Het antwoord is niet waar het om gaat
De column van Lourens Portasse
11 juli 2015 Lourens Portasse
Het antwoord is niet waar het om gaat. Het gaat om de juiste vraag te stellen. En die vraag moet natuurlijk wel goed zijn. Er moet natuurlijk over nagedacht worden. De vraag moet ook vooral niet leiden tot het onvermijdelijke antwoord van lulkoek, retoriek en politiek geneuzel. De juiste vraag moet leiden tot een verhaal, een betoog, een begin van een verklaring. De juiste vraag moet, als het even kan, een open vraag zijn. Een open vraag is niet te beantwoorden met een JA of een NEE. Een open vraag brengt het verhaal op gang. Terwijl een gesloten vraag alleen maar gaat over dat ja of nee.
Over Griekenland bijvoorbeeld. Een slechte vraag is: wie is de schuldige. Er moet dan blijkbaar iemand de klos worden. Het is eigenlijk een bijna gesloten vraag. Er komt namelijk geen verhaal op gang. Een goede vraag over de situatie met Griekenland is eigenlijk heel simpel, zoals: Hoe is het allemaal begonnen? Of: Waarom is het zo gelopen? Of: Wat is er eigenlijk precies gebeurd? En dan is het gewoon een kwestie van goed luisteren, op tijd knikken, soms wat mompelen. De ander laten praten. Soms toestemming vragen of je het mag samenvatten of een vervolg-vraag stellen.
Als je goed luistert naar de antwoorden over Griekenland en Europa en schulden, dan blijken we allemaal boter op het hoofd te hebben, blijken we het toen allemaal beter geweten te hebben dan anderen. En blijken we niet naar waarschuwingen te hebben geluisterd.
De vragen over bijvoorbeeld al het onroerend goed dat gemeenten hebben ingekocht om rijk van te worden en begrotingen kloppend te krijgen moeten nog gesteld worden. Vragen over verkeerde adviseurs, vragen over eigenwijze wethouders, vragen over opportunistische gemeenteraden, vragen over onkunde en meelopen met de kudde. Vragen over overmoedige ambtenaren, vragen over al die mannen en vrouwen die geen verstand van zaken hadden en toch meenden beslissingen te mogen nemen over gemeenschapsgeld.
En die nu vaak niet meer in buurt zijn om verantwoording af te leggen.Maar bovenal hebben we jaren geleden niet de juiste vragen gesteld. Ze waren allen maar in staat om gladde praatje te verkopen. Antwoorden gevuld met veel lucht en weinig echt geld. We moesten maar geloven, we moesten het maar aannemen. Dus alleen maar in staat om onzin-antwoorden te geven.
Maar niet bekwaam om een goede, zinnige vraag te stellen. Een vraag die zou leiden tot een verhaal, tot een betoog en tot het begin van een verklaring over geld, winst en verlies. Zelfs in Krimpen aan den IJssel heeft men het stellen van een goede vraag niet of nauwelijks onder de knie. Op deze manier blijft de macht in handen van de antwoordverzinners, wat vaak neerkomt op maar een ding: ‘Vertrouw me nou maar’.
