Dieren

De column van Huib Neven

7 februari 2009 Huib Neven

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik houd niet van dieren. Eigenlijk moet ik het anders zeggen: ik houd niet van het houden van dieren. Want de vogeltjes in de tuin en de eekhooorns in het bos hebben mijn tedere belangstelling. Maar zo gauw dieren in huis of in een kooi worden opgesloten om als speelgoed voor de mensheid te dienen, haak ik af. Mensen die er anders over denken, moeten hun radio maar even op een andere zender afstemmen, want ik wil niemand op het hart trappen, ook al gaat de vrijheid van meningsuiting in ons tolerant landje erg ver en mogen we van Mark Rutte zelfs alles zeggen.

Ik heb dus niets met huisdieren. O ja, wij hebben thuis de hele dierenriem afgewerkt: een poes, een konijn, een cavia, een rat…, we hebben zelfs kippen gehouden. Maar de poes wilde nooit gezellig op schoot en was altijd de hort op; de cavia ging al gauw dood; de rat ontsnapte, het konijn vervuilde, ondanks de stellige belofte van onze kinderen om iedere week het hok schoon te maken. En de kippen legden wel heerlijke eitjes, maar vonden het nodig ’s morgens om vijf uur al zoveel keet te trappen, dat de redelijk goede verhouding met de buren op scherp kwam te staan.

Aan een hond zijn we zelf nooit begonnen, maar we hebben er ooit wel een aan mijn schoonmoeder gegeven. Voor de gezelligheid, dachten we. Maar dat beest had vlooien en luisterde voor geen meter. Toen hij het goede mens op een kwade dag ondersteboven trok en in haar hand beet, had mijn liefde voor het huisdier het absolute nulpunt bereikt. Nee, geef mijn portie maar aan Fikkie.

Ik realiseer me dat ik tot een uitstervend ras behoor, want tegenwoordig heeft iedereen een hond. Wat zeg ik, je telt als hondenliefhebber niet mee als je niet een hele kudde hebt. Ik zie mensen op straat die zich laten voortslepen door drie, vier, vijf van die viervoeters. Zij lijken de mensenwereld te willen transformeren in een dierenwereld. Je wordt als mens steeds meer in een hoek gedrongen. Je telt niet meer mee.

Ik denk wel eens dat mensen een huisdier nemen, omdat ze niet van mensen houden. Een hond kun je drillen en laten doen wat je zegt: Ik ben de baas, zogezegd. In de omgang met mensen ligt dat anders. Met mensen moet je rekening houden. Nou dat doen die hondenliefhebbers van geen kant. Ze vinden het geen punt als hun speeltjes straat en stoep en gazon bevuilen met hondenpoep en ze lijken niet van plan daar iets aan te doen. Wanneer zie je nou iemand zijn hond uitlaten met een schepje en een plastic zakje? Nooit! De meeste hondenuitlaters kijken de andere kant uit als hun troetel zijn darminhoud deponeert op de plek waar ik even later langskom. Als je er wat van zegt kan je een klap voor je kop krijgen. Die mensen kan ik nou haten. Je zou van de weeromstuit een huisdier nemen. Maar ja, ik houd niet van huisdieren.

Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat mijn troost en toeverlaat, ik bedoel de literatuur, zich ook heeft laten overrompelen door de dieren. De komende boekenweek gaat uitgerekend – ze doen het alleen maar om mij te pesten – over dieren. Vorig jaar over oude mensen en nu over dieren. Waarom niet over warme bakkers, of over bomen, of over de zin van het leven…

“Het wordt tijd dat schrijvers het dier ontdekken”, roept Midas Dekker, maar die vindt met Darwin dat er geen verschil is tussen mens en dier. Hij roept de mensen dus op wat meer aandacht aan hun soortgenoten te besteden.

Nou, ik vind dat niet nodig. Dieren zijn andere wezens dan mensen en mensen moeten ze zeker niet opsluiten en behandelen alsof ze ze zelf gebaard hebben. We moeten de dieren gewoon aan hun dierlijk lot overlaten. En als de schrijvers van de boekenweek er zich nu ook mee gaan bemoeien, gaan die paar mensen die nog geen huisdier hebben er ook een aanschaffen. De hele stoep vol hondenpoep. Dan is er voor mij straks geen plaats meer op deze wereld.

Maar misschien zie ik het allemaal te somber en keert de boekenweek zich ook tegen gevangen huisdieren. Het thema luidt niet voor niets: “Tsjielp, tsjielp – de literaire zoo”.

En Tsjielp, tsjielp gaat natuurlijk over mussen en dat zijn in vrijdheid levende rondvliegers. En het mussenbestand is de laatste jaren, in tegenstelling tot het hondenbestand, sterk achteruitgegaan. Dus ik hoop maar dat de verhalen van de boekenweek ons stimuleren om ervoor te zorgen dat de invrijheid levende dieren kunnen blijven voortbestaan. En misschien gaan die schrijvers van de boekenweek er wel voor pleiten al die gekooide en geknechte dieren hun vrijheid terug te geven. En dan komt het toch nog goed in de wereld.