Biertje

De column van Bert van Oosterhout

23 februari 2019 Bert van Oosterhout

Weinig plekken lenen zich zo goed om de raadsels van het heelal en buitengewesten op te lossen als een bruin café. Een tapkast van doorleefd mahoniehout; glanzend gepoetst koper, goudkleurig bier in stevige glazen en ballen gehakt. Voila, dè ambiance waarin al eeuwen lang filosofen gedijen, muzikanten warm lopen, revolutionairen hun revolutie voorbereiden, schrijvers schrijven.

Ter illustratie enkele opmerkelijke voorbeelden. Wat te denken van de Bürgerbräukeller in München, waar Adolf Hitler en zijn nazi-kompanen hun complotten smeedden; Café de Flore in Parijs, thuisbasis van de nog jonge Ernest Hemingway; de Poechenellekelder in Brussel, pleisterplaats van de samenzweerders tegen koning Philippe de Tweede van Spanje en de Schouw waar het Rotterdamse journalistenvolk jarenlang samenklonterde ?

Stuk voor stuk befaamde en beruchte lokalen waar geestverwanten elkaar treffen. Bij afspraak en bij toeval. Waar je je verdriet kunt verdrinken en je victorie vieren. Troost kunt vinden en alcoholist kunt worden. Kortom, lokalen waar voor een uur of wat de wereld naar binnen is gekeerd. Het dagelijks gedoe zich in een ander licht afspeelt.

In zo'n lokaal ergens in Rotterdam, telkens een ander maar altijd 'bruin', drinken we met drie vrienden op gezette tijden ons biertje. Wij smeden geen complotten. Wij plannen geen revolutie en wij adresseren geen schrijven aan de koning. Wel geven we frank en vrij en ongezouten onze mening over de dames en heren die ons besturen en regeren. Denk bijvoorbeeld aan typen als minister Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer met hun stompzinnige 'rekenfoutje', waardoor ons aller energierekening dit jaar extra onvoordelig dreigt uit te pakken.

En niet te vergeten het opperhoofd zelf, Marc Rutte. Onze nationale draaikont verzorgde in Zürich de prestigieuze Churchill lezing en die deed nogal wat stof opwaaien. Een regelrechte sollicitatie naar het leiderschap van Europa, vond zowat iedereen. Rutte ontkende, maar zoals we weten zegt dat bij hem heel weinig.

Eerlijk is eerlijk, het was een mooie lezing. Een historicus waardig. Doordrongen van het besef dat vrede, vrijheid en welvaart aan onze neus voorbij zouden zijn gegaan, zonder de Europese samenwerking van na de Tweede wereldoorlog.

Tegen die achtergrond was het tegelijkertijd een pleidooi voor blijvende samenwerking. Natuurlijk aangepast aan de economische, politieke en militaire behoeften anno 2019, nu de huidige hoofdrolspelers – Trump, Poetin en Xi Jinping – elkaar de macht op onze zieltogende planeet betwisten, waarbij Europa buitenspel wordt gezet.

Dat juist Rutte, in het verleden nooit een uitgesproken fan van Europa, een lans brak voor de wedergeboorte van dat oude continent, heeft op zijn minst een bijsmaakje. De man die, naar hij zelf zegt, visie een vies woord vindt, kwam onverwachts met een visie op het Europa van de toekomst aanzetten.

Die vertoonde alle trekjes van een oratio pro domo – een rede ten eigen nutte, zoals dat zo mooi heet. Daarom, de premier kan ontkennen wat hij wil, het lijkt me toch toepasselijker in dit geval te spreken van een rede ten eigen Rutte.

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.