Vogels 2

De column van Leo de Oude

29 maart 2009 Leo de Oude

Vogels (versie 2)

Luisteraars,

hebt u ook zo genoten van het boekenweekgeschenk? De Boekenweek ligt nu al weer een week achter ons. U heeft tijd genoeg gehad om het boekje te lezen dus u kent ook het treurige slot van 'Een tafel vol vlinders'. Ik hoef u niets te vertellen.

Voor alle boekenliefhebbers is de boekenweek het hoogtepunt van het literaire jaar. En dit jaar was het wel een heel mooie week met een prachtig thema.

Hoor ik het goed, gaat, als u terugdenkt aan de Boekenweek, nu in alle huiskamers een luid gejuich op? Hier in de studio kan ik dat niet horen. Maar als ik over de Boekenweek praat hoor ik wel duidelijk: waf, waf, waf – en miauw, miauw en natuurlijk: tsjiep, tsjiep, tsjiep. Ja, de dieren reageren enthousiast en dat begrijp ik wel. De hele boekenweek stond in het teken van het dier.

Dieren en literatuur. Dieren komen al voor in de Bijbel. Vanaf de klassieke schrijvers uit Griekenland en Rome spelen dieren een rol in verhalen. Reinaard de Vos. Bolke de Beer. Iedereen kan zo nog wel tien voorbeelden opnoemen. Een leuk gezelschapsspel: wie kent de meeste dieren in de literatuur?

De rol van het dier in boeken en verhalen kan heel verschillend zijn. Vaak in een bijrol: het hondje van de hoofdpersoon. Maar ook de hoofdpersoon zelf. Complete verhalen waarin alleen maar dieren voorkomen. Dieren worden dan voorgesteld met menselijke eigenschappen. Ze houden de mens een spiegel voor. Je lacht om de domme ezel en ontdekt dan dat die net zo handelt als je zelf wel eens doet. De vos is iedereen te slim af, maar zouden we zelf niet graag zo slim zijn? De domme ezel, de slimme vos, de wijze uil, ga zo maar door. Ezel, vos en uil en een heleboel andere dieren zijn symbolen geworden.

Het was een prachtige boekenweek. Voor de fanatieke boekenliefhebbers, maar ook voor iedereen die wel van boeken houdt. Of van dieren houdt. Dat is natuurlijk het leuke van dit thema: ook als er niet altijd een boek op je nachtkastje ligt of in de tas zit waarmee je de trein instapt, dan ben je misschien nog wel een geweldige dierenliefhebber. Voor al die mensen lagen rond een miljoen exemplaren van het boekenweekgeschenk klaar. Midas Dekkers, die ons bij het radioprogramma Vroege Vogels altijd zo leuk bezig hield, schreef het Boekenweekessay dat je er voor een paar euro natuurlijk ook bij nam.

Zo, nu heb ik wel voldoende reclame gemaakt voor de boekjes en de diertjes. Maar, neem me niet kwalijk, ik meen het wel. Nu nog even een invuloefening aan de hand van de werkelijkheid en de verbeelding. De werkelijkheid is dat in de voor ons doen toch wat ruige winter de vogels het bijzonder moeilijk hebben gehad. De verbeelding is een van de kostelijke verhalen van A. Koolhaas. Koolhaas schreef geen verhalen over dieren, maar van dieren. Alles wat hij een dier laat doen en zeggen, dat komt allemaal uit het dier zelf. De vogels die het moeilijk hebben, daar hadden we het over. Daar hoort het verhaal bij van Mia. Haar nest lag op een zonnescherm. Toen de zon ging schijnen werd het scherm naar beneden gelaten. Door weg te vliegen kon Mia zich redden, maar drie eitjes vielen kapot op het terras en twee netgeboren vogeltjes werden weggeveegd door de mevrouw die het zonnescherm naar beneden had gelaten. Voor Mia de huismus was het hele leven moeilijk.

Het moeilijke leven van een vogel in de winter. IJs op het water, geen voedsel meer aan de bomen of op de grond. Doe er wat aan! Wat je dan doet is een voederplank monteren in de tuin en die elke dag voorzien van oud brood en gemengd zaad. En ook nog eens pindanetjes in de bomen en mezenbollen aan takken.

Die voedertafel, als een heliveld aan de rand van de struiken, is een veilig plekje tegen katten en agressieve honden. Wie zitten er allemaal op? Er is ruimte voor een zwerm mussen zoals Mia. Maar al gauw dalen er grote vogels: eksters, kauwen, tortels, houtduiven, een enkele merel en een zwarte kraai. Zij vechten om een plek op de voedertafel. Van mededierlijk gedrag is geen sprake. "Ik zit hier en ik wil niemand in mijn buurt hebben." Ja, totdat je toch een bang wordt van de indringer. Even een schijngevecht met snaveluitvallen in elkaars richting. Daarna wijkt een van beide.

Wie wijkt er? Een kleine vogel wijkt voor een grotere. Mezen, roodborstje, vink en winterkoning vliegen al gauw weg en zitten ergens in de struiken en vinden daar genoeg van hun gading. Of ze hangen aan een vetbolletje. Merels scharrelen over de grond. Maar die grote jongens en meiden willen toch echt op de voedertafel hun slag slaan. Wie is daar uiteindelijk de baas? Als je geregeld naar het vogelgebeuren kijkt zie je dat er een hiërarchie bestaat. Er is een rangorde. De kauw wijkt voor de Vlaamse gaai, die op zijn beurt op de vlucht gaat voor een ekster. De tortel zit daar ergens in de rangorde tussen. Maar wie staat bovenaan als de meest onverdraagzame vogel? Dat is de duif. Zo'n fraaie dikke, ogenschijnlijk gemoedelijke houtduif. Die is het minst inschikkelijk. Ook als er meer dan genoeg voer is valt hij uit in de richting van alle andere vogels. Hij gunt zich nauwelijks tijd om zelf iets te eten. Hij gaat graag een pikgevecht aan. De duif, was dat niet het symbool van de vrede? Ja, zolang iedereen maar doet wat hij wil.

Alleen al over het doen en laten rond de voedertafel valt zo veel te vertellen. Je kan je wel voorstellen dat je met een beetje fantasie eindeloos over dieren kan schrijven. Daarom hebben we dit jaar zo genoten van de Boekenweek.

28 maart 2009