Oppassen

De column van Huib Neven

3 mei 2014 Huib Neven

We hadden deze week twee kleinkinderen te logeren. Hun ouders, onze kinderen dus, zijn op stap om het brood op de plank bij elkaar te zingen. En omdat de scholen vakantie hebben, is er werk aan de winkel voor de grootouders. Vorige week pasten de andere opa en oma op, deze week was het onze beurt. Als er toch geen opa’s en oma’s bestonden! Tsja, dan waren er ook geen kinderen en kleinkinderen en bestond het oppasprobleem dus niet. Niet dat het een probleem is hoor, dat oppassen. We doen het graag. Je wordt opnieuw jong. Hoewel… als je in het zwembad met twee kinderen op je nek het hoofd boven water moet houden, dan merk je dat de leeftijd flink gaat opspelen. Dan toch liever de kinderboerderij en de speeltuin, waar je rustig op een bankje kan gaan zitten wachten totdat de kinderen het weer gezien houden of van de schommel duvelen.

Ik moet eerlijk zeggen dat oma het merendeel van de bezigheden voor haar rekening neemt. En dan vooral die bezigheden waarbij veel geduld, intelligentie en tact vereist zijn. Tekenen, schilderen, puzzelen, knutselen, en zelfs sudoku’s maken behoren tot het lesprogramma. Omdat ik toch ook mijn bijdrage wilde leveren, dacht ik: We gaan vissen. Niet dat ik dat ooit doe, maar in dit geval was het voor mij een mooie bezadigde bezigheid en voor die kinderen uit de grote stad was het weer iets nieuws. Afijn, ik heb nog niet ingegooid of er staan drie agenten om ons heen. “Willen ze bijten meneer?” De kinderen kijken belangstellend toe, geheel niet onder de indruk, zoals ik dat vroeger als kind zeker geweest zou zijn met drie overheidsdienaren in uniform. “Nee, de vissen hebben er vandaag geen zin in, ” antwoord ik zo nonchalant mogelijk, om te verbloemen dat ik deksels goed begrijp waar hun belangstelling naar uit gaat.

“U heeft vast wel een pasje.” De toon is nog steeds vriendelijk, maar ik denk een triomfantelijk ondertoontje waar te nemen. Nee, ik had geen pasje, in ieder geval niet om te vissen. “Dat is niet zo slim meneer, want een boete kost 140 euro en een pasje maar vier euro. En misschien hebt u wel de leeftijd dat het pasje gratis is,” voegde een van de agenten er fijntjes aan toe, terwijl hij naar mijn grijze haren keek. Het ontbrak er nog maar aan dat hij me opa noemde. Maar goed, het waren aardige jongens, we kregen geen boete. Ik gebruikte natuurlijk de gelegenheid om de kinderen te vertellen dat je altijd gehoorzaam moet zijn aan de overheid en dat de politie er is om ons en de vissen te beschermen.

De volgende dag hebben we in de dierenwinkel een pasje gehaald, inderdaad gratis. En waarachtig, het pasje werkte. We vingen zes vissen. Toen kwam het volgende probleem. Mijn kleinzoon wilde de vissen slachten en opeten, maar mijn kleindochter vond dat zielig. Ziedaar, weer een aanleiding voor een pedagogisch gesprek. Dit keer over de walvisvaart en eerbied voor de natuur, over de Partij van de Dieren en wat niet al. Opa en oma en een paar kleinkinderen… een ideale ambiance voor vorming en opvoeding.

Van de school hoeven we dat niet meer te verwachten nu de Wet op Passend Onderwijs straks in werking gaat. Volgens die wet moet elke school vanaf 1 augustus een ‘passende plek’ bieden aan ‘zorgleerlingen’. Wat klinkt dat zacht en vriendelijk: passend onderwijs…zorgleerlingen. Het lijkt of de school de vredigste plek is op aarde. Misschien was ze dat ooit, maar die tijd is echt voorbij.

Probeer het je maar voor te stellen: Je hebt vol van idealisme voor het onderwijs gekozen, omdat je van kinderen houdt en hun toekomst je ter harte gaat. Dan kom je voor een klas, met, als je geluk hebt, 28 – 30 leerlingen. Leerlingen die niet kunnen luisteren, die een spanningsboog hebben van ongeveer 20 seconden, die van huis uit gewend zijn over van alles en nog wat te onderhandelen. Daarbij ouders die vinden dat hùn kind uitzonderlijk of hoogbegaafd is en ook als zodanig behandeld moet worden. Daarbij een overheid die vindt dat het niveau omhoog moet en alle leerlingen minstens de havo moeten halen. Daarbij een inspectie die eist dat elke beweging en elke ademtocht van elke leerling administratief en digitaal moet worden vastgelegd, … Ziehier de werksituatie in het onderwijs anno 2014. De leerkrachten – en heus niet de slechtste - worden er stapelgek van.

En nu komt het…in deze situatie moet de school een ‘passende plek’ bieden aan ‘zorgleerlingen’. Ik zal dat even voor u vertalen. Dat betekent: in een situatie waarin het werk normaal al onmenselijke proporties heeft aangenomen, in dìe situatie moet de school een plek gaan geven aan leerlingen met vele kilometers leerachterstand, met sociaal-emotionele problemen, met autisme, met ADHD, met syndroom van Down of welke andere verstandelijke beperking ook. Ik verzeker u, dit wordt de ondergang van het Nederlandse onderwijs.

En dan is er nog maar één oplossing: De vorming en opvoeding van onze lieve jeugd wordt zonder enige overheidsbemoeienis voortaan overgenomen door de grootouders.