Zorgeloos
De column van Huib Neven
29 juni 2009 Huib Neven
Ik kom uit een gezin van zes kinderen. Allemaal jongens. Dat was sappelen in de vijftiger jaren, kan ik u verzekeren. Maar dat verhinderde mijn ouders niet het hele spul in de zomervakantie in te pakken en naar een meestal bouwvallig vakantieonderkomen te verplaatsen. Een complete verhuizing, in de vrachtauto van de zaak waar mijn vader ploeterde om voor iedereen brood op de plank en kleren om het lijf te krijgen. Mijn moeder ging met de kleinsten voorin de cabine, mijn vader met de rest in de open achterbak tussen fietsen en een hutkoffer waarin de halve huishouding gepropt was, inclusief de zondagse kleren.
In mijn beleving stapten we in die twee weken elke dag op de fiets. Mijn moeder vervoerde de jongste. Mijn vader had er een voorop en een achterop in zelfgefabriceerde fietstoeltjes. Wij oudsten moesten zelf trappen op onze tweedehands vehikels. Zo doorploegden we de Veluwe, over paden die of te droog of te nat waren, in ieder geval nooit verhard. Doodop waren mijn ouders na de vakantie.
Later gingen we naar Katwijk. Daar hoefden pa en ma alleen maar aan het strand te zitten. Mijn moeder in haar bloemetjesjurk. Mijn vader als ik mij goed herinner met stropdas, alleen sokken en schoenen gingen uit, de broekspijpen een paar slagen opgerold.
Wij in zwembroek, met lijven wit als gebleekte katoen. Maar dat duurde niet lang. Na één dag waren we rood als een kreeft en bij iedere aanraking, zelfs van een licht bloesje, schreeuwden we het uit van de pijn. De zon als de koperen ploert
Wisten wij veel. Niemand had ons gewaarschuwd voor schadelijk UV-licht.
Dat is nu wel anders. Nog maar een paar dagen schijnt de zon, of van alle kanten worden we gewezen op de gevaren van haar vriendelijke, doch verleidelijke stralen. Er is zelfs een zonkrachtbericht uitgevonden. Als de zonkracht hoger dan 6 is, dan is het geraden je boerka uit de kast te halen. En voor bouwvakkers, zo hoorde ik net op het journaal, moet er behalve een vorstverlet nu ook een zonverlet komen. Kunnen ze lekker naar het strand.
We kunnen geen stap zetten in ons leven of een of andere instantie heeft er wel wat over te zeggen. Het lijkt of we niet meer zelf ons leven kunnen regelen.
Net of er altijd een wakend oog over je doen en laten gaat.
Als ik een vlieg doodsla, ben ik bang dat Mariannen Thieme achter me staat.
De enkele keer dat ik op straat een zak patat eet, kijk ik angstig om me heen of er niet een gezondheidsfreak afkeurend me de frieten uit de mond kijkt.
Ook waag ik het niet meer met een poep gas bij een stoplicht weg te rijden. Stel je voor dat er een voorvechter van het nieuwe rijden naast me staat.
Over een sigaretje of een sigaartje wil ik maar helemaal niet hebben. Je wordt nog net niet samen met de moslims het land uitgezet.
Laatst zocht ik een fietstoeltje om mijn kleindochter af en toe te vergasten op een zonnig toertje. De stoeltjes van mijn vader bestaan al lang niet meer, dus begaf ik me naar de winkel. Ik kon kiezen tussen zo’n goedgekeurd stoeltje waarvoor je de Technische Universiteit moet hebben doorlopen om het aan je fiets vast te maken, of zo’n makkelijk ding dat je even snel aan je stuur hangt. Maar ja, de laatste had geen keurmerk, dus wat doe je…je geeft een vermogen uit voor zo’n ding, waarmee – zo hebben we net geleerd - je ook nog niet in de zon mag fietsen.
Nee, de tijden dat we het zelf mochten uitzoeken, zijn voorgoed voorbij. Nooit meer zorgeloos met een sigaretje in de mond en een patatje in de hand achterop een vrachtauto zonder helm in je blote bast naar het zonnige strand.
We weten te veel, denk ik wel eens en daardoor wordt het leven ingewikkeld, minder onbezorgd.
Vroeger, om nog een voorbeeld te noemen, hadden wij op de lagere school één lastig meisje in de klas. Van tijd tot tijd nam de meester haar mee naar het bestuurskamertje (zoals dat toen heette). Ze kwam meestal snikkend terug, maar was daarna wel weer een paar weken rustig. Nu heeft een bewerkelijk kind ADHD en als het niet al te veel kletst noemen we haar autistisch. Tja en dat los je niet op met een pak rammel.
Moeten we dan weer terug naar vroeger?
Lijkt me niet verstandig. Laten we maar blij zijn met de toenemende kennis van de dingen.
De wereld verandert, de problemen nemen toe en hoe meer we weten, des te beter kan er op tijd aan oplossingen gewerkt worden. En dat we een beetje moeten oppassen met wat we doen en laten, daar worden we alleen maar beter en ouder van.
Dat neemt niet weg dat ik soms heimwee heb naar die zorgeloze tijd.
