Dansen op de vulkaan

De column van Bert van Oosterhout

16 maart 2019 Bert van Oosterhout

Terwijl afgelopen zondagmiddag 40.000 mensen, soppend in hun schoenen van de stromende regen, de Klimaatmars door Amsterdam liepen, gingen in De Tuyter, hier in Krimpen aan den Ijssel, de voetjes van de vloer. Daar en hier hing een uitgesproken gemeenschapsgevoel in de lucht. De klimaat-ridders vonden elkaar in hun zorgen over een omstreden klimaatbeleid. En de muziek van de Jazz & blues-band H.B.Stroll – met vocalist Hugo Boudesteijn als aanjager – was het bindmiddel tussen de groupies op leeftijd in De Tuyter.

Het spreekt vanzelf dat het op de dansvloer aanzienlijk minder druk was dan op het Museumplein. De vergelijking slaat dan ook als een tang op een varken. Maar ze schoot me spontaan te binnen mèt de vraag: is hier soms sprake van dansen op de vulkaan? Want zijn wij niet ijverig bezig de Aarde uit te putten? Verzieken we niet het klimaat tot het punt waarop herstel niet meer mogelijk is? Hele volksstammen, onder wie wetenschappers van naam, denken van wel. En niet alleen zij.

Ook die mevrouw, die as we speak, bij Albert Heijn haar wekelijke boodschappen afrekent. En de leraar bij de Lidl, aan de vooravond van zijn pensioen, die zich afvraagt welke wijn hij zal nemen. Of die aantrekkelijke veganiste die in de Jumbo aarzelt tussen spinazie en tuinbonen. Met vele anderen vrezen zij het ergste. Bang dat hun kinderen en kleinkinderen een Aarde zullen erven waar hongersnoden, gewapende conflicten over water, en natuurrampen aan de orde van de dag zijn. Daarom hebben ze besloten voortaan niet te lang te douchen. Deze wellness-beleving is weliswaar plezierig voor lichaam en geest, maar ze bevordert helaas ook de opwarming van onze planeet. Verder eten ze minder vlees, omdat de productie ervan het milieu te veel belast. En ze sparen voor een elektrisch autootje om de uitstoot van CO2 af te remmen. Dat alles en meer doen zij. Een beetje. Soms.

Zulke huis-, tuin- en keukenplannen passen in de berekeningen waar het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deze week mee kwamen. Zij voorspelden dat we een vermindering van 49% CO2 – zoals beoogd in het voorlopige Klimaatakkoord – kunnen vergeten. Als door een wesp gestoken sprongen premier Rutte en de zijnen meteen over hun eigen schaduw. Ze kondigden zonder dralen een CO2-heffing aan voor het bedrijfsleven, per definitie de grootste vervuiler. Deze opzienbarende move mag, wat mij betreft, de boeken in als de pirouette -2019 van Mark Rutte.

Of het zal helpen weet niemand. Hans Mommaas, de directeur van PBL, was de eerste om toe te geven dat de berekeningen van zijn dienst iets hebben van koffiedik kijken. De cijfers van vandaag kunnen morgen door onvoorspelbare invloeden veranderen. Dus: gooi die gasketel nou niet meteen op de schroothoop. Dat was duidelijke taal. Maar nog duidelijker – en sympathiek ook – was zijn pleidooi om achter de cijfers te kijken. Naar een samenleving die ernaar streeft in harmonie te leven met het klimaat. Zo mag Moeder Aarde het graag horen. Maar intussen zijn er toch Krimpenaren die voor hun gevoel met de gebakken peren zitten. Je zult net je badkamer voor 20.000 piek hebben laten verbouwen. Krijg je te horen dat 5 minuten per dag douchen meer dan lang genoeg is. Beter voor het milieu, weet je wel. En die vliegreis naar Thailand met het hele gezin, omdat je 25 jaar getrouwd bent, kan eigenlijk ook niet meer.

Er is verdorie geen lol meer aan. Van de weeromstuit zou je bijna Thierry Baudet gaan geloven. Hij meent te weten dat het hele verhaal over de opwarming van de Aarde, door ons toedoen, een sprookje is. Bangmakerij van linkse rakkers die nergens op is gebaseerd. Thierry, die toch niet echt als een domoor kan worden beschouwd, al denkt het televisie-orakel Maarten van Rossem daar anders over, strooit met oncontroleerbare cijfers, alsof het pepernoten zijn, om zijn gelijk te bewijzen. Voorlopig blijf ik zitten met de vraag: heeft de bel voor de Laatste Ronde nu geklonken of niet? In het politieke krakeel dat plotseling ontstond, heb ik dàt even niet gehoord.

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekeinde. Tot de volgende keer.