Voortplanting
De column van Huib Neven
10 augustus 2009 Huib Neven
Het gaat niet goed met de honingbij en zijn wilde soortgenoten. Van de tweehonderd wilde bijensoorten die Nederland nog telt, staan er honderd op de lijst van bedreigde diersoorten.
Daar gaat ons hele verhaal over de bijtjes en de bloemetjes, dacht ik gelijk. Hoe moeten we nu onze seksuele voorlichting inkleden? Zonder bijen immers geen bevruchting. Het is alsof je in het voortplantingsproces de mannen uitschakelt. Dat zou toch een onoverkomenlijke ramp zijn?!
Nee dus.
De bijen zijn nog steeds onmisbaar, maar mannen zijn niet meer nodig voor het voortbestaan van de mensheid. Wetenschappers zijn er namelijk in geslaagd menselijke zaadcellen te ontwikkelen uit de stamcellen van een embryo van enkele dagen oud. En het gaat zelfs lukken om sperma uit vrouwelijke cellen te ontwikkelen.
Nou, daar staan we dan als hoofd van de schepping. Aan de straat gezet als overbodige huisraad. Alleen nog nodig om de boodschappen te doen. “Schat, ga jij even naar de supermarkt voor een onsje sperma, ik wil graag zwanger worden.”
Dat waar wij onze status aan ontleenden, onze mannelijkheid zal ik maar zeggen, staat volledig op losse schroeven. Onze libido zweeft verloren rond als een zaadcel die een eitje gemist heeft.
Dit mag dan het absolute hoogtepunt van de vrouwenemancipatie zijn, het is ook het absolute nulpunt van de viriele mannencultuur.
“Ja maar”, sputtert u als verbouwereerde mannelijke luisteraar nog wat tegen, “de vrouwen hebben ons straks toch wel nodig voor wat gezelschap, als de kunstmatig verwekte kinderen de deur uit zijn?”
Alweer mis!
Want als de vrouw wat ouder is, lopen er nog gezellig wat ontdooide borelingen rond.
Hoe die in haar leven zijn gekomen? Heel simpel. Toen ze een jaar of 30 was heeft ze een paar eicellen laten invriezen en op haar vijftigste zijn daar met zaad van de C1000 nog wat jonge spruiten uit voortgekomen.
En wij mannen staan hulpeloos en verloren aan de kant, als een oude typemachine die het nog wel doet, maar zijn tijd gehad heeft. We zijn niet meer nodig voor de uitbreiding van nageslacht en niet meer nodig voor de gezelligheid.
We kunnen zo het klooster in. Daar was minister Van de Laan nu zo bang voor: gescheiden werelden voor mannen en vrouwen, en dat gaat nu gewoon gebeuren. En dan hebben we het niet over de moslimwereld, maar over onze moderne, technologische samenleving.
Dat kan een normaal mens toch niet meer bijbenen.
Ik stel me een gezin voor waarin de ouders de opvoeding serieus nemen. Ze hebben de kinderen netjes met twee woorden leren spreken en hen bijgebracht dat je niet uit je neus, maar wel met mes en vork moet eten. Ze hebben ze gewaarschuwd tegen drank en drugs en willen de opvoeding netjes voltooien door te vertellen waar de kinderen vandaan komen. Vader doet het woord. We gaan er nog even van uit dat zijn rol niet is uitgespeeld.
“Zo meisje, ga er eens even bij zitten. We moeten eens praten. Eh, vroeger, eh, zag je vaak van die kleine zoemende beestjes die van bloem naar bloem vlogen. Ze zijn helaas uitgestorven, maar ze zorgden ervoor dat er steeds weer nieuwe planten kwamen. Nou, zo ongeveer gaat het ook bij mensen die kinderen willen…”
“O pap, wil je het daar over hebben. Zeg dat dan. Jij denkt zeker nog altijd dat de kindjes ontstaan doordat pa en moe samen knusjes een zaadje en een eitje bij elkaar brengen. Pap, wat ben je ouderwets. Zal ik je eens vertellen hoe ik dat ga doen? Ik ga eerst een reis om de wereld maken, dan carrière en als ik vijftig ben haal ik uit het vriesvak een eicel van mezelf te voorschijn die ik er toevallig gisteren net heb ingestopt.”
“Ha, nou heb ik je, meisje. Dan heb je toch een man nodig. Een eitje groeit niet vanzelf.”
“Pap, ga toch eens met je tijd mee. Dat zaadje kan ik zo ontwikkelen uit een van mijn eigen cellen. Dan is het alleen nog een kwestie van het hele zaakje met een infuus inbrengen en hup pap, daar is je kleinkind
Wat kijk je nou verbijsterd. Is dat allemaal nieuw voor je? Nou, goed dan dat we even gepraat hebben.
Wat zeg je pap? Een man? Tja, ik weet ook niet wat je daar mee moet doen. Ik denk dat jullie je tijd gehad hebben, pap.
Maar wacht eens, straks kan jij mooi oppassen, dan kan ik lekker uitgaan. Zijn die mannen toch nog ergens goed voor.”
