Vaalserberg

De column van Huib Neven

1 februari 2014 Huib Neven

Voor een van de allerbelangrijkste bezienswaardigheden van ons land moet je naar het verre zuiden afreizen. Daar op de Vaalserberg, op 5o ̊, 45 ̕ NB en 6 ̊ 1 ̕ OL ligt niet alleen het hoogste punt van Nederland, maar kun je ook met één voet drie landen tegelijk betreden. Een unieke plek dus. Oude grenspalen, een monument en een uitkijktoren onderstrepen dat je hier op een verheven en grensoverschrijdende plek staat. Je voelt je in het centrum van de wereld. Uitkijkend over het golvende landschap valt alles op zijn plaats. Het leven is weer waard om geleefd te worden.

Toen ik er als kind voor het eerst stond, waande ik me daar op een hoogte van 322,7 m boven NAP in de zevende hemel. Ik was nog nooit in het buitenland geweest en toen had ik ineens drie landen onder mijn voeten. Ik spreidde mijn armen uit en voelde me een kosmopoliet. Niet alleen drie landen, de wereld lag aan mijn voeten.

U kunt zich voorstellen hoe die wereld instortte toen Staatsbosbeheer onlangs het bericht verspreidde dat het drielandenpunt en ook het hoogste punt van ons vlakke land zich op een andere plek bevinden dan altijd is aangenomen. Ze hebben de zaak nog eens nagemeten. Nu niet met een liniaaltje, maar met moderne digitale meetapparatuur. En ja hoor, het blijkt dat we mensenlevenslang op een verkeerde plek ons toeristisch hart hebben staan ophalen.

Mijn teleurstelling was vele malen dieper dan de afgrond waarin ik vanaf de Vaalse Berg mijn blik verloor. Ik ben dus niet op het toppunt van ons land geweest en mijn eerste stap in het buitenland is een illusie gebleken. Ik kan het niet geloven en ik wil het niet geloven. Er zijn bepaalde vastigheden in het leven waar je niet aan moet tornen. Als zelfs de geografische feiten al niet meer kloppen, wat is er dan nog zeker in dit leven? Straks komt Rijkswaterstaat vertellen dat de Krimpenerwaard helemaal niet onder de zeespiegel ligt en dat de bouw van de stormvloedkering weggesmeten geld is geweest.

Of misschien ligt Nederlek wel niet in de buurt van Krimpen aan den IJssel. Dan is het probleem van K3 of K5 of K6 ook meteen opgelost. En ik adviseer om ook de situering van Capelle nog eens digitaal na te meten. Als die plaats eigenlijk aan de ander kant van Rotterdam hoort te liggen, dan is de zelfstandigheid van Krimpen aan den IJssel tenminste gered.

Tsja, meten… alles wordt tegenwoordig gemeten. Nauwkeurig en digitaal, tot op de micromillimeter. We kunnen geen stap zetten, geen beweging maken of er is wel een instantie die er zijn metingen op loslaat. Kinderen naar school: eerst meten. Kinderen op school: de hele dag meten. Kinderen van school: weer meten. Ons koopgedrag: meten. Onze intelligentie: meten. Ons denken en onze hersenactiviteit: meten. Ons liefdesleven: meten. Ik kan met gemak op deze manier het uur volmaken. De meetlat is de stok geworden waarmee we het leven denken onder controle te hebben, de cel waarin ons doen en laten zijn opgesloten. Als er niet gemeten is, bestaat het niet en geloven we het niet. Want meten is weten.

Maar het is niet waar. Meten is meten en niet meer dan dat, schreef iemand deze week in de krant. En gelijk heeft-ie. Meten is soms handig, maar voor de essentie van mijn bestaan schiet de meetlat schromelijk te kort.

Mijn verlangen, mijn verdriet, mijn genot, mijn boosheid, mijn irritatie, mijn lust, mijn geloof… dat zijn de kamers van het huis waarin ik woon, onmeetbaar en onmetelijk. Daar ligt het hoogtepunt van Nederland, wat zeg ik, van de wereld.