Michael Jackson

De column van Huib Neven

11 juli 2009 Huib Neven

De Erasmus Universiteit neemt de vergrijzing serieus. Tegenwoordig lopen daar niet alleen studenten tussen de 18 en pakweg 30, maar er strompelen ook leergierigen van 60 tot 80 rond. En dat niet om de jonge studenten een blik op hun voorland te gunnen, nee, de universiteit organiseert voor die ouderen speciale cursusssen. Je kunt van alles kiezen, van Navo tot Odysseus, van Erasmus tot het elektronisch patiëntendossier.

Omdat ik inmiddels tegen wil en dank ook in die doelgroep ben beland, heb ik me aangemeld. En om die vergrijzing er nog maar eens goed in te wrijven, schreef ik in voor de cursus “En eeuwig zingt de jeugd”, over onsterfelijkheid in het algemeen en in het bijzonder in de muziek.

Ik zal er wat over vertellen. Voor u geheel gratis. Misschien besluit u om ook in te schrijven voor zo’n cursus. Maar let er op, dan moet u wel betalen en u moet een beetje op leeftijd zijn. Hoewel niet behorend tot de eeuwige jeugd, was ik zo’n beetje de jongste, dat kon nog net.

Een knappe filosofische mevrouw leerde ons dat iedereen dat verlangen naar onsterfelijkheid wel kent. Ze vertelde er ook bij waar dat vandaan komt: We willen graag onsterfelijk zijn uit angst voor de dood bijvoorbeeld. Of omdat we vinden dat er toch een soort afrekening en beloning moet plaatsvinden. Het kan toch niet zo zijn dat de schurk niet gestraft wordt en de arme drommel nooit zou kunnen genieten. Dat druist in tegen ons rechtvaardigheidsgevoel.

Verder leerden we dat er verschillende vormen van onsterfelijkheid zijn, zoals een voortbestaan in de hemel of op de aarde, gereïncarneerd als een mossel mischien. Mensen kunnen ook onsterfelijk worden als ze na hun dood iets nalaten voor de mensheid. Zo is Shakespeare een beetje onsterfelijk en Martin Luther King en Johann Sebastiaan Bach en ik weet zeker dat u nu roept: Michael Jackson.

Want hoewel hij nu echt dood is, heeft hij ook een waas van onsterfelijkheid om zich heen, tenminste als zijn fanclub hem nog een poosje in leven houdt.

Voorlopig lijkt dat wel te lukken. Anderhalf miljoen mensen hadden een kaartje aangevraagd voor de herdenkingsbijeenkomst in Los Angeles en een veelvoud ervan volgde de memorial op de tv.

Wat zit daar toch achter? Waar komt die hysterische verafgoding toch vandaan? De mens Michael Jackson kan het haast niet zijn. Hij was een trieste, al vanaf zijn vroege jeugd verminkte persoonlijkheid. Ik begreep dat zijn vader hem al heel jong met veel geweld het podium heeft opgeschopt. Als je als kind al zo vroeg tot een leven wordt gedwongen dat zelfs voor volwassenen onleefbaar is, dan blijf je denk ik in het kindzijn steken. Alle mogelijkheden om als persoonlijkheid door te groeien worden dan in de kiem gesmoord. Misschien is dat de verklaring voor zijn naïeve en rare gedrag met kinderen.

De verering moet dus op iets anders berusten. Ik heb er niet echt verstand van, maar het kan niet anders of Michael Jackson was zeer getalenteerd. Zijn geheel eigen manier van zingen en dansen bracht miljoenen in vervoering. Als een idool, een godheid werd hij aanbeden. Ja, en goden zijn nu eenmaal onsterfelijk.

Of Michael Jackson daar blij mee was?

In veel mythen, zo leerden wij op de bejaardencursus, kan de onsterfelijkheid de goden op de Olympus gestolen worden. Ze willen die graag opgeven voor bijvoorbeeld een aardse liefde, voor een echt leven, zogezegd.

Zoveel is zeker, The King of Pop had geen echt leven. Dat was hem uit handen genomen, door zijn vader, door managers en door een uitzinnig publiek. Zo’n last kunnen sterfelijke benen niet dragen. Daar bezwijken ze onder. En dat gebeurde met Michael Jackson.

Er kleeft nu wel iets onsterfelijks aan hem, maar zou hij diep in zijn hart niet gelukkiger zijn geweest als een gewone sterveling?

Zijn ex-geliefde Brooke Shields hield bij de herdenkingsbijeenkomst met veel snikken en slikken een toespraak. Daarbij keek en wees ze steeds naar boven, waar zij Michael waarschijnlijk vermoedde. Hopelijk kan hij daar in zijn onsterfelijkheid nog een poosje van een gewoon leven genieten.