Is “deze goede zaak” opnieuw 57.00 doden waard?

De column van Lourens Portasse

5 maart 2005 Lourens Portasse

vietnam-memorial a

Vietnam Memorial

Tweeduizend jaar geleden, een mysterieuze en weinig bekende civilisatie heerste over de noordelijke kust van Peru. Deze mensen werden de Moche genoemd.

Zij bouwden enorme piramides van meer dan 30 meter hoog, die vandaag de dag nog steeds het landschap domineren.

moche pyramid a

Om de goden gunstig te stemmen werden er door deze Moche mensenoffers gebracht. Het lot van de enkeling werd ondergeschikt gemaakt aan het belang van velen. De geofferde jongemannen bleken door diepe messteken gedood te zijn. Op de wervels en beenderen werden forse inkepingen van messen gevonden. Een volk vermoordt eigenhandig zijn kinderen om een goede tijding af te dwingen.

In Washington D.C. staat het Vietnam Memorial. Een lange muur, met daarop de 57.000 namen van Amerikanen die de dood vonden in Vietnam. Veel van deze mannen en vrouwen waren vaak niet ouder dan twintig jaar. Vanwege de wetten in een aantal Amerikaanse staten, mochten deze jongeren geen bier en whisky drinken of hun stem uitbrengen bij verkiezingen, maar mochten ze wel sterven voor het vaderland.

Terugkijkend lijken dit wel 57000 mensenoffers om een goede tijding af te dwingen, een goede tijding die trouwens nooit kwam.

Amerika verloor de oorlog in Vietnam. Vietnam verloor honderdduizenden, misschien wel 2 miljoen burgers en militairen.

Wat rest aan beide kanten zijn tranen, foto's en herinneringen. En natuurlijk indrukwekkende monumenten die het landschap nog lang zullen domineren.

Dit Vietnam Monument in Washington D.C. bezorgde mij, geheel onverwacht, kippenvel. Ik had er niet op gerekend, dat de Amerikanen zoiets indrukwekkends konden neerzetten.

Ik verheug me in zekere zin al op het moment, dat de Amerikanen voor hun gesneuvelden in Irak ook een monument zullen oprichten. Afgelopen week heeft het Pentagon, het Amerikaans ministerie van Defensie, bekend gemaakt, dat er al 1500 militairen zijn gesneuveld.

Vrijwel alle doden zijn gevallen na 1 mei 2003, de dag, waarop de Amerikaanse president Bush verklaarde, dat de grote militaire operaties in Irak voorbij waren.

Vijftienhonderd van je kinderen offeren voor de goede zaak. Is “deze goede zaak” opnieuw 57.00 doden waard?

In een science fiction verhaal las ik een modernere manier van oorlog voeren. De twee landen of groepen in oorlog laten hun beste computers de veldslagen, bezettingen of bevrijdingen virtueel spelen. In deze computersimulatie vallen natuurlijk ook doden, anders is er geen moer aan.

De verliezer, de partij met de meeste doden, mag vervolgens de doden van de winnaar van zijn eigen doden aantal aftrekken.

Dit verschil in doden moet vervolgens ook werkelijk ter dood gebracht worden. Humaan natuurlijk. Bijvoorbeeld tijdens een “live” televisie uitzending. Met kandidaten, die wel of niet mogen blijven leven.

Zo kun je toch oorlog voeren, er vallen echte doden, maar veel minder dan in een ouderwetse oorlog. Het is op deze manier veel humaner.

Je kinderen hoeven niet meer als kanonnenvoer op het slachtveld te sneuvelen.

Want het moet toch niet gekker worden.

© Lourens Portasse 2005

LOK #178, 5 maart 2005