De Ark van Noach

De column van Bert van Oosterhout

10 augustus 2019 Bert van Oosterhout

Dat moet een hele drukte zijn geweest op de Ark van Noach, bedacht ik deze week, zittend aan de rivier in de Stormpolder, met uitzicht op de reusachtige replica van wat je met een beetje goede wil het eerste cruiseschip aller tijden zou kunnen noemen.

Een hoop drukte en natuurlijk een herrie van jewelste. Denk je even in: hoeveel decibels zullen de verzamelde olifanten, leeuwen, koeien, varkens en de rest van de levende have hebben geproduceerd? Daar zou je tegenwoordig niet mee weg komen.

Om over de stank nog maar te zwijgen. Een moderne varkens- of koeienstal veroorzaakt misschien meer stank, maar die heeft wel een afzuiginstallatie. Noach en de zijnen plempten de mest waarschijnlijk gewoon overboord.

Mensen en dieren samengedrongen op een schip. Schuilend voor het wassende water. Voor de zondvloed die we nu misschien tsunami zouden noemen. In de hoop te overleven en een nieuw leven te beginnen. Goed beschouwd asielzoekers avant la lettre. Voor Noach en de zijnen was het even doorbijten. Er leek geen einde te komen aan de zondvloed. Maar uiteindelijk kreeg het natte avontuur een happy end.

Onwillekeurig moest ik daar aan oever van de rivier denken aan de voortdurende vloedgolf van mensen in de Middellandse Zee. Als in voorhistorische tijden zoeken ook zij een goed heenkomen. In de hoop te ontsnappen aan een uitzichtloos bestaan in armoede. Maar hun ark is meestal een onbetrouwbare rubberboot; 2262 van hen verdronken vorig jaar in het zicht van de kust van Europa.

Anders dan Noach en zijn familie, vonden ze een naamloos graf in de golven. Hoe zou het hen zijn vergaan wanneer ze hadden kunnen inschepen op dat reusachtige schip met zijn 7 etages, 135 meter lang, 30 meter breed, 23 meter hoog? Maar deze vraag is uiteraard niet meer dan een onrealistische gedachtenkronkel.

Dus blijft het antwoord speculatief. De bijbelse ark is verdwenen in de mist van de pre-historie. En de schitterende replica, die de Noord-Hollandse aannemer Johan Huibers ongeveer eigenhandig bouwde, kan niet eens varen, want er zitten geen motoren in.

Er moesten nota bene pontons aan te pas komen toen drie jaar geleden het schip van zijn vorige ligplaats in Dordrecht naar Krimpen aan den IJssel werd gesleept. En pontons, alsmede een goed gevulde zak met geld, zullen nodig zijn om het van Krimpen naar Israël te slepen, zoals de eigenaar zich heeft voorgenomen.

Vorige week kwamen de omzwervingen van de namaak-ark hier in deze studio ook al aan de orde. Opnieuw werd duidelijk dat Johan Huibers en de gemeente Krimpen aan de IJssel nooit vrienden zijn geworden. Het lijkt erop dat ons Dorp aan de rivier daardoor een boeiende attractie is misgelopen. Het zij zo.

Terug kijkend vraag ik me trouwens af of de museum-ark-van-Huibers als project niet te ambitieus is voor een dorp met de omvang van Krimpen. In Dordrecht trok het indertijd, naar verluidt, 280.000 bezoekers. Met de helft en minder zou de Stormpolder constant aan een verkeersinfarct lijden.Wordt ook niemand blij van.

Intussen lijkt één ding me duidelijk: er zal nog heel wat water door de Middellandse Zee stromen voor de ark van Krimpen in de fraaie Israëlische stad Hadera aanmeert. Maar je weet het nooit. En mocht het ervan komen, dan mogen we dat wel een wondertje noemen.

Ik wens u, beste luisteraars, een heel plezierig weekend. Tot de volgende keer.