Voetbal
De column van Huib Neven
7 juni 2014 Huib Neven
Er staan mij zware tijden te wachten. Nee, mijn lijf functioneert nog redelijk en het ABP - het pensioenfonds dat ervoor zorgt dat ik niet hoef te verhongeren - schijnt zijn dekkingsgraad weer op orde te hebben. Dat is het dus niet. Bovendien leven we hier in een vrij land waar ik alles mag zeggen. Als ik nu zou beweren dat ik Louis van Gaal een rare man vind, hoef ik niet naar de gevangenis. Dat is het dus ook niet.
Jawel, dat is het wel. Want volgende week leef ik niet meer in een vrij land. Dan worden we bezet gebied. Dan regeert de terreur van dictator Voetbal. Dan kleuren de straten oranje. Dan kan ik geen winkel binnenlopen of ik struikel over de meest zotte voorwerpen in diezelfde opdringerige, verfoeilijke kleur oranje: shirts, vlaggetjes, zwaaihandjes, monsterbrillen, malle hoofddeksels, juichpetten en juichpakken... je wilt het niet weten. (De Jumbo in Barneveld heeft trouwens die juichpakken uit de schappen gehaald, maar dat was moet ik eerlijk zeggen om een donders vreemde reden).
Zoveel is zeker, voor mij wordt het leven de komende weken een zware beproeving. Ik moet mij schichtig en bang door het bestaan wurmen, in de hoop dat men niet in de gaten heeft dat ik niks met voetbal heb en zeker niet met die over het paard getilde en overbetaalde jongens die in dikke auto’s en met mooie vrouwen de wereld in hun zak denken te hebben. Dagelijks zien we ze straks weer voor de buis, die jongens. “Onze” jongens worden ze genoemd. Nou, ze zijn in ieder geval niet van mij. Ik hoef ze niet. Maar misschien moet ik wel zeggen: arme jongens, want ze weten nog niet dat ze over een paar jaar weer in de vergetelheid zijn weggezonken, als Coen Moulijn in een winkeltje of als Wim Kieft aan de cocaïne.
Hoe het ook zij, wij zijn de lieve lange dag opgescheept met alleen maar voetbal op de televisie. En als er even geen wedstrijden zijn, komen er nog eens hordes commentatoren en voetbalkenners (iedereen behalve ik heeft er verstand van) vertellen dat het spelconcept niet deugde of dat die sufferd van een scheidsrechter onterecht de rode kaart heeft getrokken. Nou, van mij mogen de scheidsrechters per wedstrijd 22 rode kaarten trekken.
In de afgelopen week, nog voor het tournooi begonnen was, werd een groot deel van het NOS-journaal al aan de grote gekte besteed. Voetballers in de bus, voetballers uit de bus, voetballers door de douane, voetballers in het vliegtuig… Hoe voelt u zich meneer Robben? Bent u fit meneer Sneiders? Tot hoelang blijft u in Brazilië meneer Van Gaal? En zo gaat het maar door. De onbenulligheid heeft het voor het zeggen gekregen. Alsof er niets meer op de wereld bestaat dan alleen dat vermaledijde voetbal.
Ontheemd als een uitgeprocedeerde asielzoeker voel ik me.
Ik herinner me een vorige oranjezieke periode. Kennelijk hadden “onze” jongens gewonnen, want er reden uitzinnig toeterende en met oranje vlaggen uitgedoste auto’s door de straat. Toen ik de naar buiten hangende en schreeuwende jongelui verstoorde blikken toewierp, dreigden ze mij te molesteren. Kijk, dat bedoel ik nu. Ik kan mij straks niet meer vrij en veilig op straat bewegen. Laat staan dat ik hardop kan zeggen dat ik Louis van Gaal een rare man vind. Ik denk dat ik standrechtelijk gelyncht wordt.
Zou er een opvangcentrum bestaan voor voetbalmijdende burgers zoals ik? Ik moet toch ergens kunnen blijven als de bezettende macht van koning Voetbal zijn terreur uitoefent? Waar moet ik heen? Vluchten kan niet meer, ik zou niet weten hoe… zo gonst het door mijn hoofd. Misschien weet u voor mij een onderduikadres waar ik de komende tijd verstoken kan blijven van WK-voetbal en alle dwaasheid eromheen.
Het is sowieso niet onverstandig me te verstoppen, want na deze column kan ik me waarschijnlijk niet meer op straat vertonen.
