Waar kan ik trouwens mijn reiskosten declareren, meneer de voorzitter?
De column van Lourens Portasse
11 september 2004 Lourens Portasse

Ik wil ook gehoord worden door een commissie over wat er eventueel fout ging in het verleden.
Over mijn rol in de besluitvorming.
Over mijn perceptie van de gebeurtenissen.
Over mijn plaats in de geschiedenis.
Allereerst zal ik zeggen hoe vereerd ik ben om uitgenodigd te worden. Dat mijn kant van het verhaal waard is om gehoord te worden, want thuis willen ze al lang niet meer luisteren naar verhalen over mijn glorieus verleden. Mijn vrouw zegt dan vaak: "Ik wou, dat je thuis ook zo intelligent was als toen".
Nu ben ik ergens voorzitter van. Mijn vrienden van toen hebben dat voor me geregeld. Het betaalt goed en mijn pensioenvoorziening is ook in orde, maar soms mis ik toch het in de belangstelling staan, de zeiltochten in Friesland, het gevoel van macht en de etentjes met buitenlandse regeringsleiders. Ik was me der een. Echt. Heus.
Ik zou de commissie vertellen over hoe de gesprekken van toen echt liepen. Over mijn inzichten, over mijn twijfels, over mijn gelijk en over het gezeik van anderen. Dat ik niet eens hoefde te dreigen met naar de Koningin te gaan, want mijn woord was natuurlijk wet, in ieder geval voor mijn eigen fractie. En als een would-be politicus zich door mij onder druk liet zetten, was hij daarom al natuurlijk geen knip voor de neus waard. Het past trouwens niet bij de herinnering die ik over mijzelf heb, dat ik anderen op zo'n manier onder druk zou zetten.
Het is niet mijn beeld, niet mijn stijl en niet mijn herinnering. Met alle respect natuurlijk voor andermans herinnering natuurlijk, maar dat spreekt vanzelf.
Ik hoop natuurlijk, dat de commissie nu al merkt, dat ik nog net zo kan praten als toen. Dat ik het vak niet verleerd ben. Dat ik er nog ben. Toch even vanavond naar Den Haag vandaag kijken. Is alweer een tijd geleden, dat ik daar te zien was.
Dan de moeilijke vragen over hoe het precies ging, wat de correcte volgorde was en met wie op welk moment werd gepraat.
"Nee, natuurlijk heb ik me door niemand laten ompraten, nee, natuurlijk diende ik alleen de Kroon, het land.
Natuurlijk ging alles naar eer en geweten. Twijfel ken ik nog steeds niet. Het was een goed besluit, een verdedigbaar compromis.
Wie niet voor ons plan was, werd natuurlijk beschouwd als onze tegenstander. En tegenstanders maak je belachelijk, je brengt hen in diskrediet, maakt hen 't spreken onmogelijk. Ik voel de opwinding, de spanning van de actie, van het politieke gevecht weer door mijn lichaam razen.
Oh, voorzitter, vraag me meer, laat me die dagen weer opnieuw beleven. Laat me die momenten weer voelen, proeven, inademen, oh voorzitter……. wat zegt u? Is de tijd al weer om? Zijn er geen vragen meer? Ik was toch niet zo belangrijk, als u dacht? Mijn informatie draagt niets bij aan wat u al wist?
Maar… ik heb nog een anekdote over mijn ontmoeting met de vorige president van de Verenigde Staten van Amerika. Ik heb nog tenminste twee kwinkslagen ingestudeerd!
U wilt het niet meer horen, zegt u. Ja, tot ziens dan maar.
Ja, u ook bedankt. Waar kan ik trouwens mijn reiskosten declareren, meneer de voorzitter.
© Lourens Portasse 2004
LOK #158, 11 september 2004
