Dordrecht
De column van Huib Neven
5 april 2014 Huib Neven
Op 1 april jl. (eerlijk waar) ging ik met de leesclub op stap, als afsluiting van een seizoen waarin we met elkaar een aantal boeken hadden gefileerd. U kent die clubs wel. Boekenclubs bevolkt door voornamelijk senioren. We zijn op onze hoge leeftijd meer rijp voor de literatuur dan vroeger op school. Toen moesten ze ons de boeken door de strot duwen. Meest vrouwen zitten er op de leeskringen. Wat mannen op leeftijd doen weet ik eigenlijk niet zo goed. Ze zitten in ieder geval niet op de boekenclubs. Ze zullen wel stoerdere of intelligentere bezigheden hebben, golf of de rotaryclub.
Onze leeskring bestond uit dertien dames en een heer. De laatste liet het bij het slotfestijn afweten, zodat ik met dertien vrouwen op reis ging. Ik heb altijd al een harem willen hebben, maar nu ik er een had, zat ik toch wel een beetje met mijn handen in het haar. Hoe besteed je aan al die dames evenveel aandacht en hoe houd je de groep bij elkaar? Kortom, hoe houd je zo’n harem in bedwang?
Niet dus. De dames waren gingen volledig hun eigen gang. Ze onttrokken zich volledig aan mijn toezicht. Ze gingen zelf aan boord van de Waterbus en in Dordrecht liepen ze op eigen houtje naar het museum. Ze weigerden netjes hand in hand achter mij aan te lopen.
In het museum luisterden ze wel naar de gids. Die leidde ons langs de kunstverzameling van Koning Willem II. U weet wel, de Koning die in de Slag van Waterloo vocht en daar een mooie wond en de reputatie van “De Held van Waterloo” aan overhield. Je kunt het zijn paard vragen. Dat staat levensecht, maar bij nadere beschouwing in opgezette toestand op de tentoonstelling. We leerden dat de Koning zijn handtekening zette onder de ingrijpende grondwetsherziening van 1848. Men heeft zich lang afgevraagd waarom hij dat deed, want hij leverde daarmee het leeuwenaandeel van zijn macht in. In de biografie die pas over hem verschenen is, wordt dit geheim onthuld. De koning bleek biseksueel te zijn en dus chantabel als Joris Demmink. Hij kon zijn handtekening zetten of men zou zijn vrouw wel eens even vertellen dat hij het ook met mannen deed.
Je kunt je voorstellen dat er daardoor veel onrust in zijn leven was. Om die een beetje te beteugelen ging hij maar kunst verzamelen. En niet zo’n beetje ook. Kunst heeft kennelijk een rustgevende en helende werking. Hij liet een stuk aan zijn paleis aan de Kneuterdijk bouwen om zijn verzameling te herbergen. Die verzameling was allerminst kneuterig. Rembrandt, Memlinc, Leonardo da Vinci…
Hoe hij aan dat geld kwam? Daar kwam hij niet aan, want hij had het niet. Net zo min als Prins Bernard. Die gaf zijn boerderij in Tanzania heel genereus weg aan de regering van dat land, terwijl de Nederlandse belastingbetaler voor de kosten moest opdraaien.
Op de terugweg naar de Waterbus was ik meer dan de helft van mijn harem kwijt. Achtergebleven in het museum. Die konden waarschijnlijk niet genoeg krijgen van de kunstschatten of van het opgezette paard. Of ze ooit de weg naar huis gevonden hebben weet ik niet.
Ik ben die dag een heel stuk wijzer geworden. Je moet vorsten en hun aanverwanten flink kort houden en bovendien heb ik geleerd dat ik ten enen male ongeschikt ben om een harem te besturen.
