Droge voeten in de Delta
De column van Bert van Oosterhout
2 maart 2019 Bert van Oosterhout
Een onhebbelijkheid van ons Nederlanders is, dat we graag lopen te mekkeren over verkiezingen. Of het nu om de Tweede Kamer gaat, de gemeenteraad of Provinciale Staten – menige kiezer vindt de gang naar de stembus eigenlijk verloren tijd. 'Ze doen toch wat ze zelf willen' heet het dan. En met 'ze' worden uiteraard de dames en heren afgevaardigden in Kamer, Raad en Provincie bedoeld.
Bij verkiezingen voor het landsbestuur wil een Pim Fortuyn, een Geert Wilders of een Jesse Klaver het bed nog wel eens opschudden. Plotsklaps lijkt de politiek en dus de wandeling naar het stemlokaal, dan weer de moeite waard. Maar dat zo'n opleving meestal niet lang duurt, hoef ik u niet te vertellen.
Deze overpeinzingen beloven weinig goeds voor woensdag 20 maart. Iedere meerderjarige, zelfbewuste Nederlander mag dan zijn of haar stem uitbrengen voor Provinciale Staten. En als een soort kers op de appelmoes bij Van der Valk – wie weet het nog? – mogen we ook nog een nieuw bestuur van 'ons' waterschap kiezen.
'Pardon' hoor ik u zeggen. 'Ons waterschap? Moet ik daar mijn stem voor uitbrengen?' Ja, dat is inderdaad de bedoeling. Omdat onze verre voorouders er ooit voor hebben gekozen hun hut te bouwen in de delta van de grote rivieren, lopen u en ik het risico natte voeten te krijgen. En nu doen de 21 waterschappen die Nederland rijk is hun best het droog te houden voor ons.
Het is een eerbiedwaardig instituut, het waterschap, dat ook bekend staat als hoogheemraadschap. Het dateert uit de 13de eeuw. Om het overzichtelijk te houden noemen we z'n bestuurders hoogheemraad. Dat is dan zowat het enige overzichtelijke van deze instelling, in ons geval het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard.
Paul van den Eijnden, hoogheemraad in persoon, lichtte vorige week op deze plaats toe waarom de komende verkiezingen van belang zijn. Hij zei het niet, maar als geen ander weet hij natuurlijk dat hij niet, wat je zou kunnen noemen, een sexy verhaal heeft. Het is immers onwaarschijnlijk dat de doorsnee kiezer in onze polder straks trillend van opwinding van zijn democratisch recht gebruik gaat maken.
Zo democratisch is de verkiezing van een nieuw hoogheemraadschap-bestuur trouwens niet. Bijna een kwart van de te vergeven pluchen stoelen gaat bij voorbaat naar boeren, bedrijven en natuurorganisaties. Deze constructie helpt ook niet om de kiezer huppelend naar de stembus te krijgen.
Geen wonder dat hoogheemraad Van den Eijnden in deze studio een populair schietgebedje in herinnering riep: 'Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood.' Met andere woorden: alleen bij spectaculaire gebeurtenissen realiseert de polderbewoner zich dat er een hoogheemraadschap bestaat dat ervoor moet zorgen dat de waterstand op peil blijft. Niet te laag maar vooral niet te hoog graag.
Intussen wordt er in politieke kringen al jaren gediscussieerd over de vraag of de waterschappen niet beter kunnen worden opgedoekt. Ze vormen een bestuurslaag die best bij Provinciale Staten kan worden ondergebracht, zo valt te beluisteren. Verwacht van mij geen antwoord, want ik weet het niet. Voorlopig lijkt het me verstandig later deze maand gewoon massaal te stemmen voor een nieuw hoogheemraadschap-bestuur. Zo houden we hopelijk ook de komende jaren de voetjes droog.
Ik wens u, beste luisteraars, een zonnig en droog weekend. Tot de volgende keer.
