Valkuilen in de weg
De column van Bert van Oosterhout
16 februari 2019 Bert van Oosterhout
Het is vrijdagmiddag , een week geleden, en onstuimig weer. Een stevige wind jaagt de regen in slierten over de C.G. Roosweg. Ter hoogte van het appartementengebouw Terra Nova valt de voorhoede van de file weekendgangers stil.
Ik sta links voorgesorteerd. Wachtend op toestemming van het verkeerslicht om de Nieuwe Tiendweg op te draaien, begin ik mij een tikkeltje ongemakkelijk te voelen. Ik vraag me af of mijn mede weggebruikers ook die ervaring hebben. Maar daar kom ik natuurlijk niet zo snel achter.
Waar gaat het om? Onder mij bevindt zich een onzichtbare wereld van manshoge rioolbuizen, polsdikke kabels, pijpen en overstort putten. Een wereld van zacht suizend gas, brommende elektriciteit, kolkend en gorgelend water.
En daar is wat grondig mis mee.
Tientallen jaren geleden werd deze constructie aangelegd door stoere mannen in gele werkpakken, het uniform van de weg- en waterbouwkunde. Weg- en waterbouw – ik heb het altijd een uitgesproken mannelijk beroep gevonden. Ik weet het – tegenwoordig is dat niet meer comme il faut, een uitsluitend mannelijk beroep.
Geen beroep is voorbehouden aan mannen of vrouwen. Maar ik blijf toch nog steeds gefascineerd kijken naar werkzaamheden als die ons te wachten staan met wat inmiddels bekend is als het Grote Kruising Project.
Terug naar het begin. Ik sta nog steeds voorgesorteerd in het groeiend besef dat er iets niet klopt. Een gewaarschuwd man telt dan wel voor twee, maar wie garandeert mij dat niet juist nu, of over twee minuten, in elk geval wanneer ik hier nog niet weg ben, de grond letterlijk onder mijn voeten – liever gezegd 'onder mijn autobanden' – weg zakt?
Sinds 1990 is de gemeente eigenaar en beheerder van de kruising van de C.G. Roosweg met de Nieuwe Tiendweg en de Industrieweg. Deze kruising rust op een constructie uit de jaren veertig en zestig van de vorige eeuw. En zoals iedereen inmiddels weet is deze kruising verzakt. Dat kan lelijke gevolgen hebben, zoals we zagen toen een soortgelijke constructie op de N210, richting Schoonhoven, bezweek.
Dat was een signaal dat aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Logisch dus dat gemeentelijke en niet-gemeentelijke plannenmakers zich sterk maakten voor een toekomst zonder valkuilen in de weg. En dat resulteerde in de al genoemde Grote Reconstructie, die tussen nu en 2021 haar beslag moet krijgen.
Met deze voorgenomen ingrijpende verkeerstechnische aanpassingen krijgt ook het oude vertrouwde gezicht van Krimpen als vanzelfsprekend een facelift. Dat is mooi meegenomen. Want neem nou die charmante bejaardenhuisjes in en om de Albert Schweitzerlaan, die al ruim een halve eeuw een stukje entree van ons dorp bepalen. Die hebben toch waarachtig hun beste tijd gehad.
Ik kan erover meepraten, want ze stonden er al toen ik 53 jaar geleden als 28-jarige knaap in het hotel er tegenover nasi zat te eten. Ik was hier op bezoek om de voortgang van de huizenbouw in de Bogerd te bekijken. Dat werd namelijk onze eerste stek in deze contreien.
Het was eind 1965, begin 1966. Krimpen vertoonde al volop groeistuipen. Die zijn er sindsdien nauwelijks minder op geworden. Het dorpje aan de Ijssel maakte in dat opzicht een stormachtige ontwikkeling door.
De reconstructie van de Grote Kruising lijkt daar nu naadloos bij aan te sluiten. Ik heb het gevoel dat u en ik nog boeiende dingen gaan beleven.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
