Het moet niet gekker worden!

De column van Lourens Portasse

23 januari 2005 Lourens Portasse

voc vestigingen a

Nederland is altijd al het land geweest van de handel.

Niets was ons vreemd genoeg, zolang er maar geld mee was te verdienen.

We zwierven over de woeste, verre baren en vervoerden alles wat maar in het ruim paste, mens en dier, thee en koffie, nootmuskaat en foelie.

We kwamen verre, exotische volken tegen.

Geen probleem, zolang ze ons maar het alleenrecht van de handel gaven. Gaven ze dat niet, dan pakten we het wel, met diplomatie of geweld.

Koloniën en overzeese gebiedsdelen werden ingelijfd.

Exoot-Opiumopium a -Nootmuskaatnootmuskaat a

Op Nederlandse bodem waren we ook niet echt van vreemde smetten vrij.

De Portugese Joden, de Franse Hugenoten, de Chinese opiumschuivers in hun eigen clubhuisjes, zij waren een paar van de nieuwe Nederlanders van de voorafgaande eeuwen.

Deze landverhuizers bleken voor Nederland economisch, cultureel en politiek vaak een goede zaak.

We waren vooral pragmatisch in onze omgang met deze landverhuizers. Een vorm van samenleven werd gevonden.

Tegelijkertijd werd Nederland bijvoorbeeld dominant in onder andere de cacao handel.

Toch wel handig onze internationale contacten.

In 2005 lijkt het, alsof we in Nederland moeilijk met anderen en moeilijk met onszelf kunnen omgaan. We zijn bijna verslaafd aan onze vooroordelen aan het worden.

We vinden het exotische niet langer leuk, spannend en aantrekkelijk. We vinden het meer en meer eng, eng en eng.

We stellen eisen aan immigranten, die we niet aan onszelf stellen.

We kiezen volksvertegenwoordigers die ons vervolgens continue aan het ophitsen zijn, in de hoop meer zetels te bemachtigen.

Toch reizen we, vaak met goedkope charters, naar het verre buitenland. We reizen steeds vaker en met steeds meer.

Afrika, Zuid-Amerika, Australië, Thailand, Indonesië, eilanden in de Stille Zuidzee. Het maakt ons niet uit waar dat zandstrand zich bevindt. Zelfs over Cuba moet je niemand meer politiek bevragen. Een zandstrand is een zandstrand, okay! We willen de exotische medemens nog wel in het wild aanschouwen, in hun eigen biotoop, maar hoeven ze niet meer zonodig in Nederland tegen te komen.

Op het verre strand je laten bedienen door kinderen en vervolgens vertederd opmerken, dat wij in Nederland vroeger ook kinderarbeid kenden en kijk eens hoe goed wij terecht zijn gekomen. Niks aan de hand dus, die verre landen hebben toch ook het recht op hun eigen ontwikkeling vol met armoe, onderdrukking en kindersterfte.

En die exoten, die al in Nederland wonen, moeten goed begrijpen, dat je Theo niet mag doodsteken, dat je geen tasjes behoort te roven en begrijpen trouwens heel goed, dat ze niet massaal zullen terugkeren naar het oorsprongsland. Hun toekomst ligt in Nederland. Zelfs het ginds begraven schijnt aan het afnemen te zijn. Ook de doden moeten in Nederland dus leren samenwonen.

De nazaten van de Portugese Joden, van de Frans Hugenoten en de Chinese opiumschuivers moeten goed begrijpen, dat je geen mensen het land uit moet willen zetten, dat een kop in de krant zoals "eigen schuld" gewoon niet kan en dat je het best af en toe eng mag vinden om met anderen te moeten samenleven.

croaker

De nieuwste exoot = de "knorrepos"

Zolang Nederland maar een aantrekkelijk land blijft om naar toe te willen komen, naar toe te willen vluchten, in te willen wonen. Want als het voor die exoten uit die verre landen niet meer aantrekkelijk wordt om naar Nederland te komen, op dat moment is het ook voor ons gedaan. Dan moeten we allemaal een ander land van belofte zien te vinden.

Misschien zijn tegen die tijd Marokko en Turkije wel aantrekkelijke, democratische, verdraagzame landen geworden. Sommige Nederlanders hebben daar dan misschien nog wel verre familie wonen.

Nieuw Krimpen in Marokko.

Het moet niet gekker worden.

© Lourens Portasse

LOK #172, 22 januari 2005