De witte was
De column van Bert van Oosterhout
1 juni 2019 Bert van Oosterhout
Ik vind het ronduit aandoenlijk als een of andere instantie, die graag een vaste relatie onderhoudt met mijn portemonnee, weer eens iets heeft bedacht om mij en de mijnen het leven gemakkelijker te maken. Met name banken doen dat graag. Om te beginnen sloot een aantal ervan de afgelopen jaren tientallen bijkantoren. Een mooi gebaar, want daardoor hoeven klanten als ik, niet meer voortdurend van het ene eind van het dorp naar het andere te fietsen om wat euro's te scoren. Dat noem ik nog eens klantvriendelijk. En daar bleef het niet bij. Die regionale kantoren ontmantelden bovendien hun telefoonsysteem. Ze installeerden een landelijk centraal nummer in Amsterdam dat mij doorverbindt met de Krimpense nederzetting. Die ligt voor mij op nog geen kilometer afstand. Tel uit je winst.
Klantvriendelijk als ze zijn, hebben de banken nu weer iets leuks voor mij bedacht: PSD2. Deze geheimzinnige afkorting staat voor Payment Service Directive oftewel Betalings Service Richtlijn 2. Dankzij dit bedenksel, dat feitelijk uit de Europese hoofdstad Brussel stamt, kan straks Jan en alleman zich met mijn financiële handel en wandel bemoeien. Iedereen die mij bijvoorbeeld digitale stapels van die ritselende bankpapiertjes wil lenen, kan over mijn gegevens beschikken. Dit vindt de Europese Commissie, aan wier opperste wijsheid wij uiteraard niet dienen te twijfelen, een mooi idee.
Het leidt, denkt zij, immers tot meer concurrentie. En daarmee tot innovatieve financiële diensten. Ik krijg steeds vaker braakneigingen naarmate ik het woord innovatief meer hoor misbruiken. En dan ben ik nota bene niet eens tegen vernieuwing en vooruitgang. Maar ik houd me in, want in mijn diepste binnenste weet ik : ze doen het voor ons. Daarom ben ik de Nederlandse Bank dankbaar voor de campagne waarmee ze ons uitlegt welke zegeningen ons nu weer in het vooruitzicht worden gesteld. Dat de grote banken intussen niet staan te juichen is misschien een veeg teken. Maar zij zijn natuurlijk pissig omdat ze niet langer de enige regisseurs van het betalingsverkeer zijn.
Ironie daargelaten, hoeven u en ik niet lang na te denken om te begrijpen dat de Europese bureaucraten een monster hebben bedacht dat ons niets gaat opleveren. Te vrezen valt dat het wel de gigantische stromen crimineel geld, die bij gebrek aan voldoende toezicht door de bankgebouwen stroomt, zal laten aanzwellen. Omdat het om uw en mijn euro's gaat, moeten wij aanbieders van betaaldiensten – wanneer het geen banken zijn – nadrukkelijk toestemming geven. Alsof dat in een wereld waar steeds meer mensen met dollar-tekens in de ogen worden geboren, een garantie is. Houd toch op. Zelfs de banken waaraan we al generaties onze centen toevertrouwen, blijken in een aantal gevallen niet te deugen. Denk aan de vrij recente schikking met justitie van € 775 miljoen euro – er zijn dagen dat ik het niet op zak heb – van de ING-bank, omdat ze volstrekt onvoldoende had toegezien op de onderwereld die vrolijk de witte was stond te doen.
Ooit mochten bedrijven zich soms hofleverancier noemen. In niet te weinig gevallen is de term intussen vervangen door het predikaat huisbank van de onderwereld. Waarmee ik maar gezegd wil hebben: bezint eer ge begint, wanneer uw bank ook u een schitterende toekomst met de nieuwe Europese betaalregels voorspiegelt.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
(C) 1 juni 2019, Bert van Oosterhout
