Gelukkig

De column van Huib Neven

26 maart 2016 Huib Neven

Terwijl ik dit stukje schrijf, heeft de vroege voorjaarszon besloten de dag in uitbundig licht te te gieten. Als ik uit het raam kijk, zie ik een ranke prunus pronken met zijn roze bloesem. “Kijk mij eens,” straalt hij uit, “ik ben de eerste die de bloemetjes buiten zet.” De magnolia gooit zijn uitbottende, fluwelen knoppen in de strijd om de prunus naar de kroon te steken. De andere bomen kijken echter nog kaal en jaloers toe. Vooral de treurberk jengelt met zijn neerhangende, heen en weer wiegende twijgen om toch maar snel haar groene voorjaarskleed te mogen aantrekken. De robuuste es achter onze tuin steekt zijn armen wanhopig de lucht in. De hele winter heeft hij zich vrijmoedig bloot gegeven, maar nu begint het tijd te worden zijn stoere naaktheid te bedekken met een allesverhullend bladerpak. De boom lijkt zelf nog niet in de gaten te hebben dat op zijn takken tere knopjes tevoorschijn komen. Laat staan dat hij zich realiseert dat hij binnen afzienbare tijd een gedaanteverwisseling zal ondergaan die zijn weerga niet kent. De nu nog kale takken zullen al hun kracht nodig hebben om straks het overvloedig bladerdak te dragen.

Ontluikend voorjaar. Wat een vreugde. Ik moet er toch niet aan denken in de tropen te leven, zonder wisseling van seizoenen. Altijd durende eentonigheid. Ik zou doodongelukkig worden als ik niet ieder jaar weer mocht beleven dat de dode natuur knopje voor knopje en blaadje voor blaadje tot nieuw leven wordt gewekt. De lente, ik word er zielsgelukkig van.

De dichter J.C. Bloem schudt mismoedig het hoofd en vindt mij ongetwijfeld een romantische dwaas. Hij smaalt in zijn beroemde gedicht ‘De Dapperstraat’:

“Natuur is voor tevredenen of legen.
En dan: wat is natuur nog in dit land?
Een stukje bos, ter grootte van een krant,…”

Maar goed, als de natuur je dan niet gelukkig kan maken, is daar altijd nog het geluksrapport van de Verenigde Naties. Daaruit blijkt dat ons land gestegen is in de top-tien van de gelukkigste landen van de wereld. In het koude noorden van Noorwegen, Finland en IJsland zijn de mensen nog gelukkiger, maar met een zesde plaats op de wereldranglijst mogen we ons in ons landje aan de zee gelukkig prijzen. Stijgende economische cijfers, een hoge levensverwachting, vrijheid, vrijgevigheid, geen corruptie, geen oorlog…we realiseren ons te weinig in wat voor land we leven. Het geluk ligt hier voor het opraken. Waar maken we ons druk om?

Er is ook een andere kant. Als we de moeite nemen om ons heen te kijken, is er genoeg om niet gelukkig te zijn. Terreurdreiging, zorgen om het milieu, kloof tussen arm en rijk, armoede onder kinderen, vluchtelingen, wereldleiders die de weg kwijt zijn… Wat heet geluk? En kun je jezelf wel gelukkig noemen, als de wereld in een kramp ligt? De cultuurfilosoof Feitse Boerwinkel stelt dat “mijn geluk nooit verkregen kan worden ten koste van of zonder de ander. Mijn geluk kan alleen verkregen worden als ik tegelijk het geluk van een ander beoog en bevorder.” Inclusief denken, heet dat. Ik mag hopen dat het daarover gaat bij de besprekingen tussen de fractieleiders de verkenner Edith Schippers, maar ik heb mijn twijfels. Er moet natuurlijk weer eindeloos geschipperd worden.

Wat is geluk? Ik weet het niet meer. Zojuist zat ik nog boordevol lentegeluk en nu moet ik het leed van de wereld weer op me nemen. Misschien moet ik toch maar bij de dichter Bloem te rade gaan:

“Alles is veel voor wie niet veel verwacht.
Het leven houdt zijn wonderen verborgen
Tot het ze, opeens, toont in hun hogen staat.
Dit heb ik bij mijzelven overdacht,
Verregend, op een miezerigen morgen,
Domweg gelukkig, in de Dapperstraat.”