Paus

De column van Huib Neven

16 mei 2009 Huib Neven

Laatst heb ik een unieke kans aan me laten voorbijgaan. We waren in Rome. Toen we het plein van de St. Pieter opliepen zaten daar duizenden mensen op grijze kuipstoeltjes te wachten op…. jawel op Benedicturs XVI himself, de paus in levende lijve. De kardinalen in rood-zwart waren al aangetreden en hadden zich opgesteld aan de zijkant van de baldakijn, waar een fraaie bisschopszetel reikhalzend uitzag naar zijn eminente bezitter.

Hoelang zou het nog duren voordat de paus naar buiten zou komen? Drie kwartier bleek na informatie. Dat is wel lang voor een witte man die iets gaat zeggen wat ik toch niet versta. Bloemen waren er niet, dus hij zou wel niets in het Nederlands zeggen. Trouwens, soms kun je maar beter niet horen wat hij zegt over voorbehoedsmiddelen en dat soort zaken.

We besloten niet te wachten, maar het Vaticaans museum te bezoeken. Daar hoefden we niet in de rij te staan, want iedereen was op het plein voor de kerk om een glimp van de kerkvorst op te vangen. Zelfs die glimp hebben we dus aan ons voorbij laten gaan.

Om alles in het Vaticaans museum goed te bekijken, heb je minstens een paar jaar nodig. Wij deden het in een paar uur. Wat een schatten, wat een gobelins, wat een beelden, wat een schilderijen, wat een kostbaarheden… Met de opbrengst ervan zou het hongerprobleem in de wereld in één keer zijn opgelost en de crisis en het milieuprobleem erbij. Maar misschien is het niet de taak van de kerk om zich met armoede en honger bezig te houden.

Toen we weer bij de St. Pieter kwamen, was de menigte verdwenen en de paus ook. Als troosteloze getuige was daar het lege plein dat met de door elkaar gegooide stoeltjes een surrealistisch schilderij leek.

We konden nu ook de kerk in. Buiten hadden we de paus weliswaar gemist, maar binnen kon je er niet omheen. Alle pausen hebben een prominente plaats in de kerk gekregen. Bijna martiaal stonden ze daar, uitgehouwen in steen, de rechterarm geheven als teken van kerkelijk gezag, en zoals de geschiedenis leert, soms ook wereldlijke macht.

Nee, u voelt het al, ik heb niet zoveel met de paus.

En nu denkt u misschien dat ik als rechtgeaard protestant ook niets van de Katholieke kerk moet hebben. Nou, dat is niet zo. Ik hou erg van Gregoriaans en voor een mis van Mozart of Pergolesi kun je me wakker maken. Ik loop ook altijd elke Roomse kerk binnen, al is het maar om de kruiswegstaties te fotograferen voor mijn verzameling. (Wist u trouwens dat de staties van de St. Pieter buiten hangen? Binnen is er kennelijk alleen plaats voor Petrus en zijn opvolgers en niet voor de kruisweg van Christus.)

En nu ik dit allemaal opschrijf loopt de paus in Israël op zijn woorden te letten. Hij moet weer zijn uiterste best doen geen partij te kiezen en geen verkeerde woorden te spreken. Hij lijkt een evenwichtskunstenaar op het smalle koord. Wat dat betreft staat hij in een goede traditie. Zijn voorganger Pius XII trok in de oorlog ook geen partij, zelfs niet toen de Joden uit Rome werden weggevoerd. Hij heeft daarom een niet benijdenswaardig plekje gekregen in het Yad Vashem Museum in Jeruzalem, als een aanklacht tegen een zich afzijdig houdende kerk.

Het vaticaan is het daar niet mee eens. “Hij heeft in stilte wel wat voor de Joden gedaan”, zei een woordvoerder van het Vaticaan. Een medewerker van het museum merkte toen terecht op: “Als het Vaticaan in de archieven stukken vindt die dat bewijzen, willen we daar graag de nodige aandacht aan besteden.”

In ieder geval bezoekt Benedictus dat gedeelte van het Yad Vashem Museum niet. Hij wil die confrontatie niet aangaan. Weer houdt de pauselijke macht zich op de vlakte van de koe en de geit. Alleen een spijtbetuiging zou al een groots gebaar zijn. Nu mogen we al blij zijn dat hij zich niet aansluit bij de holocaustontkenning van een van zijn onderdanen.

Dat het in de kerk ook anders kan, leerden we kortgeleden bij een bezoek aan Leipzig. Daar in de Nicolaikerk kwamen op 9 oktober 1989 een paar duizend mensen bijeen om onder de ogen van Stasi-bewakers openlijk en geweldloos te protesteren tegen het meedogenloze DDR-regime. Toen de bijeenkomst afgelopen was en de kerkdeuren open gingen, bleken er buiten nog eens tienduizenden mensen te staan met een kaars in de hand. Uiteindelijk leidde dit geweldloze protest tot de val van de muur.

Gisteren las ik in mijn krant een achterafberichtje over een hotelhouder in Oostenrijk. Hij had een email gestuurd naar een Joodse familie, waarin hij meldde dat ze geen kamers meer verhuren aan Joden op grond van eerdere “slechte ervaringen”. Dat is toch werkelijk en letterlijk godgeklaagd, (ook trouwens omdat de krant dit schokkende bericht niet op de voorpagina plaatst. )

Als de paus op het plein van de St. Pieter hiertegen een protestbijeenkomst zou beleggen, dan zou ik met plezier drie kwartier wachten om hem in levende lijve te zien.