Een boerka in de speeltuin
De column van Bert van Oosterhout
17 augustus 2019 Bert van Oosterhout
De speeltuin in het park aan de Midden-Wetering en de Parkzoom is de mooiste van ons dorp. Populair bij kinderen en hun ouders uit alle hoeken van Krimpen. Opa's en oma's – traditioneel in stelling gebracht als oppas – komen er ook aan hun trekken. Een praatje is gauw gemaakt. Aan gezelligheid geen gebrek. Het is een vertrouwd tafereel. Zo te zien is de wereld helemaal in orde.
Dat blijft zo tot er bij de ingang van de speeltuin een in het zwart gehulde gedaante verschijnt. Twee kinderen aan de hand. Een derde holt vooruit. Aan de contouren van de gedaante valt af te leiden dat zich hier een moeder met kleuters meldt. Oma zal het waarschijnlijk niet zijn. Die draagt vermoedelijk niet zulke design sneakers.
Bij het zien van de moeder in boerka – want daar hebben we het natuurlijk over – valt er een verbaasde stilte in de speeltuin. Hier en daar wordt een wenkbrauw gefronst. Halverwege de zwaai omhoog, komt een schommel tot stilstand. Op het naastgelegen trapveldje wordt gescoord. Niemand let erop.
Met de vragende blikken van ouders en kinderen als vurige pijlen in haar rug, wandelt de moeder in boerka naar een vrij gekomen schommel. Of ze zich bewust is van het opzien dat ze baart, is niet na te gaan. En zonder te blikken of te blozen – maar ook dat weten we niet – gaat ze op een schommel zitten. Neemt een kleuter op schoot en hopla.
Als dit de inleiding zou zijn van een goedkoop detective-romannetje zou de moslim-moeder nu een wapen vanonder haar boerka tevoorschijn toveren. En de rest laat zich raden.
Maar zo'n ordinaire draai ga ik er niet aan geven. Ik ben niet nieuwsgierig. Wel wil ik graag alles weten. Daarom heb ik de neiging de moeder in boerka aan te spreken. Niet rechtstreeks natuurlijk. Dat zal niet op prijs worden gesteld. Volgens de regels van het spel maak je eerst een babbeltje met de kinderen.
Hoe het verder gaat, laat ik even in het midden. Het geschetste tafereel heb ik trouwens ter plekke bedacht. Het kan zo gaan. En waarschijnlijk zal het zo gaan. Want tot mijn niet geringe verbazing wordt de boerka – hoewel officieel verboden in overheidsgebouwen en zo meer – van links tot rechts getolereerd. Wij kunnen heel tolerant zijn in dit land.
Maar als iemand mij kan uitleggen waarom je een bezoek aan een ziekenhuis zou brengen, uitgedost met een bivakmuts, integraalhelm of een boerka, houd ik me aanbevolen. Als iemand mij bovendien kan vertellen waarom we een wet uitvaardigen, waarvan Jan en alleman meteen roept 'Die gaan we dus niet handhaven' – ga ik een boerka dragen.
Dat alles verhullende kledingstuk – als je het zo wilt noemen – staat voor vrijheid, hoor ik. Het wordt gedragen door zelfbewuste moslima's die er een statement mee afgeven: ik leef mijn eigen leven, zoals ik wil. Daar heb ik jou niet bij nodig. Kortom, trek een boerka aan en je bent pas echt geëmancipeerd.
Duitsers hebben een passende uitdrukking voor dit verschijnsel, Umwertung aller Werte. Vrij vertaald: hier wordt de wereld op zijn kop gezet. Het is een houding die zeker op begrip mag rekenen bij progressieve Nederlanders, die zo welig groeien en bloeien binnen de Amsterdamse grachtengordel. Hoewel ook in die kringen de meningen verdeeld zijn. Zelf ben ik van de afdeling 'vrijheid, blijheid' – dus ik kan er mee leven. Maar ik blijf het jammer vinden dat vrouwen zich zo nadrukkelijk verbergen voor het oog van de Grote Boze Buitenwereld.
Bovendien begrijp ik uit publicaties hier en daar dat heel wat moslima's – vaak hoog opgeleid – er ook zo over denken. Voorlopig zal het boerka-verbod de gemoederen nog wel een tijdje bezighouden. En of het omstreden kledingstuk een blijvertje is in onze samenleving? – de tijd zal het leren.
Ik wens u, beste luisteraars, een heel plezierig weekend. Tot de volgende keer.
