Cabin-crew, prepare for landing

De column van Bert van Oosterhout

9 maart 2019 Bert van Oosterhout

Vanuit mijn werkkamer zie ik hoe ze met een sierlijke bocht naar links de landingsbaan op Rotterdam-The Hague airport nemen: de blauwwitte slanke vogels van de KLM en de groen-witte van Transavia. Ik heb er iets mee. Als het spitsuur is op Rotterdam en het ene toestel na het andere komt tevreden brommend laag over Krimpen aanvliegen, bekruipt mij prompt een tintelend vakantiegevoel.

De Boeing-777 als metafoor voor een ontspannen trip met vrouw en vrienden. Net als toen we jong waren. En al lijkt dat een eeuwigheid geleden, het doet niets af aan het bijna jongensachtige plezier waarmee ik nu de aankomende en vertrekkende vliegtuigen spot. “Cabin-crew, prepare for landing” heeft de captain zojuist gezegd en de steward en stewardessen hebben zich aangegord in hun stoel. Zoals altijd met het gezicht naar de passagiers, zodat ze meteen kunnen reageren op ongewenste gebeurtenissen tijdens de landing.

Sinds ik als twintigjarige dienstplichtig militair, op de luchtmacht-basis Gilze-Rijen, voor het eerst van mijn leven het luchtruim koos in een 6-persoons, eenmotorige Beaver, heeft vliegen voor mij iets magisch. Of ik nu boven de Zwitserse Alpen hang, de Griekse eilanden, de Atlantische oceaan of de Grand Canyon – geen ervaring is te vergelijken met die volstrekt onnatuurlijke manier van voortbewegen. Wij zijn nu eenmaal niet gemaakt om te vliegen. Misschien verklaart juist dat waarom veel mensen het boeiend vinden zich los te maken van de aarde, teneinde zich met zes- à zevenhonderd kilometer per uur naar een verre plek op de globe te begeven.

En mogelijk wortelt hier ook onze nationale trots op die luchtvaartmaatschappij met die drie letters KLM, die de voorbije weken zowat op ieders lippen was. Van een bijna Verdi -achtige opera allure was het, toen een blauwe zee van personeelsleden de Grote Baas Pieter Elbers in bescherming nam tegen de boze buitenwereld, in de persoon van die andere Grote Baas, Ben Smith, het Canadese opperhoofd van Air France-KLM. Deze scène was goed voor kippenvel.

Maar ze viel in het niet bij het bravoure stukje van premier Rutte en zijn minister van financiën Wopke Hoekstra, die in het diepste geheim de aankoop van aandelen Air France-KLM hadden voorbereid en uitgevoerd. Enig leedvermaak hing daarna als een wolk rondom Rutte en zijn Haagse 'samenzweerders'. Je kunt er donder op zeggen dat ze in het Torentje een mooie fles ontkurkt hebben op hun succes. Santé en de groeten aan Air France. De ironie wil intussen dat KLM en zijn Franse partner nog steeds in de echt verbonden zijn. Maar dat mag dan zo zijn, iedereen voelt op zijn klompen aan dat dit verstandshuwelijk een stevige deuk heeft opgelopen. Tenminste twee Franse familieleden hebben voor de vorm de Nederlandse toelichting geslikt.

Maar zowel president Emmanuel Macron als Ben Smith is vermoedelijk behoorlijk chagrijnig. De laatste omdat hij de spontane blauwe golf in Amsterdam moeilijk kon negeren. Tegen zijn zin bleef Pieter Elbers zo Chief Executive Officer van de KLM. Als Elbers verstandig is laat hij een achteruit-kijk-spiegel monteren. Hoeft hij niet steeds over zijn schouder te kijken om te zien wie er in zijn nek loopt te hijgen. En president Macron? Hij kan na de Nederlandse staatsgreep zijn plannen om staats-aandelen af te stoten wel op zijn buik schrijven. Kortom de huwelijkscrisis is nog lang niet bezworen. En voorlopig zit er voor niemand een happy landing in.

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekeinde. En voor wie nog gaat inchecken: goede vlucht.