Gewoon gezien worden

De column van Bert van Oosterhout

24 augustus 2019 Bert van Oosterhout

Pluim voor de gemeente, die kortgeleden besloot mee te doen aan het landelijke actieprogramma Eén tegen eenzaamheid. Tegelijkertijd te gek voor woorden natuurlijk, dat zoiets nodig is. Ik weet het, eenzaamheid is van alle tijden. Maar dat wij, die op de maan wandelden, die steeds meer greep krijgen op kanker, voor wie de leeftijd van 100 jaar nauwelijks nog bijzonder is, nog geen remedie hebben tegen eenzaamheid is toch eigenlijk heel vreemd.

Goed, goed, het initiatief van het ministerie van Volksgezondheid, waartoe onze gemeente zich nu dankzij de Stem van Krimpen, heeft bekeerd, is een beginnetje. Maar dat we met z'n allen 2019 jaar na het begin van onze jaartelling nog steeds het taboe op eenzaamheid moeten doorbreken, blijft een gotspe. Hoezo taboe? Durven eenzame mensen er niet over te praten? Gaan de anderen er ongeïnteresseerd aan voorbij? Hebben beroepsgroepen, als daar zijn psychiaters, psychologen, artsen, wijkverpleegkundigen, leraren en onderwijzers, en wij allemaal, niet voldoende opgelet? Dat kan toch niet waar zijn?

Hoe het ook zit, eenzaamheid is een hardnekkig verschijnsel. Ze kent veel schakeringen. En ze is zeker niet voorbehouden aan ouderen. Iedereen kent of kende wel dat kind dat eenzaam en alleen over het schoolplein slentert. Bij wie het thuis niet goed zit. Dat zijn hartverscheurende eenzaamheid met niemand kan delen. Of die wat oudere vrouw die sinds kort drie keer per dag voorbij fietst. Duidelijk onderweg van niets naar niets. Om de tijd te doden. En om wat beweging te brengen in haar nieuwe bestaan in de nabij gelegen seniorenflat.

Daarom, klasse dat er zoiets in het leven is geroepen als een platform om eenzaamheid te bestrijden. Persoonlijk denk ik trouwens dat het verschijnsel een menselijke conditie is. Niet echt voor eens en altijd uit te bannen. Maar hoe dan ook, elke serieuze poging deze te veranderen verdient bijval. En daar is een brede coalitie, landelijk en plaatselijk, nu mee bezig.

In deze samenhang stuitte ik kortgeleden op een boeiende ontboezeming in de NRC, die in kort bestek laat zien hoe breed het verschijnsel is. Redacteur Marjoleine de Vos beschreef hoe ze in een Amsterdams restaurant geamuseerd keek naar een groep dertigers en veertigers die vrolijk en met veel misbaar zat te praten. Niks bijzonders, zou je zeggen. De meesten zouden zich de volgende dag waarschijnlijk niet meer dan flarden van de gesprekken herinneren. Zo werkt dat met samenkomsten in restaurants. Ze hebben geen nut, maar ze illustreren wel met wat een plezier sommige mensen het leven leven. Ze hoeven niet eens ergens over te gaan. Kern van de zaak is de saamhorigheid. Het simpele feit dat mensen elkaar opzoeken om van elkaars nabijheid te genieten.

Het plezier zit dikwijls in de small talk over onbeduidende dingen: een fietstochtje in de Krimpenerwaard; de hartelijke relatie met een buurvrouw die er pas is komen wonen; guitige buurkinderen die om een snoepje bedelen. En eerlijk is braaf: zelfs samen bitterballen eten kan soms een heilzame werking hebben op het verdrijven van de eenzaamheid. Allemaal ervaringen die meetellen bij de vraag hoe we in ons vel zitten. Noem het huis-tuin-en-keuken-gevoelens. In elk geval even iets anders dan de Grote Problemen van onze tijd, als de opwarming van de aarde, de migratie en de Brexit. Maar ze zijn bouwstenen van ons welbevinden.

Eenzaamheid kent vele gezichten. Ik citeer nog een artikel. Nu een van Anja Maier in De Groene Amsterdammer. Zij beschrijft hoe teleurgesteld zij en miljoenen Ossies waren na de val van De Muur. Want niet vrijheid en welvaart kregen ze, maar een kille markt- economie. En die verklaarde hen in feite overbodig. Zo sloeg ook bij hen meedogenloos de eenzaamheid toe. “We missen iets dat niet meer bestaat”, schrijft Maier. De DDR-burger in mij verlangt af en toe naar een bepaalde vorm van gezien worden. Naar het gevoel dat het je iets kan schelen. Dat je in de groep opgenomen bent.”

Het is verre van mij, beste luisteraars, hier op deze zaterdagmorgen voor dagsluiter te spelen. Ik vond het alleen aardig deze gedachten met u te delen. En de verwijzing naar het voormalige arbeiders- en soldaten- paradijs is daarbij natuurlijk niet meer dan een kapstok. Menselijke warmte, daar gaat het om. En laten we wel wezen, wat meer van die brandstof in een samenleving waar IK en MIJN met hoofdletters worden geschreven, kan geen kwaad. Juist daar ligt misschien wel het begin van een remedie tegen eenzaamheid.

Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.