Sinterklaas
De column van Huib Neven
6 december 2014 Huib Neven
Misschien wist u het niet, maar vandaag is hij echt jarig. U moet er dus nog even aan geloven.. of ín geloven. Ik dacht eigenlijk dat ik dat niet meer deed. Maar toen ik vorige week pontificaal in rode mantel in De Tuyter voor een zaal met kinderen uit armlastige gezinnen mocht verschijnen en al die glimmende, verwachtingsvolle oogjes zag, wist ik weer: Hij bestaat echt!
Ik kreeg acuut heimwee naar het dorp van mijn jeugd, waar de Sint – want over hem hebben we het – zijn intocht maakte. Het staat me levendig voor de geest. Al dagen van te voren werd ik overmeesterd door dat geheimzinnige, verwachtingsvolle gevoel, dat er iets bijzonders op komst was. Ik zie mezelf door het koude decemberduister langs de verlichte winkelruiten gaan om een of andere prijsvraag op te lossen. In mijn beleving ging ik voor het eerst verder van huis dan ik gewend was, de grote, wijde, spannende wereld in. De etalages met glinsterende spullen lokten als een sirenenzang. Niet gehinderd door de kou stond ik weg te dromen bij de elektrische trein die verleidelijk tussen het andere speelgoed door kronkelde, in een groene bergtunnel verdween, maar verrassend ook steeds weer tevoorschijn kwam. Onbereikbaar voor mij, ik wist het. Het moest bij een droom blijven. Maar nu ik groot geworden ben weet ik dat dromen en verwachtingen oneindig mooier zijn dan het uiteindelijke bezit.
En dan de dag van de intocht. De stoomboot in de Gouwe, Sinterklaas op het witte paard, de fanfare… de Zwarte Pieten niet te vergeten. Gewoon pikzwart en niemand die dacht: waarom zijn die Pieten zwart? Ik moet er wel bij zeggen dat we toen in ons dorp allemaal wit waren. Tja, dan heb je makkelijk praten.
Achter de goedheiligman op zijn schimmel een rijtuig met de burgemeester en een rijtuig met deftige heren. Daarachter het hele uitgelopen en uitgelaten dorp. Die heren met hoge hoed en jacquet fascineerden mij. Waarom zaten zij daar wel en mijn vader niet? Nu ik groot ben weet ik het wel. Als je groot bent weet je veel meer, maar vergeet niet dat je dromen en illusies dan vervliegen. Die heren waren geen sprookjesfiguren of liefdadige weldoeners, zoals mijn kinderlijke verbeelding me ingaf, het waren gewoon winkeliers die het feest georganiseerd hadden om hun kas te spekken.
Ja, nu ik groot ben, weet ik het: Sinterklaas bestaat niet, maar de zakenman wel. En zakenmensen moeten geld verdienen, veel geld. En daarom moet alles groter worden, steeds groter. Geen winkel met een treintje achter de ramen, geen bakker waar het verse brood je tegemoet geurt, geen onvervulde verlangens, maar megamarkten en internetbedrijven die onmiddellijk en anoniem in al je materiële behoeften voorzien.
Bij bol.com kwamen deze week acht bestellingen per seconde binnen, dat zijn er 200.000 per dag. Zo doen we dat tegenwoordig. Je hoeft nooit meer weg te dromen achter de etalageruit van de speelgoedwinkel. Er is niks meer te dromen. Je bestelt… en PostNL geeft het pakje een paar uur later bij de buren af. Want we zijn ook niet meer thuis om daar weg te dromen bij boek of muziek.
De grote boze zakenman, hij concurreert alles en iedereen weg en maakt van ons hebberige, nooit verzadigbare consumenten. Hij slurpt onze dromen op.
Ik wou dat hij niet bestond, die zakenman. Ik wou dat Sinterklaas bestond.
