Een akkefietje in Capelle
De column van Bert van Oosterhout
26 oktober 2019 Bert van Oosterhout
Soms zijn begrijpelijke maatregelen buitengewoon irritant. Neem nou de voortdurende sluiting van bankfilialen. In Krimpen aan den IJssel kunnen we zo wat nergens meer terecht. Het dichtstbijzijnde ABN-kantoor staat in Capelle. Dat van de ING trouwens ook. Leuk, maar daar woon ik toevallig niet.
Ooit had elke bank een dependance in ons dorp. Ik weet het – in het digitale tijdperk is dat niet meer nodig. Het personeel heeft zo goed als niks meer te doen. Bijna iedereen regelt immers zijn bankzaken per computer. Behalve natuurlijk de laatste lichting bejaarde klanten. Die heeft geen flauw idee hoe een computer werkt.
Ja, dan moet neef Jan, of hoe die ook heet, maar weer opdraven om te helpen. Jammer alleen dat hij in Zwolle woont. Toch iets te ver weg om wekelijks tantes financiële zaken af te wikkelen.
Dit is vandaag de dag de werkelijkheid. Misschien wordt de soep niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Maar ik kan me toch niet aan de indruk onttrekken dat de banken een deel van hun clientèle in de kou laten staan. Met name de banken die van oudsher sterk vertegenwoordigd waren in kleine steden en dorpen hadden best iets mogen bedenken om hun seniore klanten een handje te helpen.
De Rabobank is er zo een. Tientallen jaren was ze in kleine gemeenschappen de draaischijf van een bescheiden economisch leven. Zeker vóór ze ontstond uit het verstandshuwelijk van Raiffeisenbank en Boerenleenbank. Zo'n bank kon lange tijd zomaar worden gerund door een kantoorhouder en een handvol personeelsleden. Hun kantoor was niet zelden gevestigd in een pand dat de kantoorhouder ook tot woonhuis diende. Andere tijden, andere gewoonten.
Maar, zoals het cliché wil: de tijden veranderen en daarmee verdween goeddeels de gemoedelijkheid van een periode waarin iedereen iedereen kende. En ernaar handelde.
Het Rabo-bankgebouw aan het Raadhuisplein in Krimpen aan den Ijssel – sinds 2015 in gebruik – ademt uiteraard niet de sfeer van zijn dorpse voorgangers. Maar hoe modern de opzet is, ook hier doet de vooruitgang zich voelen. Het gebouw is te ruim geworden voor het anderhalve personeelslid dat er op toe moet zien dat de computers hun werk doen.
Dus fluisteren betrouwbare bronnen dat de bank liever gisteren dan vandaag uit Krimpen vertrekt. Dat gaat haar vermoedelijk een boete opleveren. Want ze huurt het gebouw van de gemeente, waarmee ze een contract van 12 jaar heeft gesloten.
Wethouder Arjan Neeleman, die erover gaat, was niet van plan water in de wijn te doen. Hij zag een verhuizing naar het Rabo-bankgebouw, van enkele welzijnsorganisaties in het Gezondheidscentrum, wel zitten. Maar daar kwam hij van terug. Noodgedwongen, want hij werd door de raad terug gefloten. Hij mag zijn huiswerk overdoen.
Intussen hebben wij, de klanten, hoe dan ook het nakijken. De verschraling van de financiële dienstverlening kent geen grenzen. Voor het minste of geringste akkefietje mogen we straks naar Capelle aan den Ijssel. Je zou bijna denken dat het in de directiekamers van de banken aan voldoende fantasie ontbreekt om de geplaagde klantenkring tegemoet te komen.
Deze veronderstelling spoort met het beeld van kil opererende banken. Ze wekken op z'n minst de schijn dat ze het niet meer zo nauw nemen met hun maatschappelijke opvattingen van weleer.
Je kunt erover twisten of het uitmaakt dat ze hun telefonische contacten hebben uitbesteed aan een call-centre in Rawalpindi of Mumbai. Maar persoonlijk hoor ik toch liever de tongval van de Stormpolder.
En dan nu de hamvraag: is er leven na de Rabo? De gehuurde ruimte die vrij komt, wordt ongetwijfeld wel weer benut. Door huurders uit het Gezondheidscentrum en/of uit het Onderdak. Of ergens anders vandaan. Maar wat hebben u en ik daar aan? Van banktegoeden, spaarrekeningen en hypotheken hebben zij geen verstand. Kortom, u en ik zijn weer de Sjaak.
Ik wens u, beste luisteraars, een plezierig weekend. Tot de volgende keer.
