Een prent als buzz...
De column van Bert van Oosterhout
6 juli 2019 Bert van Oosterhout
Een week geleden wist ik nog niet wat de term buzz betekent. Dus toen ik er in een interview in het AD op stuitte, was enige research nodig. Ik niet te lui, dus nu kan ik u verklappen wat u misschien al wist.
Het begrip komt uit het snelle wereldje van marketing en communicatie. Afgeleid van het werkwoord to buzz dat zich het best laat vertalen als geroezemoes. Samengevat, iets waar veel over wordt gepraat. Hoe simpel kan het zijn.
En waar wordt sinds begin deze week weer stevig over gebabbeld? Over Frans Timmermans ongetwijfeld en zijn mislukte greep in de tombola met Europese topbanen. En natuurlijk die opvallende zet van president Trump, die even langs wipte in Noord-Korea. Maar ik bedoel het Verbod te appen op de fiets. En vooral het vaste voornemen van de politie overtreders zonder pardon of discussie op de bon te slingeren.
In de woorden van Egbert-Jan van Hasselt, de grote baas van de politie in ons land: “We gaan meteen bekeuren. Iedereen is op de hoogte. Waarschuwen, daar doen we niet aan. Bij een overtreding is het meteen prijs.” Wie een prent krijgt, mag zegge en schrijve € 95 afrekenen. Plus administratiekosten. Alstublieft, dank u wel.
Voor alle zekerheid bel ik even met de politie in Krimpen aan den IJssel. Zo'n vaart zal het toch niet lopen, zeg ik hoopvol. Maar dat is ijdele hoop. Mij wordt verzekerd dat het landelijk beleid ook in onze contreien zonder dralen zal worden uitgevoerd. Ik heb het uit de eerste hand. Dus u bent gewaarschuwd.
Overigens hebben de dienders in blauw wel een probleem. Appen op de fiets verbieden is één ding. Maar een fietser betrappen op appen is een ander verhaal. Dat kan nog een eindeloos nietes-welles-gedoe worden.
Afgezien hiervan. Hoe bizar is het dat twee ministers – Cora van Nieuwenhuizen (Verkeer) en Ferdinand Grapperhaus (Justitie en veiligheid) – alsmede de politie en het openbaar ministerie, zich met verboden appen moeten bezighouden? Van die miljoenen fietsende vaderlanders gedraagt meer dan een peloton zich dus zo onvolwassen, dat de overheid paal en perk moet stellen aan hun gedrag op het smalle zadel. En dat gebeurt niet alleen in het altijd dwars liggende Amsterdam. Wat is dit?
Het laat ons toch niet onverschillig dat elk jaar honderden fietsers – vorig jaar 228 – omkomen in het verkeer? Bij een aantal van die ongelukken was appen in het spel. Bij een aantal waren het senioren die dodelijke capriolen uithaalden op hun e-bikes. Hoog tijd, zou ik zeggen, om de regels en voorschriften voor het fietsverkeer te her-ijken.
Bij de recente reuring over de Nederlandse identiteit scoorde fietsen niet hoog. Vreemd eigenlijk. Want we zijn per traditie een fietsend volk. Na lopen leert menige kleuter in dit land zich op zijn tweewielertje voort te bewegen. Eerst lopen dan fietsen. Soms zelfs in omgekeerde volgorde. De fiets mag dus best als een verlengstuk van onze ledematen worden gezien.
Omdat we er zo vertrouwd mee zijn, doen we er ook alles mee. En de velo berijden doe je niet per definitie in je eentje. Met vijven op een fiets kan ook. Als straatboefjes van tien-twaalf jaar deden we niet anders. En dat gedrag verandert door de jaren heen niet wezenlijk.
Fietsen is een vorm van optimale vrijheid. Zeker in de stad. Meer zelfs dan autorijden. Daarbij sta je immers steeds vaker in de file. Op twee wielen kies je ook comfortabel je eigen route. Het fietspad, de straat, het trottoir – alsof het allemaal speciaal voor jou is aangelegd. Zo gaat het tenminste in steeds meer steden. En als we dit allemaal doen, waarom dan niet gezellig erbij appen?
Beter van niet dus. En we weten waarom: de grote vrijheid vergt mensenlevens. Met die houding van 'we rotzooien maar wat aan op straat' hebben we de grens nu wel bereikt. Er is geen wetenschappelijk onderzoek nodig om dit vast te stellen. Opvallend trouwens dat dit nog niet is gebeurd. Toch een mooi thema voor een student die zijn of haar masters nog gaat doen.
We hebben vandaag een kleine week gefietst na de start van het Grote Handhaven. Er zijn bonnen uitgeschreven. Maar het heeft geen bekeuringen geregend. Ik voorspel dat dat ook niet gaat gebeuren. Soms halen wij fietsende Nederlanders weliswaar rare streken uit. Maar zó dom kunnen we niet zijn.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
