Ik ben van na de oorlog en dat wil ik zo houden ook
De column van Lourens Portasse
14 februari 2015 Lourens Portasse
Ruim dertig jaar geleden droeg een demonstrant tegen de oorlog, tegen de NATO, tegen de kruisraketten en tegen Amerika en bordje met de tekst: “ik ben van na de oorlog en dat wil ik zo houden ook”.
Een glimlach ontlokkende uiting van bezorgdheid voor de eigen persoon. Een bijna literaire uiting van de afschuw tegen oorlog, geweld en onderdrukking in de wereld. Een poging tot persoonlijk maken van het ongrijpbare en onbeheersbare geweld van de wereldpolitiek.
Terugkijkend blijft een flauwe glimlach, maar ook een gegroeid besef, dat deze uiting erg Europees gericht was, erg Nederlands gericht, erg persoonlijk gericht was.
Na de Tweede Wereldoorlog is er geen dag zonder een oorlog geweest. Niet één oorlog per dag, maar meerdere tegelijk. Niet op één continent, maar op meerdere. De landen, die “na de oorlog, geen oorlog meer gekend hadden”, waren wel vaak betrokken bij deze “verwegoorlogen”. De oorlogen ging door, maar gelukkig ver buiten de landsgrenzen, onze landsgrenzen. De conflicten werden uitgevochten ver weg van onze westerse vrede, ver weg van onze gedachten over vrede en veiligheid en vooral ver weg van onze economische voorspoed.
Misschien ging het ons allemaal wel zo goed door al die oorlogen elders. Misschien droegen we zo’n naoorlogse generatie bordje, omdat we ergens wel aanvoelden dat we niet eeuwig de dans konden ontsnappen. Vluchten kan niet meer, de oorlog komt steeds dichterbij. Soms in de vorm van vluchtelingen. Soms in de vorm van gruwelijke beelden in krant, op televisie en op internet. Soms komt het allemaal dichtbij door een vluchtelingenboot vol halfdoden.
Het van na de oorlog zijn is een uitspraak, die alleen geldig is in onze kleine wereld. De wereld van land, stad, wijk, straat en gezin. Onze ouders hadden ook maar één wens. Dat hun kinderen nooit zo’n oorlog, die zij overleefd hadden, hoefden mee te maken. Al was het maar, dat zij heel goed wisten, dat een oorlog niet bij iedereen het beste naar boven brengt. Het bordje van die naoorlogse demonstrant is eigenlijk, nu ik er over nadenk, een wereldvreemde uiting. Tegenwoordig zou je dat misschien tunnelvisie noemen.
Het ergste is misschien nog wel, dat het een begaan zijn met de wereld suggereert, terwijl de drager van het bord alleen maar begaan is met zijn eigen lot.
Welk bord zou vandaag de dag gedragen kunnen worden, bij een demonstratie tegen oorlog, onrecht en armoede?
Misschien een bord met de tekst: “Ik ben van voor de totale ondergang en dat wil ik zo houden ook”
