Brussel, een bruisende stad
De column van Bert van Oosterhout
18 mei 2019 Bert van Oosterhout
Jacques Brel, de te jong gestorven, geniale Belgische chansonnier, wist het al vroeg. C'était au temps où Bruxelles chantait, dichtte hij in de jaren zestig van de vorige eeuw. Vrij vertaald: Brussel zong toen nog. Onze eigen Liesbeth List trad in 1970 in zijn voetsporen met een mooie vertaling en bewerking: 'Brussel was toen nog een bruisende stad.' Ook nu nog steeds feestelijk om naar te luisteren. Het chanson van Brel en List verwijst naar het mondaine uitgaansleven in de Belgische hoofdstad, kort vóór het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Wilde jaren, die te boek staan als la belle époque. Een tijd waarin de gegoede burgerij feestend door het leven ging. Zo wil de overlevering.
Wie met de juiste antenne op door het Brussel van vandaag wandelt, kan nog een verre echo van dat verleden horen. En zien. Want in menige avenue suggereren majestueuze stadspaleizen dat de tijd heeft stilgestaan. Maar het tegendeel is waar. De imponerende glazen gebouwen van de Europese Unie laten het zien. Zelfbewust torenen ze uit boven de oorspronkelijke bebouwing in het Europees Kwartier. Symbolen van de vaste wil van de mensen in Europa het afschuwelijke verleden achter zich te laten.
Dat is trouwens gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het verleden laat zich niet zomaar corrigeren. Met verkiezingen proberen we dat toch voor elkaar te krijgen. En komende donderdag, 23 mei, is het weer zo ver. U en ik worden weer bij het dichtstbijzijnde stembureau verwacht. Wat mij betreft van harte aanbevolen. Weten we in elk geval wat we aan elkaar hebben. Hoe plezierig zou het overigens zijn te weten wat we aan Europa hebben. Want ondanks kieswijzers en de uitleg van allerlei wijsneuzen, blijft de Unie voor hele volksstammen een geheimzinnige club. Overeind gehouden door een internationaal leger van vele duizenden politici en ambtenaren. Nauwgezet gadegeslagen door ongeveer 10.000 journalisten en lobbyisten. Meer dan voldoende mannen en vrouwen dus voor een ongedwongen party. Uiteraard pas na afloop van een vermoeiende werkdag. Wat dit betreft is het speelse liedje van List en Brel nog onverkort van toepassing op het bruisende leven in, wat wordt beschouwd als, de Hoofdstad van Europa.
Omdat Nederland maar 29 van de 751 zetels in het Europarlement bezet, is onze bijdrage aan het avondlijke vertier vermoedelijk nauwelijks vermeldenswaard. En dat is prima zo, want het gaat in Brussel per slot van rekening om serieuze zaken. Op het stembiljet waarop de kandidaten voor het Europese Parlement elkaar verdringen, prijkt zegge en schrijve één naam uit ons aller dorp: Bert-Jan Ruissen, raadslid voor de SGP. Afgaande op zijn cv mogen we er van uitgaan dat hij in de categorie politiek zwaargewichten valt. Het is uiteraard aan hem dat waar te maken. Zit hij straks in Brussel en Straatsburg op het Europese pluche, brengt hij als het ware Europa wat dichter naar Krimpen dan tot nog toe het geval was. En zijn streven naar een 'bescheiden Europa' – tegen meer macht, meer geld en meer Brussel – verdient wat mij betreft aandacht.
Over aandacht gesproken. Daar had CDA-minister van financiën Wopke Hoekstra niet over te klagen, toen hij vorige week in Berlijn de zogenoemde Humboldt-lezing hield. Hij is, zei hij, een groot voorstander van de Europese Unie. Die heeft ons veel gebracht: veel vrijheid, vrede en welvaart. Toch bekende de bewindsman dat hij zich zorgen maakt over de toekomst. En wel omdat Europa, volgens hem, niet in staat is zich te verdedigen. Zelfs niet met hulp van de Verenigde Staten. Dat komt doordat het ons Europeanen maar niet lukt als een politieke eenheid op te treden. “Hoe moet het verder met dat keurige, redelijke, aangeharkte, om niet te zeggen brave continent, met maar een half miljard mensen, in een wereld waarin alleen al qua bevolking veel grotere machtsblokken bestaan?”, aldus werd hij in de NRC geciteerd.
Wat is dit voor doemdenkerij, denk ik dan. Leuke voorbereiding zeg, op donderdag aanstaande. De goede man zou toch moeten weten dat de Europese samenwerking juist in het leven is geroepen om de tegenstellingen tussen de lidstaten te overbruggen. In overleg. Niet met wapens, handelsoorlogen en wat dies meer zij. Onvermijdelijk loopt er van alles verkeerd in dat keurige voortuintje van minister Wopke. We hebben nog geen oplossing voor het migratie-probleem. Sociale tegenstellingen worden eerder groter dan kleiner. Onze militaire strijdkrachten zijn als gevolg van onverantwoorde bezuinigingen gereduceerd tot tinnen soldaatjes.
Allemaal waar. En dàt is nu precies de reden om op 23 mei naar de stembus te gaan. Het is immers de enige plek waar u en ik duidelijk kunnen maken hoe wij erover denken. Zodat politici als Bert-Jan en al die anderen weten wat wij van hen verwachten.
Ik wens u, beste luisteraars, een goed weekend. Tot de volgende keer.
