Nieuwe column
De column van Huib Neven
1 november 2009 Huib Neven
Minister Maria van der Hoeven heeft ondernemend Nederland grof beledigd, las ik van de week in de krant. Zij heeft gezegd dat ondernemers geen normbesef hebben en dat ze alleen uit zijn op winstbejag. Natuurlijk vielen de werkgeversorganisaties en de belangenorganisaties van het midden- en kleinbedrijf over haar heen. Hoe durfde ze dat te zeggen. Oneerlijke zakenlui bestaan niet. Ondernemers komen niet uit de onderwereld.
Nee, dat zal niet, maar ik vind wel dat de minister groot gelijk heeft.
Ongetwijfeld zijn er goede ondernemers die wel hun maatschappelijke verantwoordelijkheid kennen en ik heb het zeker niet over al die ploeterende kleine eigen baasjes die een bedrijfje runnen ergens in een garagebox of die in het winkeltje op de hoek een schamel bestaan overeind proberen te houden. Dat zijn de ondernemers die wel normbesef hebben en die klantgerichtheid prioriteit geven boven winstbejag. Die laten de klant koning zijn in plaats van slaaf.
Maar dat soort bedrijfjes is allang verdwenen, opgeslokt door grootondernemers en grootwinkelbedrijven voor wie de klanten niet veel meer zijn dan melkkoeien, die je uit kunt zuigen. Dat zijn de ondernemers die niet meer bereikbaar zijn voor de client. Je kunt ze wel bellen, maar als je na lang wachten en irritante muziek eindelijk aan de beurt bent, word je van het kastje naar de muur gestuurd. Soms beleefd, maar vaak ook niet. Of neem de supermarkt. Je bent tussen de veelheid van produkten al een half uur wanhopig op zoek naar dat ene artikel. Als je al een medewerker kunt vinden, dan wijst die vaag naar een verder liggend winkelpad en laat je verder aan je eenzaam lot over. Nee, ondernemers met normbesef moet je tegenwoordig met een kaarsje zoeken.
Laatst wilde ik mijn fiets laten repareren. De handelaar bij wie ik hem gekocht had, had geen tijd of misschien geen zin, en andere fietsenmakers gaven niet thuis omdat ik mijn fiets niet bij hen had gekocht. Waar is het normbesef van de fietsenmakers? Weten ze wel wat de gevolgen zijn van hun maatschappelijk onverantwoordelijkheid gedrag? Als ze mijn fiets niet repareren, moet ik met de auto. En omdat ik geen elektrische heb, zoals minister Cramer, stoot ik onnodig CO2 uit. En dan warmt de aarde op en gaat de zeespiegel omhoog met alle gevolgen vandien. Maar dat zal die fietsenmaker een zorg zijn. Die gaat dan natuurlijk gewoon waterfietsen verkopen. Want zo listig zijn die ondernemers wel. Als er maar geld te halen is.
Ik voel me als klant met de dag ontheemder. Apparaten en produkten worden ingewikkelder. Ik snap van al die dingen niks meer en ben daardoor een willig slachtoffer in de handen van handige ondernemers. Ze kunnen me van alles wijs maken en in de maag splitsen. Achteraf kom ik er altijd achter dat ik het verkeerde gekocht heb. En als ik wel een keer een juiste koop heb gedaan, dan blijk ik er weer teveel voor betaald te hebben. Of het nu om een onderhoudsbeurt van mijn auto gaat, of over een hypotheek, het zijn altijd de ondernemers en de grote jongens die er beter van worden. Dirk mag dan door de mand gevallen zijn, hij heeft er in ieder geval nog een of meer villa’s aan overgehouden. En ik durf er mijn inmiddels gerepareerde fiets om te verwedden dat hij gewoon een nieuw imperium gaat opzetten door mij het geld uit de zak te kloppen. Want die bankbonzen zijn onverbeterlijk. Die gaan ook na de crisis gewoon op de oude rentevoet verder.
Echt, ik ben het volkomen eens met minister Van der Hoeven. Ondernemers hebben geen normbesef. Ze worden rijk van mijn centen. Ik ben een arme, uitgebuite consument.
Niet dat het ooit anders is geweest. Rijkdom werd altijd al verworven over de ploeterende ruggen van de fatsoenlijke burger. Vorige week bezochten we kasteel Schönbrun in Wenen. Het onderkomen van de Habsburgse keizerin Maria Theresa. Een enorm complex met 1440 weelderig ingerichte vertrekken. Ze had dan wel 16 kinderen, maar bijna honderd kamers per kind lijkt me toch wat overdreven. Alle wanden versierd met verguldsel, gobelins en schilderijen. Eén pronkstuk zou al ruim genoeg geweest zijn om een arm gezin uit de ellende te halen.
De bijbehorende tuin met de omvang van het Kralingse Bos stond vol met wulpse beelden, fonteinen en ímitatieruines in Romeinse stijl. Je moet toch wat met je geld! Een dierentuin en een doolhof maakten van het geheel een soort paradijs op aarde. En dit was nog maar de zomerresidentie.
’s Winters warmde de familie zich in een ander stulpje.
En wie denk je dat dit allemaal betaalde? Juist, de arme ploeteraars zoals u en ik.
En ook al roept minister Maria de ondernemers tot de orde en al maakten ze de dochter van keizerin Maria met de quillotine een kopje kleiner, door de wereld blijft een onoverbrugbare scheidslijn lopen. Aan de ene kant de rijke ondernemers en aan de andere kant….juist, daar zit ik.
Wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een ondernemer.
