Theo van Gogh vermoord
De column van Lourens Portasse
3 november 2018 Lourens Portasse
Theo van Gogh is alweer veertien jaar geleden vermoord. En toch begin ik hem steeds meer te missen. Het was een genoegen om mijzelf af en toe te spiegelen aan deze vrijdenker, te spiegelen aan deze grote mond met dat kleine hartje. Mijn moeder vond ons een beetje op elkaar lijken. Niet alleen vanwege ons gedrag, maar ook vanwege onze omvang. We zouden samen oud worden en onze zonen opvoeden. Zou hij trouwens op oudere leeftijd milder zijn geworden of scherper? Zou zijn manier van kijken naar de wereld anders zijn geworden. Zou ik hem blijven begrijpen en soms een soort moed en weemoed aan hem kunnen blijven ontlenen?
Met zijn dood is hij bevroren in de tijd, losgekoppeld van zijn aanwezigheid, losgekoppeld van zijn nieuwe films, van zijn nieuwe columns, losgekoppeld van zijn eigenwijze website en zijn altijd prachtige televisie interviews. In overlijdensadvertenties kom ik in 2018 steeds meer leeftijdsgenoten tegen. Het maakt me niet echt oud, maar doet me wel beseffen, dat ik steeds langer in leven mag blijven dan degenen van wie ik de namen lees in de aankondigingen van de dood. Sommige oude, echt oude mensen klagen over een soort eenzaamheid, namelijk het feit dat er op een gegeven moment geen leeftijdsgenoten meer over zijn. Zij zijn dan de laatste van hun generatie. Dat wordt dan veel in jezelf praten. Als ik ooit zo oud word dan moet dat maar, denk ik.
Ik mis Theo van Gogh. Ik mis zijn boosheid, zijn scherpte, zijn overdrijving, zijn venijn, zijn vastbijterigheid, zijn mildheid, zijn onvoorwaardelijke vaderschap. Hij bracht me soms op ideeën en dwong me door zijn gedrag scherp naar mijn eigen gedrag te blijven kijken. Zijn dood is geen eenmalige gebeurtenis, maar vindt eigenlijk bijna elke dag weer plaats.
De dichteres Maria Vasalis heeft dit als volgt verwoord:
“En niet het snijden doet zo’n pijn, maar
het afgesneden zijn”
Ik hoop, dat Theo van Gogh nooit tot rust zal komen in mijn geest.
Bijbehorende muziek: ’t Is stil in Amsterdam – Ramses Shaffy
