen geroepen. Hoe heeft die man het ooit gered met zijn revolutionaire instelling? Met zijn ontkenning van het gezag, met het afwijzen van de bevelen van een meerdere, ondermijnde hij de ondergeschiktheid, de ruggengraat van iedere militaire organisatie. Dat vraagt om moeilijkheden. Dan helpt zelfs dapperheid niet meer. Er moet iets anders geweest zijn waardoor hij het redde.

Inderdaad. Minister Van Middelkoop is niet alleen dapper, hij is ook slim. Als hij alleen dapper was geweest, was hij opgekomen, 'voor zijn nummer', zoals dat toen heette, en had hij bij het eerste dienstbevel het gezag, dat niet in zijn vocabulaire zit, het hoofd geboden en geweigerd het bevel op te volgen. Maar ja, dan kom je in Nieuwersluis terecht en dat is nog minder aangenaam. Dan maar even niet dapper, maar slim. Heel slim deed hij een beroep op de regeling van 'persoonlijke onmisbaarheid'.

Wat is dat - vraagt u zich af. Ja, dat zit zo. Voor sommige dienstplichtigen gold een uitzondering van de opkomstplicht als zij in hun feitelijke omstandigheden werkelijk onmisbaar waren. Denk aan een boerenzoon, die al een aantal jaren in het bedrijf van zijn ouders heeft gewerkt in werkweken van zestig uur of meer met als betaling kost en inwoning. Als zo'n jongen in dienst moet stort het bedrijf ineen, want er is voor een dergelijke taak met dergelijke honorering in zijn plaats geen knecht te vinden. Dat soort situaties dus. Ook is er nog een categorale uitzondering gemaakt voor onderwijzers, omdat in het onderwijs een enorm tekort aan leerkrachten was. Een goede, sociale regeling, die niet alleen het individu, maar ook de samenleving ten goede kwam.

Het ging om uitzonderingen, dat wel. Voor de rest: iedereen onder de wapenen. Een zware last, voor iedereen, want eigenlijk is iedereen op zijn manier onmisbaar. Dienstplicht, een gezamenlijke last voor de veiligheid van het land, die we gezamenlijk dragen.

Maar Van Middelkoop doet niet mee. Was hij onmisbaar als arbeider in een klein familiebedrijf? Als onderwijzer? Nee, meneer Van Middelkoop was buitengewoon dienstplichtig als fractiemedewerker van het GPV. Dat was het Gereformeerd Politiek Verbond. Het Ge-re-for-meerd Politiek Verbond. Niet te verwarren met de Staatskundig Gereformeerde Partij, die in ons dorp actief is. Ook Gereformeerd, maar anders.

Fractiemedewerker van een politieke partij dus, ben je dan onmisbaar? Wel nee, als hij wel in militaire dienst was gegaan, was er gewoon sprake van een vacature, net zoals wanneer hij naar een andere baan was overgestapt. Onmisbaar? Welnee. Maar onze dappere minister geen zin in tijgeren, hindernisbaan en bivak en deed dus beroep op de regeling, die duidelijk niet voor hem bestemd was. Slim! "Ik was heel blij dat ik op een wettige manier de dienstplicht niet hoefde te vervullen", lispelt hij vroom. Toneelspeler! Of op z'n Grieks: hypocriet. Maar onder de Haagse kaasstolp doen we daar niet moeilijk over. Zo geregeld. De fractiemedewerker, toekomstig minister, wordt buitengewoon dienstplichtig.

Buitengewoon dienstplichtig, zo heette dat. Niet: vrijgesteld van dienstplicht. "Kanonnenvlees", noemden de dienstplichtigen dat. De jongens, die niet zo slim en dapper waren geweest om onder de dienstplicht uit te komen. Het verhaal ging, dat als er echt oorlogsdreiging zou komen, de buitengewoon dienstplichtigen alsnog zouden worden opgeroepen en dan een versnelde opleiding moesten volgen. Verantwoordelijke taken, werk met echte vakkennis van het militaire bedrijf kon je ze natuurlijk niet laten doen. Daarom zouden ze worden ingezet voor riskante opdrachten waar men goed opgeleid personeel niet aan wilde wagen. Ik denk dat het verhaal over kanonnenvlees overdreven is geweest. Gelukkig hebben wij het nooit geweten. In vijftig jaar koude oorlog is ons land nooit bedreigd geweest. Dat had te maken met een complex van politieke en militaire factoren. Een van die factoren was een staand leger vanuit alle lagen van de maatschappij, dat een bijdrage leverde aan het delicate evenwicht in de oost-west verhoudingen. We werden flink afgeknepen, maar echt gevaarlijk was het niet.

Onze minister van Defensie heeft zich daar slim en dapper buiten weten te houden. Hij is er nog trots op ook. Hij begrijpt het geloof ik niet. Hij zit veilig onder de Haagse kaasstolp, waar men zich niet kan permitteren dit kabinet op zo'n minister te laten struikelen.

In zijn functie heeft hij het morele gezag verspeeld. Maar ach, wat betekent gezag voor iemand in wiens vocabulaire dat woord niet voorkomt?

11 oktober 2008