De school gaat uit

De column van Bert van Oosterhout

20 juli 2019 Bert van Oosterhout

Het plein voor de protestants christelijke basisschool Het Kompas tegenover ons huis ligt er verlaten bij. De ochtendzon kruipt aarzelend over de drie verdiepingen van het gebouw, waar alle rumoer is verstomd. Uitgezonderd dan dat van twee Nijlganzen die op het platte dak van de school irritant zitten te kwekken. De zomervakantie is begonnen.

Van de ene dag op de andere is het leven in de omgeving van de school op een laag pitje gezet. Voor een aantal weken is de wijk zichzelf niet meer. Normaal is, dat lachende, joelende en gillende kinderen hier viermaal per dag het straatbeeld bepalen. Met in hun kielzog moeders, vaders, oma's en opa's, schampen ze op fiets en skeelers langs geparkeerde auto's. Meestal loopt het goed af.

Een generatie elf- en twaalfjarigen heeft afscheid genomen. Ze is klaar met de basisvorming. En ze komt hier nooit meer terug. Voorbereid op vervolgonderwijs. Misschien wel buiten de vertrouwde omgeving van het eigen dorp. Als brug naar het nieuwe leven wonen ze nu in een aantal gevallen even op de camping. Dichtbij of ver weg, al naargelang de ambitie van pa en ma.

De stilte die ze achterlaten is tijdelijk het domein van eenden, zwanen en waterhoentjes. Peinzend gadegeslagen soms, door een filosofisch ogende reiger in zijn blauw-grijze rokkostuum. Zij kennen geen van alle de drang die zich inmiddels meester heeft gemaakt van een paar miljoen Nederlanders. Met caravan en tent, per trein en per vliegtuig onderweg naar de mooiste, boeiendste, spannendste plekken op aarde.

Want nu moet gebeuren wat de voorpret heeft beloofd. Thuis bladerend door de kleurige folders en zappend over het internet, zijn ze in de ban geraakt van de meest paradijselijke oorden. Waar altijd de zon schijnt. Waar het eten oneindig gevarieerder ruikt en smaakt dan de boerenkool in Krimpen.

'Verlangend kijken we uit naar de vakantie in het verschiet. Omdat die ons kortstondig maakt tot degene die we zouden willen zijn.' Aldus een artikel in Psychologie Magazine. En verder heet het daar:' Vakantie doet ons op verscheidene manieren goed. De meest voor de hand liggende is de rust die ze ons brengt: het is een tijdelijke verlossing van verplichtingen van werk of studie.'

Het riekt nogal naar huis-tuin-en-keuken-psychologie, maar vooruit. Het is daarom nog niet onwaar. 'Voor die paar weken in het jaar,' zo gaat het verder, 'is er even geen wekker. Is er geen huiswerk. Geen baas die in je nek hijgt. Geen uitzicht op de muur die nog geschilderd moet worden. In plaats daarvan heb je alle tijd om naar de horizon te staren. Naar een fluitende vogel te luisteren. Twee uur de krant te lezen en net zo lang te lunchen als je wilt.'

Nou, dat willen we bijna allemaal wel. Dus trekt de eindeloze karavaan verder. Zes rijen dik, of meer, door talrijke tolpoortjes naar het zuiden van Europa. Hele volksstammen zwetend en zuchtend onderweg naar hun vakantieadres. Waar ze een enkele keer tot de ontdekking komen dat het weer goed tegen zit, het eten niet te eten is en de mensen niet te pruimen.

Maar dan blijkt welk een leuke diersoort wij eigenlijk zijn. Die eventuele vervelende kantjes van een vakantie zijn we na een week of wat vergeten. Dat danken we, naar het schijnt, aan ons ingebouwde psychologische afweersysteem. In kringen van kenners het rosy view-effect genoemd. Dat wil zeggen: we bekijken onze vakantiepech door een roze bril.

Ook wij behoorden in het verleden tot de kilometervreters. Met het Renaultje-4 naar Cannes. Twee dagen heen. Eén dag terug. Het was gekkenwerk, maar genieten. Een inleiding op de verovering van de Provence, de Ardèche en later o.m. Zwitserland en Italië. Onvergetelijke plekken.

Die trips zijn een bron van altijddurende nostalgie. Een niet te stillen verlangen naar de plaatsen waar je wilt zijn. Maar waar je nooit echt zult wonen. Wat blijft is de bitterzoete herinnering aan geslaagde vakanties. En de kleine pijn van het afscheid na weer een reis met vrienden.

Gelukkig – over een aantal weken komen de kinderen weer naar school. Ik wens u, beste luisteraars, waar u ook bent, een geweldige vakantie. Tot de volgende keer.