Een ander verfje...

De column van Bert van Oosterhout

13 april 2019 Bert van Oosterhout

Wie pakweg een jaar of vijftig in Krimpen aan den IJssel woont, heeft het oorspronkelijke dorpsgezicht ingrijpend zien veranderen. Dat kan ook niet anders. Een plek zo dicht bij Rotterdam, met een netwerk van wegen in alle windrichtingen bij de hand, was als het ware van nature voorbestemd om populair te worden als 'slaapplaats' van een legertje pendelaars en hun gezin. En dat is precies hoe het ging. Opeenvolgende wethouders grepen hun kans. Zij riepen de infrastructuur in het leven, nodig om een toenemend aantal inwoners te huisvesten. En zo kon het gebeuren dat in enkele tientallen jaren de bevolking vervijfvoudigde.

Met mijn gezin woonden we in 1966 achter in het toenmalige dorp. Op ongeveer dezelfde plek wonen we nu – als gevolg van de onstuitbare bouwlust van de gemeente – betrekkelijk voorin, gerekend vanaf de Algerabrug. Die voortdurende drive van onze lokale bestuurders pakte niet altijd even goed uit. Waar gehakt wordt vallen allicht spaanders en daarom kon je nog wel eens een wenkbrauw fronsen over de geschatte houdbaarheidsdatum van nieuwe panden of de grauwe uitstraling ervan. Soms dreigde zelfs – bij wijze van spreken – tijdens een volwassen regenbui het cement uit de voegen te spoelen. Maar dat bleef gelukkig een uitzondering.

Intussen ging de geschetste bouwlust, voor zover ik heb kunnen nagaan, nergens ten koste van de oorspronkelijke kern van Krimpen. Compliment. Het oude dorp met zijn authentieke straten en zijn hier en daar pittoreske pleintjes, ligt er nog gewoon. Alsof het zo hoort en zo hoort het ook. Het is de veelal vrijstaande dorpshuizen aan te zien, dat ze van hun bewoners het respect krijgen dat ze verdienen. My home is my castle, zeggen de Britten graag. In elk geval vóór het gedonder over de Brexit begon.

Wandelend door het oude dorp, zie je meteen wie er met plezier woont en wie het – als het ware – een zorg zal zijn hoe de boel er bij ligt. Het woongenot straalt er hier en daar van af in het op zaterdag keurig aangeharkte voortuintje. De glanzende ramen van de erker en de messcherp geknipte liguster doen de rest. Het doet me onwillekeurig denken aan dat mooie, sentimentele liedje Het Dorp van Wim Sonneveld, dat zo treffend woongenot, welbevinden en klein huiselijk geluk bezingt. Zonder dat liedje te kennen, kun je trouwens ook prima in je vel te zitten. In je eigen vertrouwde huis. En dat is toch wat.

Niet voor niets werd de geslaagde renovatie van een hele woonwijk aan de Midden-Wetering, enkele jaren geleden, breed toegejuicht. Aanpassingen binnen-en buitenshuis zorgden voor een facelift die er zijn mag. Maar wat in de ene wijk goed uitpakt, blijkt in een andere wijk dan weer niet zo'n succes. Een voorbeeld van 'moet dat nou?' vind ik de balkons van de senioren-appartementen aan de Nieuwe Tiendweg, Rondweg en Nieuwe Vliet. Die komen helaas niet in aanmerking voor de schoonheidsprijs. Met de balkons zelf is, wat mij betreft, niets aan de hand. Maar de grijs-witte bloemetjesversiering – of zijn het vogels? – wekt bij heel wat bewoners en omwonenden nog steeds enige verbazing.

Een betrekkelijk kleine aanpassing, pakweg een verfje op voordeur en ramen, kan een hele wijk reanimeren. In gewoon Nederlands: lekker opknappen. Ik heb dit tijdens mijn wandeling net overwogen, als op het kruispunt Burg. Aalberslaan – Noorderstraat mijn iPhone zich meldt. Groot nieuws. Zojuist is bekendgemaakt dat wetenschappers hebben aangetoond dat zwarte gaten echt bestaan. Ze hebben er nota bene een gefotografeerd. Hiermee vergeleken, komen mijn hersenspinsels over een nieuw verfje plotseling in een wel héél ander daglicht te staan. Wat de wetenschappers voor elkaar brachten, wordt vergeleken met de ontdekkingen van Columbus en de landing op de maan. En daar kan een aangeharkte voortuin in Krimpen aan den IJssel toch werkelijk niet aan tippen.

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekeinde. Tot de volgende keer.